Rijk schrapte toch in eisen HSL

De hogesnelheidslijn werd tijdens de onderhandelingen over de aanbesteding `uitgekleed' van een prestigeproject met internationale allure tot een sober spoorlijntje.

De staat vermoedde vooroverleg.

Was het hete lucht of werd er daadwerkelijk in de eisen voor de aanleg van de hogesnelheidslijn geschrapt? Die vraag stond gisteren centraal bij de tijdelijke commissie infrastructuurprojecten, de commissie-Duivesteijn. De commissie onderzoekt de besluitvorming over Betuweroute en hogesnelheidslijn.

De projectgroep HSL-Zuid dacht in 1999 dat de aanleg van de zogenoemde onderbouw voor 3,9 miljard gulden kon worden gerealiseerd. De klus was opgeknipt in vijf aparte delen, verdeeld naar regio. Maar toen op 1 september de biedingen van de zes grote aannemersbedrijven binnen kwamen, sloeg de schrik de projectgroep om het hart. Bij het openen van de eerste envelop voor het traject Noord-Holland bleek dat de aannemers 57 procent boven de `vraagprijs' zaten. De rest van de enveloppen bleef dicht.

De bouwers hadden zich verenigd in vier consortia en steeds in wisselende samenstellingen op andere delen van het tracé ingeschreven. Daardoor was voor elk van de deelnemende bedrijven duidelijk voor welk totaalbedrag de lijn kon worden aangelegd. De aannemers, zo bleek later, wilden het tracé graag aanleggen voor 5,6 miljard gulden, 1,7 miljard meer dan de projectdirectie had berekend. Dat was voor de overheid onaanvaardbaar. De bouwers waren op hun beurt ook geschrokken van de raming van de overheid. Die was volgens hen onrealistisch laag. Van bouwfraude had niemand toen nog gehoord, maar bij de projectorganisatie bestond, mede door het netwerk aan bedrijven en consortia dat had ingeschreven, het vermoeden van vooroverleg. Dat werd aan de NMa gemeld, maar die ontbrak het destijds aan tijd en deskundigheid.

Gistermorgen had voormalig directeur uitvoering Konter van de HSL-Zuid verklaard dat de aannemers hun eerste bod van 5,6 miljard verlaagden met 1,2 miljard gulden zonder dat de staat noemenswaardige concessies had hoeven doen. Konter sprak over `hete lucht' die uit de plannen gehaald werd. Toen gistermiddag de bouwers aan het woord kwamen, bleek echter dat de overheid wel degelijk fors had gesneden in de eisen die aan de bouwers werden gesteld.

De onderhandelaars hadden de Raad voor Arbitrage, waarin veel bouw-ondernemers zitten, gevraagd een uitspraak te doen over de vastgelopen aanbesteding. Om het project niet stil te laten vallen plaatste het projectteam advertenties in onder meer The Economist en Le Monde voor een nieuwe aanbesteding. Tegelijkertijd echter werd achter gesloten deuren dooronderhandeld met de consortia. Daarbij werd bijvoorbeeld besloten af te zien van perrons langs delen van de route en werden risico's voor betalingen en vertragingen (bijvoorbeeld als gevolg van slecht weer of kabels in de grond) eenzijdiger bij de overheid gelegd. De aannemers verlaagden daarop hun prijs van 5,6 naar 4,4 miljard gulden. De projectorganisatie verhoogde, ondanks het schrappen van de eisen en het hogere risico voor de staat, het budget naar 4,1 miljard.

De internationale aanbestedingen werden nooit geëffectueerd. Na de uitspraak van de Raad voor Arbitrage ging de overheid opnieuw formeel met de bouwers om tafel. Uiteindelijk werd de hele `klus' afgemaakt op 4,4 miljard gulden. Daarvoor werd dan wel een `uitgeklede' versie van de lijn aangelegd. Als gevolg van het grotere risico voor de staat, werd in de begroting voor 2003 een risicoreservering van 985 miljoen euro opgenomen voor Betuweroute en HSL. Dat bedrag was de directe aanleiding voor het instellen van de commissie-Duivesteijn.

De commissie wist gisteren geen antwoord te vinden op de vraag hoe realistisch de ramingen van de bouwers in eerste instantie waren. Door het vooroverleg hebben zij waarschijnlijk meer gevraagd dan in een vrije markt zou zijn gedaan.

    • Egbert Kalse