Oud-directeur Ahold wil vertrekpremie

Voormalig financieel directeur van Ahold M. Meurs heeft in het kader van een arbitrageprocedure over zijn vertrekregeling in totaal 2,87 miljoen euro gevraagd. Dat meldt De Telegraaf vanochtend.

De eis van Meurs zou aansluiten bij een concept van een vertrekregeling waaraan het supermarktconcern Ahold en Meurs begin 2003 werkten voordat het boekhoudschandaal bij Ahold in volle omvang bekend werd. De conceptovereenkomst werd nooit ondertekend. Meurs en bestuursvoorzitter C. van der Hoeven moesten in februari 2003 aftreden toen aan het licht kwam dat er diverse belangrijke contracten met dochtermaatschappijen voor de accountant waren verzwegen en er een grootschalige fraude bij een dochterbedrijf in Amerika werd ontdekt. Meurs geeft via zijn advocaten geen commentaar op de kwestie. Het is onbekend hoeveel voormalig topman Van der Hoeven van zijn werkgever eist.

Meurs was elf jaar in dienst bij Ahold. Het bedrag van 2,87 miljoen is ruwweg de helft van het bedrag dat hij de laatste drie jaar bij Ahold in totaal verdiende, inclusief bonussen en pensioenvergoedingen. Meurs' vaste jaarsalaris bedroeg bij zijn vertrek 670.000 euro. De formule die kantonrechters vaak gebruiken als vertrekpremie is het aantal dienstjaren vermenigvuldigd met het maandsalaris. Bij Meurs zou dat uitkomen op ruim 600.000 euro. ,,Dat is een belangrijk verschil met 2,87 miljoen'', reageert hoogleraar arbeidsrecht E. Verhulp. ,,Maar normaal gesproken worden op dit niveau afspraken vooraf gemaakt, zoals we bij Moberg zagen.''

De nieuwe topman A. Moberg bedong bij zijn aantreden een vertrekpremie van twee jaarsalarissen en twee jaarbonussen. Hij besloot na veel kritiek af te zien van die regeling. De code Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur stelt dat een vertrekvergoeding maximaal twee keer het jaarsalaris zou mogen bedragen.