Onbehagen in de goudviskom

Cherie Blair, de eega van de Britse premier, is op zoek gegaan naar de persoonlijke ervaringen van de partners van Tony's voorgangers. Over haar eigen rol uit ze zich nogal dubbelzinnig.

Het was haar goudvismoment. Op 2 mei 1997 opende Cherie Blair de deur van 10 Downing Street, waar ze voor het eerst de nacht had doorgebracht, om een boeket bloemen in ontvangst te nemen. Haar gezicht en haar haren stonden nog in de slaapstand. Onder een lichtblauw nachtponnetje staken twee, nogal stevige en zeer witte damesbenen uit. De kersverse premiersvrouw was even vergeten dat er tegenover haar voordeur permanent een roedel fotografen staat. Flits!

,,Ik realiseerde me op dat ogenblik dat mijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn en dat ik me niet kon permitteren ooit nog zo te worden betrapt'', zei Cherie dit weekeinde over die gebeurtenis. De foto won later een prijs. Ze was wel zo sportief om die zelf te komen uitreiken, maar sindsdien weet ze ook zeker dat ze leeft als een vis in een kom: permanent blootgesteld aan het starende oog van het publiek, uitvergroot door het bolle glas en machteloos.

Twee jaar geleden, toen ze na Leo (nu 4) opnieuw zwanger raakte en vermoedde dat ze haar advocatenpraktijk een tijd vaarwel moest zeggen, besloot ze haar idee te toetsen in een boek over de vrouwen van andere Britse premiers sinds 1945. En bij één man, Denis Thatcher. Een deel van hen, onder wie Denis, was toen nog in leven en beschikbaar voor vraaggesprekken; de anderen spreken via nabestaanden en vrienden, dagboeken en brieven. Cherie's vijfde zwangerschap eindigde in een miskraam, maar het boek kwam er toch (met historica Cate Haste als co-auteur): The Goldfish Bowl; Married to the Prime Minister. Deze week komt het uit.

Cherie's portretten van die tot voor kort nagenoeg ,,onzichtbare getuigen van de geschiedenis'' gaan niet alleen over hun privacy. Ze wil ook weten of de premiersvrouwen voorbereid waren op hun rol, hoe hun leven emotioneel en economisch veranderde door hun verhuizing naar Downing Street, hoe de buitenlandse reizen bevielen, hoe het voelde op stel en sprong de verhuizers te laten komen, terwijl de nieuwe bewoners letterlijk al voor de deur stonden – een van de spectaculaire constantes bij wisselingen van een Britse regering – en of er ,,leven is na number ten''.

De interssantste vraag ligt voor de hand: hoe combineerden ze hun huwelijk met de crises en andere grote gebeurtenissen waarvan hun partner het middelpunt was? Mary Wilson, de vrouw van Harold Wilson, die twee keer Labourpremier was (van 1964 tot 1970 en van 1974 tot 1976), vertelde dat het ,,een recht en zelfs een plicht'' is van een premiersvrouw haar man te beïnvloeden. Clarissa Eden, de echtgenote van Tory-premier Sir Anthony Eden (1951-1955) heeft ooit gezegd dat het Suez-kanaal door haar slaapkamer liep. De crisis na de onfortuinlijke Frans-Britse ingreep in Egypte die Eden tot aftreden dwong, is wel vergeleken met Blairs onpopulaire steun aan de Amerikaanse inval in Irak. En Norma Major, de vrouw van premier John Major (1992-1997) die door de pers aanvankelijk als een kleurloze ,,mumsy Hausfrau'' werd neergezet, vertelt honderd uit over alle messen die partijgenoten haar man in de rug zetten.

Maar welke rol Cherie zelf in dit opzicht speelt, blijft, afgaand op een vraaggesprek, en een voorpublicatie in The Daily Telegraph, nogal dubbelzinnig. Cherie geldt al een decennium als `het linkse geweten' van Tony en Irak zou bij de Blairs ook de slaapkamer vullen. Maar zaterdag vertelde ze haar man ,,volledig te steunen'', dat ze ,,het geheel eens zijn'', maar dat dat er ,,niet toe doet, omdat het zijn baan is om beslissingen te nemen, niet de mijne''.

De aristocratische echtgenotes van Eden, Harold Macmillan en Alec Douglas-Home namen de ongemakken van het leven op nummer tien, een klein en afgeleefd huis uit de achttiende eeuw dat Spartaans was ingericht (er was tot 1997 geen douche en Norma Major was de eerste die een echte keuken liet inbouwen), voor lief. De pers van hun dagen was zeker minder meedogenloos.

Het lijkt geen toeval dat Cherie daarom juist sympathie opvat voor ,,ordinary Norma''. Maar het is ook opvallend dat Norma er, anders dan Cherie, in slaagde al die ongewenste aandacht af te schudden, althans te negeren. Zo verloren de omstanders de interesse in de goudviskom.

Cherie lijkt de voyeurs daarentegen al een paar jaar te voeden. Voor een deel is dat belangstelling die celebrities nu eenmaal ten deel valt. Voor een deel is het afgunst en – in het geval van de Tory-pers – het onderhouden van vooroordelen over Cherie's afkomst uit een disfunctioneel gezin in Liverpool, haar accent en haar legendarische gierigheid. Maar deels lijkt het ook haar eigen schuld. Want steeds als de aandacht verflauwt, zorgt zij er zelf voor dat er iets te zien is, zoals haar innige verhouding met een lifestyle-goeroe of een omstreden aankoop van een appartement voor haar zoon in Bristol. En dan valt het veel Britten moeilijk medelijden te hebben met de vis.

    • Hans Steketee