`Mensen die niet meetellen' in Burundi

Een op de zes Burundiërs is ontheemd. Tien jaar burgeroorlog heeft het land volledig verwoest. Herstel zal moeizaam zijn. ,,Wij zijn de mensen die niet meetellen.''

Duizenden mensen drommen deze grauwe morgen samen op de vlakte van Mont Heha, met bijna 2.700 meter de hoogste berg van Burundi. De mannen dragen bruin verschoten truien en jassen. De vrouwen hullen zich in omslagdoeken. Samen wachten ze op het konvooi van de Wereldvoedselorganisatie (WFP) dat in de verte traag de hellingen beklimt. Elke twee weken bezorgen de hulpverleners maïs, palmolie, bonen en rijst, zeven trucks vol voor de zevenduizend zielen van deze gemeente Mukiki.

De burgemeester van het dorp zegt niet zonder de hulp te kunnen. ,,Wij leven in een land van oorlog.'' Volgens Guillaume Foliot, programmamedewerker van WFP, heeft de tienjarige burgeroorlog diepe wonden geslagen. ,,Van de acht miljoen inwoners is 98 procent structureel ondervoed.''

De akkerbouw is vrijwel weggevaagd, waardoor de belangrijkste bron van inkomsten is verdwenen. Behalve in de hoofdstad Bujumbura zijn vrijwel alle lagere en middelbare scholen verwoest, net zoals de gezondheidscentra. Kerken zijn verlaten, tot ruïnes verworden. De economie is vrijwel tot stilstand gekomen. Burundi is een van de drie armste landen van de wereld.

Een op de zes Burundiërs woont al jaren niet meer thuis, maar in één van de enorme vluchtelingenkampen in het aangrenzende Tanzania of in de kampen voor ontheemden in het land zelf. ,,Ik ben geboren en opgegroeid in een ontheemdenkamp'', vertelt de zeventienjarige Claude, terwijl hij zich meldt voor de voedseluitdeling van Mukiki. ,,Ik woon in een hut van bananenbladeren, samen met mijn moeder en mijn twee jongere broers. Wij behoren tot de mini-gens.'' Dat zijn de allerallerarmsten van de bevolking. ,,Wij zijn de mensen die niet meetellen.''

Claude praat niettemin redelijk Frans. Dat heeft hij in het kamp geleerd, zegt hij trots. ,,Het voordeel van zo'n kamp is dat er tenminste les wordt gegeven.'' Dat is één van de redenen waarom veel mensen ook na jaren van uiterst primitieve omstandigheden niet terug naar huis willen.

In de afgelopen tien jaar is Burundi verscheurd door een burgeroorlog tussen Hutu-rebellen en Tutsi-machthebbers, waarbij onder de burgerbevolking een half miljoen doden vielen. Formeel is er sinds november vorig jaar een wapenstilstand getekend met de belangrijkste rebellen van de CNDD-FDD. Maar de Hutu-strijders's van het Front National de Libération (FNL) hebben die niet ondertekend en zorgen in de heuvels nog steeds voor gevaar en geweld, óók onder de Hutu-bevolking. ,,Het FNL is er de schuld van dat wij honger hebben'', zegt de burgemeester van Mukiki. ,,Net toen er geoogst kon worden, vielen ze aan. Ze vernielden de gewassen, stalen koeien en geiten.''

Tiener Claude vertelt dat hij in de kampen elke nacht bang is voor aanvallen van de rebellen. ,,Zogauw zij geweest zijn, volgen de soldaten van het leger. Zij gebruiken net zoveel geweld als de rebellen. Omdat ze denken dat we met de rebellen samenwerken.''

Jean Marie Vianney is voorzitter van de Burundese mensenrechtenorganisatie Iteka. De bevolking ziet die instelling als een laatste strohalm in een samenleving waarin recht en rechtvaardigheid zijn verdwenen. ,,De overheid functioneert niet meer. Wij betalen de benzine voor de auto van de procureur, zodat hij langs de gevangenissen kan rijden en daar de gevangenen kan uithalen die zonder dossier vastzitten.'' Hij geeft toe dat het absurd klinkt, maar het is de realiteit. ,,In Burundi is de laatste decennia een cultuur van straffeloosheid ontstaan. Leger en rebellen moorden en plunderen wat ze kunnen, ze worden toch niet bestraft. Ook nu heeft justitie nog de laagste prioriteit.''

Dit belemmert het vredesproces dat voormalige Hutu-rebellen en Tutsi-machthebbers in een overgangsregering bij elkaar heeft gebracht. ,,Zolang de schuldigen van de moordpartijen niet berecht worden, kan er geen verzoening plaatsvinden'', zegt Vianney. ,,De politici zijn er bang voor. Dus dekken ze zich in met regelingen voor amnestie voor diegenen waarvan men dondersgoed weet dat ze gemoord hebben of daartoe hebben aangezet. En dat leidt ertoe dat we bij de komende verkiezingen misschien moordenaars in het parlement kiezen die toch niet vervolgd mogen worden. Dat is meer dan cynisch. Ik zei u al: de overheid functioneert niet meer. En niemand gelooft dat daar ooit verandering in zal komen.''

Honderdzestig kilometer naar het oosten, in de provincie Ruyigi aan de grens met Tanzania, echoën Vianneys woorden na. ,,De machthebbers zijn er alleen op uit overheidsposten opnieuw onder elkaar te verdelen en verder alles bij het oude te laten'', zegt kapitein Louis Kana, ondercommandant van de voormalige Hutu-rebellen van de CNDD-FDD. In het legerkamp van rieten hutjes heerst een perfecte discipline onder een deken van tropische hitte. De doorgaans piepjonge soldaten staan strak in de houding als de kapitein passeert. Een enkel meisje houdt in de ene arm een baby, in de andere een kalasjnikov.

Dat zijn `rebellen' nog steeds volop bewapend zijn, heeft volgens hem te maken met de onbetrouwbaarheid van de Tutsi-machthebbers in Bujumbura. ,,Als het nodig is, hervatten we zo weer de strijd.''

De kapitein heeft zich destijds aangesloten bij de rebellen om ,,die corrupte machtskliek en de discriminatie van de Hutu's te bevechten''. Die strijd heeft succes gehad, constateert hij tevreden. Maar hij zegt ook: ,,Dit is pas het begin. We moeten het land van de grond af weer opbouwen. Dat zal veel zwaarder zijn dan alle gevechten van de afgelopen jaren.'' En hij spuwt krachtig in het warme zand.

    • Jeroen Corduwener