In Darfur gaan niet genoeg mensen dood

De EU dreigt Soedan met sancties. Maar als volgende week 800.000 mensen in Darfur worden gedood, doet de Veiligheidsraad nog niets, stellen Morton Abramowitz en Samantha Power.

Dagelijks wordt in commentaren de wereld of de Verenigde Staten onverschilligheid verweten voor het lijden in Darfur. Nadat de televisie eerst lang de blik had afgewend, laat ze nu de ene radeloze bewoner uit Darfur na de andere zijn verhaal vertellen. Organisaties als Human Rights Watch en de Internationale Crisisgroep hebben de verschrikkingen geboekstaafd, de leugens aan de kaak gesteld en de wereld gedwongen om te reageren. Kofi Annan, Colin Powell, Jack Straw en andere hooggeplaatsten zijn zelf in Darfur gaan kijken en hebben de Soedanese regering opgeroepen om zich te gedragen.

Elke maand komt er wel een Amerikaanse Congresdelegatie – Frank Wolf, Sam Brownback, Bill Frist, Jon Corzine – en bij hun terugkeer doen deze volksvertegenwoordigers wat ze kunnen om tot actie aan te zetten. Intussen komt in New York de Veiligheidsraad van de VN regelmatig bijeen om te bekvechten of er sancties moeten worden opgelegd en of het `G-woord' mag worden gebruikt.

En wat hebben al deze inspanningen opgeleverd? Ze hebben regeringen helpen overhalen de hongersnood te lenigen, maar de veiligheid van de bevolking in Darfur is er niet op vooruitgegaan. De aandacht heeft zelfs een averechts gevolg gehad en geleid tot overheidsmaatregelen die de politieke druk hebben verminderd om de moordpartijen te staken en de vluchtelingen naar huis te laten terugkeren.

Toen vier maanden geleden de belangstelling plotseling oplaaide, waren er zo'n 100.000 vluchtelingen in Tsjaad en meer dan een miljoen ontheemden binnen Darfur. Ze waren niet in staat uit Soedan te ontsnappen en zaten opgesloten in armzalige kampen. Inmiddels zijn die getallen vermoedelijk opgelopen tot respectievelijk 200.000 en 1,5 miljoen. Het geschatte dodental van 30.000 is gestegen tot 50.000. Nog altijd worden in Darfur dorpen bestookt door Soedanese vliegtuigen en Janjaweed-strijdkrachten, en nog dagelijks worden in de kampen vrouwen aangevallen terwijl ze brandhout halen. De ontwortelden zijn voorbestemd om onder de hoede van de internationale gemeenschap te blijven.

Waarom heeft de wereld, met al zijn retoriek en discussies in de Veiligheidsraad, het probleem Darfur niet weten op te lossen? Het voornaamste antwoord is heel eenvoudig: zowel grote als kleine mogendheden zetten zich alleen in om moordpartijen te beëindigen als deze hun nationale belangen schaden. Waarom zou je politieke, financiële en militaire risico's nemen als afzijdig blijven geen strategische of binnenlandse nadelen heeft?

Waarom zijn die nadelen er niet? Ten eerste omdat er niet genoeg mensen doodgaan. De geschatte 50.000 doden blijven ver onder de voorspellingen, die uiteenliepen van 300.000 tot 500.000. Het recente verleden heeft de aandachts-lat voor Afrika zeer hoog gelegd. In Congo, waar de laatste zes jaar naar schatting 3 miljoen mensen zijn omgekomen, zijn de media en de Congresleden merendeels thuisgebleven, en de regeringen hebben maar al te graag hun onverschilligheid overgenomen. Hoewel de vorige burgeroorlog in Soedan zo'n 2 miljoen levens kostte, mocht hij bijna 20 jaar door blijven gaan. Ook werd er natuurlijk niets gedaan in Rwanda, waar 800.000 mensen werden vermoord.

Ten tweede ontslaat de verstrekking van humanitaire hulp ons van andere verplichtingen. Na een onvergeeflijke vertraging overwon de wereld het verzet van Soedan om voedsel, medicijnen en plastic afdekmateriaal in Darfur toe te laten. Daardoor is het dodencijfer gedaald, maar het is wel een noodoplossing die de media op afstand houdt en de volksvertegenwoordigers en beleidsmakers in staat stelt goede daden te verrichten maar tegelijk het politieke vraagstuk te omzeilen dat de kern vormt van de verwoesting van Darfur: het wangedrag van Khartoum en in mindere mate van een rebellenbeweging, gesterkt door de overtuiging dat de Verenigde Staten aan hun kant staan. Nu we allemaal kunnen wijzen op de tientallen miljoenen dollars aan voedselhulp en gelukkig een miljoen mensen voor onbepaalde tijd in leven kunnen houden, ziet de crisis er alweer veel minder nijpend uit.

Ten derde wordt de essentie van het probleem verhuld door het bestaan van de VN-Veiligheidsraad: landen willen niet doen wat nodig is om massale sterfte in het rommelige, complexe Afrika te voorkomen. Crises als in Darfur vergen snel ingrijpen en landen zijn zich er terdege van bewust dat de Veiligheidsraad niet snel kan ingrijpen. Het is niet toevallig dat ze het probleem in de doolhof van het VN-beraad werpen, want daardoor kunnen zij de rol van brave internationale burgers spelen terwijl de Veiligheidsraad, met zijn ingebouwde veto's van Rusland en China en zijn ingebouwde verzet van wisselende leden als Pakistan en Algerije, elke serieuze actie tegen soevereine staten tegenhoudt.

Het internationale systeem is defect, althans wat Afrika betreft.

Het dodencijfer in Darfur mag tot nu toe verbleken bij dat van Rwanda, maar als volgende week 800.000 inwoners van Darfur zouden worden vermoord, zouden de afzonderlijke landen of de Veiligheidsraad als geheel daar niet snel en krachtig op kunnen reageren. Het is dan ook moeilijk ons een crisis in Afrika voor te stellen - hoe zwaar de tol aan mensenlevens ook zou zijn - die niet alleen de benodigde eensgezindheid op zou wekken om burgers te voeden maar ook om hen te redden.

Er is een moreel en politiek vacuüm in de wereld als het gaat om de bestrijding van rampen in Afrika - een vacuüm dat niet zal worden opgevuld door de hervorming van de Veiligheidsraad. Het probleem schuilt in de landen waaruit de Raad bestaat. Darfur laat zien dat toegewijde pleitbezorgers democratieën kunnen bewegen zich tegen wreedheden te kanten en ruimhartig humanitaire hulp te verstrekken. Wat zelden lukt is de machthebbers zover te krijgen dat ze een einde aan het moorden maken. Daartoe moet de roep om gerechtigheid zo luid worden dat de politici in democratische staten tot iets heel moeilijks worden overgehaald: het nemen van binnenlandse politieke risico's die niet hun onmiddellijke belangen dienen, die financieel wel eens prijzig zouden kunnen zijn en waaraan een duidelijke exitstrategie ontbreekt.

Morton Abramowitz is verbonden aan de Century Foundation. Samantha Power is schrijver van `A Problem from Hell: America and the Age of Genocide'. Zij was onlangs in Darfur.

    • Samantha Power
    • Morton Abramowitz