`Ik moet steeds aan de andere school denken'

In Beslan zijn de scholen meer dan een week na de beëindiging van het gijzelingsdrama in school nummer één nog altijd niet open. ,,De ouders zijn doodsbenauwd voor geweld tegen hun kinderen.''

En weer ging school nummer zes in het Noord-Osseetse Beslan niet van start. Het handjevol leerlingen dat zich vanochtend om half negen aan het hek vervoegde, keerde na een kort gesprekje met directrice Irina Azimova onverrichterzake terug naar huis. Misschien morgen.

,,We verwachten dat de leerlingen morgen echt weer willen komen,'' had de nog jonge, breekbare Azimova gisteren gezegd. Maar ze kwamen niet en tot overmaat van ramp had ze vanochtend vroeg een telefoontje gekregen: geen denken aan dat de lessen vandaag kunnen beginnen.

Elf dagen na de gewelddadige afloop van het gijzelingsdrama in Beslan ligt het stadje er nog geslagen bij. Vroeg in de morgen vertrekken er weliswaar wat busjes met mensen die in de Noord-Osseetse hoofdstad Vladikavkaz, een kilometer of twintig verderop, werken en gaan de winkels weer voor een paar uur open, maar in de straten heerst rouw. De meeste vrouwen gaan in het zwart, en op de ruiten van het cultureel centrum hangen nog tientallen foto's van vermisten die ook na elf dagen nog niet zijn gevonden.

,,Er spelen geen kinderen meer op de binnenplaatsen,'' zegt Galja, bij wie ik gastvrijheid geniet. Velen van hen zijn dood of gewond, sommigen worden vermist en de rest moet binnen blijven. De ouders zijn doodsbenauwd voor nieuw geweld tegen hun kinderen. Precies daarom komen er zo weinig leerlingen opdagen bij school nummer zes.

De veertienjarige Erik is er wel. Zoals het hoort op de eerste schooldag wandelt hij in een keurig zwart streepjespak en netjes gekapt het schoolplein op, zijn jongere broertje Oleg aan de hand. ,,Ik wacht de hele zomer al om weer terug te gaan naar school,'' zegt Erik. ,,Het is noodzakelijk om te leren.'' Gisteren was hij er ook al. Toen had directrice Azimova hem teruggestuurd. Nu heeft ze, met tranen in de ogen, dezelfde boodschap. ,,Jammer,'' zegt Erik.

Oleg lijkt opgelucht dat hij weer naar huis mag. ,,Ik ben een beetje bang,'' zegt hij. ,,Ik moet de hele tijd aan de andere school denken. En aan het schieten in de straten. Ik was thuis. Alle ramen rammelden. Maar mijn moeder zegt dat het niet meer zal gebeuren en dat ik weer naar school moet.''

Directrice Azimova dacht alles voor elkaar te hebben. Haar school was op explosieven gecontroleerd. Twee gewapende bewakers stonden voor de deur en ze had geregeld dat er vanochtend extra politie aan het hek zou zijn. Ze had hoogstpersoonlijk mijn documenten gecontroleerd. ,,Natuurlijk is het onplezierig om gewapende mannen op een schoolterrein te hebben,'' zei ze gisteren. ,,Maar ik hoef het aan niemand uit te leggen. De ouders willen het, er is in de gezinnen over gepraat, de kinderen weten ervan.''

Trots vertelde ze hoe zij en haar team een special programma voor de eerste dagen hadden bedacht. Geen wiskunde, taal of aardrijkskunde, de kinderen zouden alle ruimte krijgen om met hun leraar en met hun medeleerlingen te praten. ,,En we willen ze vredesles geven,'' zei Azimova.

Maar nu staat ze bleek aan de poort. Het wegsturen van de kinderen doet haar zichtbaar pijn. Ze vertelt over het telefoontje van de onderwijsafdeling van de gemeente Beslan. Uitleg had ze niet gekregen. ,,Ik weet niks. Er kan geen serieuze reden zijn, want alles is voor elkaar. Soms gebeuren er vreemde dingen.''

Later op de ochtend legt een gemeentefunctionaris uit dat de lagere scholen van Beslan weliswaar op explosieven zijn gecontroleerd, maar de kleuterscholen nog niet. En om onrust te vermijden, moeten alle scholen in Beslan op dezelfde dag beginnen. Misschien morgen, misschien ook niet.

    • David Jan Godfroid