Deegrol

Omdat mijn schoonfamilie van mening was dat ik met mijn videorecordertje in technologisch opzicht een achterstand had opgelopen, kreeg ik voor mijn verjaardag een dvd-speler cadeau. Van een nieuwe kennis die niet wist dat ik pas jarig was geweest en die in de veronderstelling verkeerde dat ik al lang over zo'n speler beschikte, kreeg ik een paar dagen later uit pure hartelijkheid een mooie dvd in de handen gedrukt: `Les Triplettes de Belleville'.

Alsof God het zo beschikt had.

Toen `Les Triplettes' vorig jaar in de bioscopen draaide kwam er telkens iets tussen, ik geraakte maar niet binnen.

Het aansluiten van de dvd-speler.

De videorecorder moest speelklaar blijven, dat was een persoonlijke eis. De gebruiksaanwijzingen van de tv, video en dvd verwezen voortdurend naar elkaar. Gebruiksaanwijzingen zijn of slecht vertaald, of geschreven door autisten. Enfin, een halve nacht, drie blikken bier en anderhalve fles wijn later was de apparatuur op elkaar afgestemd, het schijfje kon erin.

De avonturen van de wielrenner Champion, zijn grootmoeder, drie licht getikte, licht verloederde zangeressen op leeftijd (een drieling: Les Triplettes), een hond en een stelletje gangsters. Strijdtoneel: de stad Parijs, Le Tour de France en New York (Belleville). Het goede overwint ten slotte. Ademloos heb ik gekeken.

In het menu extra – dat heeft een videoband niet – koos ik voor een toelichting van de maker van de film, Sylvain Chomet. Chomet zegt dat de film opgevat kan worden als een manifest, dat er ook tekenfilms gemaakt kunnen worden voor volwassenen. Dat de personages, hoe karikaturaal ook neergezet, voor de kijker herkenbaar en `uit het leven gegrepen' zijn. Ik ben kijker, maar ook ex-wielrenner. Is Champion herkenbaar neergezet?

Champion is ongeproportioneerd. Zijn bovenlichaam is dramatisch onderontwikkeld, zijn benen zijn superontwikkeld. Als hij van zijn fiets stapt, kan hij nauwelijks lopen, vergroeid als hij is met zijn fiets. `Als ze van hun fiets stappen zijn ze verloren, timide en ongerust', zegt Chomet over de wielrenner. Hoe fraai en juist is deze observatie. Chomet zegt verder dat hij paardentrekjes verwerkt heeft in zijn wielrenners, paardentrekjes die hij zich herinnerde van een bezoek aan een renbaan in zijn jeugd: `Dat ze tegelijk die erg viriele kant hadden, én die zacht vrouwelijke kant in hun blik'.

Had ik dat ook?

Terug naar de film, naar het begin van de film. In Parijs wordt de kleine Champion grootgebracht door zijn grootmoeder. Grootmoeder krijgt in de gaten dat de introverte jongen belangstelling heeft voor de koers. Ze schenkt hem een driewieler. De driewieler wordt een koersfiets.

Grootmoeder ontpopt zich als trainster, soigneur, diëtiste, coördinatrice, bobo, en steun en toeverlaat. Ze knijpt hem af. Uit liefde.

Ontroerend is de scène waarin ze Champion masseert. Voor zijn kuiten gebruikt ze een mixer, voor zijn rug een grasmaaier. Dát moet Chomet bedoelen met herkenbaarheid. Als jong wielrenner werd ik dan wel niet gecoached door een grootmoeder, maar ik herinner me dat ik na een hachelijk verlopen koers de melkzuurknopen uit de bovenbenen placht te verwijderen met behulp van een deegrol.