Campert onwel na verjaardagsfeest

Remco Campert is gisteravond aan het einde van een feestavond ter ere van zijn 75ste verjaardag onwel geworden en in het ziekenhuis opgenomen. Rond middernacht werd hij met een ambulance vanaf De Kleine Komedie, waar zijn verjaardag werd gevierd, naar een ziekenhuis in Amsterdam gebracht. De schrijver is daar vandaag voor onderzoek gebleven, hoewel het volgens zijn uitgever De Bezige Bij inmiddels weer redelijk met hem gaat.

Dichter, schrijver en columnist Campert had lange tijd de pers te woord gestaan, na een serie optredens te zijner ere die van acht tot tien duurden. Tegen kwart voor twaalf, toen het iets rustiger werd, zakte hij plotseling in elkaar en raakte hij buiten kennis. In de minuten die volgden werd voor Camperts leven gevreesd. Zijn vrouw Deborah Wolf, de schrijvers Kees van Kooten, Gerrit Komrij, Jan Wolkers en medewerkers van de uitgeverij zagen met ontzetting dat de schrijver nergens meer op reageerde. Er was op dat moment geen arts aanwezig.

Nadat omstanders hartmassage en mond-op-mondbeademing hadden gegeven, kwam Campert weer bij bewustzijn. ,,De dichter is gevallen'', constateerde hij. Ondersteund door twee mensen werd hij naar de ambulance gebracht, die binnen tien minuten ter plaatse was. Daar werd hij uitgebreid onderzocht, alvorens naar het ziekenhuis te worden vervoerd.

Aan het begin van de middag meldde De Bezige Bij dat het naar omstandigheden goed gaat met de schrijver. ,,Hij maakt alweer grapjes'', aldus een woordvoerster. Wat Campert precies overkomen is, moet nog blijken uit nader onderzoek.

Er waren gisteravond ruim driehonderd liefhebbers op de viering van Camperts verjaardag, die eigenlijk op 28 juli j.l. al 75 werd. De avond werd gepresenteerd door mede-Volkskrantcolumnist Jan Mulder. Er waren optredens van het Piet Noordijk Quintet en van bevriende dichters als Rudy Kousbroek en Mustafa Stitou. Campert zelf sloot de avond af met zijn verhaal over een bezoek aan Barcelona, waar hij zich niet goed verstaanbaar kan maken in het Spaans. Zijn slotwoorden: ,,Tot zoens.'' Later meldde Kees van Kooten dat Campert dat zinnetje ook in de ambulance tegen hem uitsprak.

Na het feest verzamelden de gasten zich in de kleine foyer van De Kleine Komedie. Aan deze krant vertelde Campert toen ,,hevig ontroerd'' te zijn geweest door een oude filmopname van zijn moeder uit de Avro-documentaire `Literaire Ontmoetingen' uit 1964, die de Avro toen weigerde uit te zenden omdat Campert zijn gedicht 'Niet te geloven' erin voorlas, waarin het woord 'naaien' voorkomt. Hans Keller had de beelden voor het feest opnieuw gemonteerd. Camperts moeder, Joekie Broedelet, citeert een vroege versregel van haar zoon, `De oceaan is de vijand der matrozen', en vertelt hoe hij op 10 mei 1940, het begin van de Tweede Wereldoorlog, haar slaapkamer binnenkwam, en zei: `Ik vind er niks an.' Broedelet: ,,Dat was z'n eerste understatement.'' Campert had het fragment nooit eerder gezien. ,,Ik herkende veel van mij in haar, meer nog dan ik in mijn vader herkende.'' Campert vertelde veel energie kwijt te zijn door alle festiviteiten. ,,Ik wil hier eigenlijk niets mee te maken hebben. Hierna ga ik lange tijd in retraite. Ik ga niet in een klooster hoor, ik wil alleen even geen optredens meer.''