Bostridge en Quasthoff eensgezind op liederenavond

Voor het eerst wordt de `Carte Blanche'-serie in het Amsterdamse Concertgebouw geprogrammeerd door een tweemanschap: de Engelse tenor Ian Bostridge en de Duitse bariton Thomas Quasthoff. De zangers, beiden in de wereldtop, begonnen met een liederenavond. De serie van vijf concerten wordt in februari hervat en eindigt in juni. Dan begeleidt het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden Brittens War Requiem, in 1962 gecomponeerd voor de inwijding van de nieuwe kathedraal van Coventry. De oude werd in de oorlog geruïneerd door Duitse bombardementen.

Tussen Bostridge en Quasthoff kwam het meteen al tot Engels-Duitse uitwisseling en verbroedering, uitstekend begeleid door de pianist Julius Drake. Bostridge zong Schumann. En Quasthoff, die Vaughan Williams zong, was zó in Engelse sfeer dat hij op een piepende mobiele telefoon reageerde met ,,Can you put that off?''

Gezamenlijk zongen Quasthoff en Bostridge duetten die Britten maakte naar liederen van Purcell. En zeer eensgezind klonken hun toegiften van Brahms, vooral het smartelijk gezongen O die Frauen.

Maar de contrasten waren aanvankelijk aanzienlijk. De Zwölf Gedichte (1840) van Schumann zijn extreme hoogromantiek, en Bostridge gaf niet alleen vocaal optimaal gestalte aan de uitgelaten bravoure en het wanhopige leed. Met zijn lange, frêle gestalte wankelde hij soms langs de vleugel, zoals de man op het schilderij van Caspar David Friedrich aan de afgrond staat. Dan leek aan het slot van een treurig lied zijn nek gebroken, al zong hij toch nog door.

De Songs of Travel (1901-04) van Vaughan Williams zijn verlate en typisch Engelse varianten van de `Wanderlieder', veel minder extreem, her en der in de `folksong'- stijl, gepolijster en lyrischer. Quasthoff excelleerde in beeldende vertolkingen. Bright is the Ring of Words klonk zelfs als klokgelui.

Concert: Carte blanche voor Ian Bostridge en Thomas Quasthoff; piano: Julius Drake. Gehoord:12/9 Concertgebouw Amsterdam.

    • Kasper Jansen