Banken: herstel economie intact

Het herstel van de wereldeconomie gaat door, ondangs de invloed van de gestegen olieprijzen. De hoge energieprijzen vergen wel dat centrale banken waakzaam moeten zijn voor oplopende inflatie.

Met die boodschap verlieten de centrale bankiers van de belangrijkste tien landen in financieel opzicht, de G10, gisteren hun reguliere vergadering in het Zwitserse Bazel. De bankiers beschouwen de economische vertraging van deze zomer als een tijdelijke pauze in een trend van stijgende economische groei, aldus Jean Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank.

Hij voegde daar wel aan toe dat de olieprijzen, die nog steeds rond 40 dollar fluctueren, fundamenteel te hoog zijn. Trichet riep andermaal namens de verzamelde centrale banken op tot het bereiken van een lager prijsniveau. Deze week komen in Wenen de leden van de OPEC, de olie-exporterende landen, bijeen om te praten over het eventueel bijstellen van de productieniveau's van olie.

De optimistische toon van de G10 over de wereldeconomie leidde er bij waarnemers toe te verwachten dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn groeiraming voor de wereldeconomie eind deze maand opwaarts zal bijstellen. In de vorige World Economic Outlook in april ging het IMF uit van een mondiale groei van 4,6 procent. De volgende Outlook wordt morgen over twee weken gepresenteerd aan de vooravond van de IMF-jaarvergadering in Washington.

Dit weekeinde bleek dat ook de Europese Commissie haar groeiraming voor 2004 heeft verhoogd. Eurocommissaris Almunia (Economische en Monetaire Zaken) maakte dat bekend tijdens het zogenoemde Ecofin-beraad van ministers van Financiën van de EU in Scheveningen. De Commissie verwacht nu dat de Europese economie dit jaar met 2 procent zal groeien, tegen een eerdere raming van 1,7 procent.

De hogere groeiverwachting van de Europese Commissie is vooral gebaseerd op de toegenomen export in het eerste half jaar. De binnenlandse vraag in de EU blijft over het algemeen relatief zwak. Een al te groot optimisme is volgens Almunia echter niet op zijn plaats, vooral door de invloed van de hogere olieprijzen.