Verkettering kapitalisme bij `Pablo' eentonig

De Duitsers blijven massief theater maken, of de spelers en regisseurs nu afkomstig zijn van de Volksbühne in Berlijn, de Münchener Kammerspiele of het Staatstheater uit Stuttgart. Het is of de voorstellingen altijd naar de aarde worden getrokken. Een Duitse uitvinding is ook de dramaturg: de begeleider op intellectuele en theaterwetenschappelijke wijze. In de Rotterdamse Schouwburg is deze maand veel theater van de Volksbühne uit Berlijn te zien, het voormalige pronkjuweel van de DDR en Bertolt Brecht. Lichtheid was nooit het handelsmerk van de Volksbühne en in de nieuwe koers die het gezelschap vaart met regisseurs als Hans Castorf en René Pollesch is dat evenmin het geval.

René Pollesch (1962), sinds 1998 verbonden aan de Volksbühne, afficheert zichzelf als schrijver van de theaterteksten die hij regisseert. Maar van enige dialoog is geen sprake, die ervaart hij als ouderwets. Het gevolg is dat in zijn wilde, met veel punk en disco gelardeerde voorstelling Pablo in der Plusfiliale alles nieuw moet zijn. De voorstelling speelt zich merendeels af op een reusachtig videoscherm, waar de toeschouwer kennismaakt met de uit Brazilië afkomstige, goedige Pablo die als illegale werknemer in de Plusmarkt, een Aldi-achtige supermarkt, werkt. Hij leeft met enkele gezinsleden in een armoedige container. Twee supermooie, langbenige meiden komen hem daar verleiden en zijn leven overhoop schoffelen. Ze doen dat met een overweldigende flair. De tweede container doet dienst als speelvloer, maar daar wordt vooral geschreeuwd, gezongen, gedanst en uitverkoop gehouden.

De voorstelling is, in de traditie van de Volksbühne, een protest tegen het kapitalisme. Pollesch ontleent zijn teksten niet aan zijn creativiteit, maar neemt ze over uit sociologische en economische beschouwingen. Dat levert ingewikkelde, abstracte frasen op over het `neoliberalisme', koopzucht en de `suburban hell' die de hedendaagse tijd kenmerken. Meesterlijk is zijn grimmige uitval tegen malafide supermarktketens als Aldi en Lidl. In onrustige, schetterende beelden volgt de camera de actrices in deze uit zijn voegen barstende voorstelling.

Maar gaandeweg wordt het te veel. Pollesch kent geen grenzen en de uitvoering verliest zich in herhalingen. De video creëert afstand tussen spel en toeschouwer, die allengs murw wordt van zoveel kapitalistische hel. Voor geld is alles te koop; seks, een wc-borstel, een kinderbadpak. De Rotterdamse Schouwburg argumenteert deze keuze in contrast tot Nederlands theater, dat te `braaf' is. Pablo in der Plusfiliale is niet braaf, wel eentonig. Van tevoren legde dramaturge Aenne Quiñones uit waar Pablo over zou gaan. Maar ze kwam er niet uit, evenmin als de interviewster, die op pijnlijke wijze elke kennis van het Duits ontbeert. Het leidde tot nutteloos gestamel. Dat was een slechte opmaat voor Pablo in der Plusfiliale. De onstuimige vaart die Pollesch en zijn gezelschap teweegbrengen is boeiend, maar wat Pablo mist is rust en intimiteit, ja, een ontroerende dialoog bijvoorbeeld. Voor overdaad aan beelden en lawaai schrikt de Volksbühne niet terug, wel voor stilte en subtiliteit. Het is daarom ook gemakzuchtig, alsof een verstild tweegesprek op voorhand al verboden is. Dat is natuurlijk niet zo.

Voorstelling: De Internationale Keuze: Pablo in der Plusfiliale door Volksbühne. Regie: René Pollesch. Gezien: 12/9 Rotterdamse Schouwburg. Herh. 13 en 14/9 aldaar. Inl.: 010-4118110, www.rotterdamseschouwburg.nl.

    • Kester Freriks