Verdachte van moord opvanghuis wijst tbs-advies af

De rechtbank in Haarlem heeft maandagmorgen de rechtszaak tegen de 37-jarige M.B. uit Apeldoorn aangehouden voor getuigenverhoor. De man heeft bekend dat hij op 12 maart dit jaar zijn 32-jarige echtgenote heeft doodgeschoten in de buurt van het blijf-van-mijn-lijf-huis in Koog aan de Zaan.

Op verzoek van de verdachte en zijn advocaat, M. van Stratum, die vandaag inviel voor B.'s vaste raadsman A. Moszkowicz, gaat de rechtbank twee deskundigen van het Pieter Baan Centrum horen als getuige. B. is het niet eens met de manier waarop hij door de onderzoekers in hun rapport wordt beschreven. Ook is hij het oneens met hun advies aan de rechtbank om hem tbs met dwangverpleging op te leggen.

Daarnaast gaf de rechtbank toestemming om een vertegenwoordiger van het blijf-van-mijn-lijf-huis in Koog aan de Zaan te horen als getuige bij de rechter-commissaris. Deze vertegenwoordiger heeft een brief geschreven over de contacten tussen de verdachte en het slachtoffer, die plaatsvonden gedurende de periode die de vrouw in het opvanghuis doorbracht. De brief zit in het dossier van de rechtbank.

Advocaat Moszkowicz zei in juni voor de Haarlemse rechtbank tijdens de zogenoemde regiezitting dat B. tot het laatste moment heeft geprobeerd zich met zijn vrouw te verzoenen om op die manier het contact met zijn drie kinderen te herstellen. De vrouw zou echter hebben gezegd dat de verdachte zijn kinderen voorlopig niet mocht zien. Daarop zou de verdachte een vuurwapen hebben gepakt en op zijn echtgenote hebben geschoten.

Het gaat volgens de advocaat dan ook om een een impulsieve daad en niet om een zogenoemde eermoord. Door te trachten te ontkrachten dat zijn cliënt zijn echtgenote doelbewust zou hebben doodgeschoten, wil Moszkowicz tevens ontzenuwen dat de actie van zijn cliënt, Turks van afkomst, een daad van eerwraak is geweest. Eerwraak wordt in Nederland zwaar gestraft, omdat er dan sprake is van moord met voorbedachten rade.

Wanneer de zaak inhoudelijk wordt behandeld, is op dit moment nog niet bekend. De verdachte moet in ieder geval binnen drie maanden opnieuw voor de rechtbank verschijnen.