Stapels informatie verlammen de tweede kamer... maar elke vraag leidt tot antwoord... beeldvorming is allesbepalend

Het moet een vermakelijke foto geweest zijn. Gerd Leers, destijds nog Kamerlid voor het CDA en woordvoerder Verkeer en Waterstaat, naast de stapel rapporten en brieven over de Betuwelijn. De stapel torende boven de CDA'er uit. Leers, tegenwoordig burgemeester van Maastricht, gebruikte dit beeld eind jaren negentig om zijn onmacht aan te geven in de debatten over de Betuweroute. Uit zo'n berg informatie valt simpelweg niet meer de kern van de discussie te filteren, vertelde Leers tijdens de verhoren voor de tijdelijke commissie infrastructuurprojecten, de commissie-Duivesteijn, vorige week.

Het geweeklaag van (oud)-Kamerleden over de hoeveelheid informatie die er bij de zogenoemde grote projecten (zoals de Betuweroute en de hogesnelheidslijn) over hen wordt heengestort door de verantwoordelijke departementen, was de afgelopen twee weken niet van de lucht. Treffend wat dat aangaat waren ook de woorden van oud-Kamerlid Jaap Jelle Feenstra (PvdA). Hij vertelde dat de Kamer, als tegenwicht aan al het departementale rapporten-geweld, ook een eigen onderzoek wilde laten doen naar de Betuweroute. De zoektocht naar een bureau dat nog geen enkele opdracht met betrekking tot de goederenspoorlijn had gedaan, was ingewikkeld. Uiteindelijk wist de Kamer na weken zoeken één bureau te vinden dat de opdracht kon uitvoeren. De rest had al `geleverd'.

De voorbeelden van de afgelopen weken zijn exemplarisch voor een meer algemene klacht van de Kamer: zij kunnen amper op tegen de 100.000 rijksambtenaren in dienst van de departementen. De Kamer moet meer slagkracht hebben om zich te verweren, is dan steevast de conclusie.

En dus is er de afgelopen jaren een verificatiebureau opgericht, werkt het presidium aan een voorstel van Kamerlid De Nerée (CDA) om een Raad voor Economisch Advies aan de Kamer te koppelen en klinkt met enige regelmaat de wens om meer parlementaire onderzoeken en enquêtes (in de speciaal daarvoor gebouwde enquêtezaal) om echt de onderste steen boven te krijgen.

Het bezwaar dat met een uitbreiding van de slagkracht van de Kamer bureaucratie met bureaucratie bestreden wordt, vindt maar weinig weerklank in de Kamer. Als je je taak als controleur serieus neemt, moet je ook voldoende uitgerust zijn om die taak waar te kunnen maken, meent de Kamer. En dat betekent: meer mensen in dienst van de Kamer.

Onzin, meenden enkele andere getuigen afgelopen weken bij de commissie Duivesteijn. Als mondige burgers in hun vrije tijd hele onderzoeken kunnen doen naar nut en noodzaak, haalbaarheid en rentabiliteit van grote projecten, dan moet een Kamerlid dat zeker kunnen, zo was hun stelling. Met name mevrouw Wolvers van de stichting Hoogmade, die zich tegen de hogesnelheidslijn door het Groene Hart verzette, kwam als uiterst deskundig naar voren. Aan de hand van eigen berekeningen (,,ik ben natuurkundige en wiskundige'') toonde zij al jaren geleden aan dat de trein nooit 300 kilometer per uur zou kunnen rijden tussen Rotterdam en Schiphol, tunnel of niet. Maar de Kamer moet de informatie wel tot zich wíllen nemen, en daar ontbreekt het nogal eens aan.

Hoe dan ook, de Kamer heeft het veelal aan zichzelf te danken dat ze overstelpt wordt met informatie. Toen het parlement enige jaren geleden de herziening van het belastingstelsel behandelde, wisten de gezamenlijke fracties alleen in de eerste schriftelijke ronde maar liefst 2.269 vragen te stellen aan het ministerie van Financiën. Het departement draaide overuren, en leverde enkele dagen voor de parlementaire behandeling een pakket van enkele honderden pagina's met antwoorden in bij de Kamer. En keken de Kamerleden vervolgens naar de antwoorden? Wie de mondelinge behandeling van de stelselherziening gevolgd heeft kreeg de indruk van niet. Veel van de schriftelijk gestelde én beantwoorde vragen kwamen letterlijk terug in de mondelinge behandeling.

Kamervragen zijn over het algemeen ook helemaal niet bedoeld om informatie in te winnen, maar om politiek mee te bedrijven. Uit een vorige week verschenen onderzoek van communicatiebureau Pauw Sanders Zeilstra Van Spaendonck blijkt dat de Kamerleden hun vragen nog veelal baseren op berichten in kranten. Niks diepgaande en gedetailleerde vragen over ingewikkelde wetsvoorstellen, niks ook vragen over technische kwesties. Nee, scoren lijkt het belangrijkste motief.

In het onderzoek komt Kamerlid Joost Eerdmans aan het woord. Deze LPF'er doet een boekje open over zijn tijd als factiemedewerker van Kamerlid Hans Hillen (CDA). Eerdmans vertelt hoe er destijds binnen het CDA werd gedacht over het belang van Kamervragen. Volgens Eerdmans zei Hillen: ,,Gooi die antwoorden maar weg, we staan toch al in de krant.''

Dat de vraag slechts dient ter meerdere glorie van de vraagsteller, blijkt ook uit de voorbereidingen op de hoorzittingen die het Europees Parlement eind deze maand en begin oktober houdt met de kandidaat-commissarissen voor de Europese Commissie. Voordat de commissarissen oog in oog komen te staan met de leden van het Parlement kunnen de afgevaardigden schriftelijke vragen indienen. Dat is de afgelopen tijd gebeurd. Op hun beurt zullen de commissarissen deze ook schriftelijk beantwoorden.

Als het aantal vragen maatgevend is voor de interesse van de afgevaardigden, hoeft de Nederlandse commissaris Neelie Kroes de komende tijd weinig te vrezen. Zij kan straks megafusies in het bedrijfsleven maken of breken. Zaken die bedragen met een heleboel nullen kunnen betreffen, om de terminologie van Kroes te gebruiken. Maar vanuit het Parlement kreeg de kandidaat-commissaris voor mededinging niet meer dan zeven schriftelijke vragen voorgelegd.

Nee, dan de Italiaan Rocco Buttiglione die zich met Justitie en Veiligheid gaat bezighouden. Bij hem zijn 46 schriftelijke vragen gedeponeerd. De Belg Louis Michel (Ontwikkelingshulp) heeft 25 vragen gekregen, terwijl de Maltees Joe Borg (Visserij) 14 vragen heeft te beantwoorden.

Het is duidelijk: de portefeuille mededinging die qua importantie binnen de Commissie en door de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie alom als een sleutelpost wordt beschouwd, krijgt diezelfde waardering niet bij de europarlementariërs. Blijkbaar `scoort' mededinging politiek niet. Of nog niet? Straks is er immers Neelie.

De Tweede Kamer debatteert deze week over de ophef over de beloning van topambtenaren van het ministerie van OCW. Ook staat het laatste deel van de initiatief-Grondwetswijziging op de agenda. De Kamer debatteert tevens over de wet financiële dienstverlening.