Prinses krijgt handen terug

In 1981 werden de handen van Alexandra Paulowna uit haar graf gestolen. Afgelopen zaterdag werd de prinses – mét haar teruggevonden handen – in Hongarije herbegraven.

Met de herbegrafenis afgelopen zaterdag van prinses Alexandra Paulowna kwam voor een ochtend het oude Europa tot leven. Hongaarse huzaren in groene attila's hielden de wacht voor de kapel. Russisch-orthodoxe priesters bogen en kusten het fluweel waaronder de gebalsemde prinses ligt. De rijzige kardinaal, leider van de Hongaarse katholieke kerk, zat in de schaduw onder de kastanjeboom gebroederlijk naast de grijsgebaarde kosmopoliet van de Bulgaars-orthodoxe kerk en de kosmopoliet uit Roemenië. Behalve de patriarch van de Russische orthodoxe kerk die op het laatste moment verhinderd was, leek het erop dat niemand een familiereünie van de Habsburgers en de Romanovs wilde missen.

Alexandra Paulowna Romanov, dochter van tsaar Paul I Petrovich van Rusland en het oudere zusje van Anna Paulowna, overovergrootmoeder van koningin Beatrix, werd in 1799 op zestienjarige leeftijd verbonden aan Jozsef Habsburg, aartshertog van Oostenrijk en onderkoning van Hongarije. Het was een zuiver politiek huwelijk; het paar werd in elkaars armen gedreven door Napoleon die Oostenrijk had aangevallen. Om hem het hoofd te bieden leek het de Habsburgers dienstig de banden met Rusland aan te halen. Geduld en juiste huwelijken waren altijd al het geheime wapen van de Habsburgers.

Het aardige was dat, volgens de overlevering, Jozsef en Alexandra verschrikkelijk verliefd werden toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten. De kapel die Jozsef voor Alexandra bouwde nadat zij op haar achttiende bij de bevalling van haar eerste kind stierf is in ieder geval mooi, op een heuvel met uitzicht op het Pilisgebergte. Van binnen heeft het de mythische Russisch-orthodoxe schittering van goud en ikonen, van buiten is het een solide, strenge tempel uit lokale stenen: zandsteen, kalksteen en rood marmer.

De kapel ligt in een dorpje Uröm ten noordwesten van Boedapest. Alexandra maakte vaak tochtjes naar het dorp en wilde er een paleis bouwen. Op haar sterfbed zei ze haar echtgenoot dat zij daar begraven wilde worden. En zo geschiedde. Het dorp is haar er dankbaar voor – althans de kleine, stevige burgemeester, die verkozen is door alle dorpelingen voor de verkiezingen een zak met aardappels te geven, gloeit van trots dat hij voor een dag de Romanovs en de Habsburgers mag fêteren. De dorpsmeisjes staan in klederdracht aan weerszijden van het pad dat naar de kapel leidt, aan elke lantaarnpaal van het dorp hangt de Hongaarse vlag en de hoeveelheid politie die op de been is is een vergadering van OPEC-ministers waardig.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de kapel veronachtzaamd. De ramen werden ingegooid, het gras stond hoog, de taxusstruiken groeiden uit tot rastakapsels, de kapel werd geplunderd en in 1981 stalen een stel zieke geesten de handen van Alexandra. De Habsburgers brachten uit veiligheid het gebalsemde lichaam van de onthande Alexandra naar de familiecrypte onder de burcht van Boeda.

Een elders verdacht gravende man leidde naar een huis in Boedapest met twee kamers tjokvol botten en in ontbinding verkerende lichaamsdelen. In de niet te harden stank en de berg ledematen werden de twee gebalsemde handen van Alexandra teruggevonden.

Nadat de Russische orthodoxe priesters en het Russische koor prachtig, en vrij lang, hebben gezongen, speecht Dimitri Romanov. Hij zegt dat Alexandra de Hongaren een glimlach heeft gebracht. Dan leest Jozsef Habsburg, als oudste van de Habsburgers, voor uit brieven van Alexandra. Dan komt de Russische ambassadeur, een klein kaal bulldozertje, die een portret van Alexandra aanbiedt.

Ten slotte wordt de lerares van het dorpsschooltje naar voren geroepen. De Russische ceremoniemeester helpt het oude vrouwtje naar voren als iemand die naar het executiepeloton wordt gesleept. Zij is klein, grijs, zij heeft altijd alle kinderen van het dorp geleerd dat er goed voor de kapel gezorgd moet worden, zij is het geweten van Uröm. Ze krijgt een onderscheiding van de orde van Alexandra Paulowna opgespeld. Ik kijk naar de intense uitdrukking op haar gezicht en besef: dit is hét moment van haar leven.

    • Jaap Scholten