Paardenmiddelen

De angst voor terrorisme, de opkomst van Big-Brothermethoden als telefoontaps, infiltratie en observatie, stroomlijning van de rechtspleging en het afknijpen van de rechtshulp, angst voor de medemens zoals veelplegers en andere riskante personen. Het wordt steeds verleidelijker om te zeggen dat de rechtsstaat wankelt, zo merkt de Nijmeegse hoogleraar strafrecht Buruma op in de jongste kroniek strafrecht van het Juristenblad. Hij vindt dat ,,weinig zinnig''. De burger kan zich beter concentreren op zijn eigen rol. ,,Hoe meer we van Staat en strafrecht verwachten, des te meer dragen we er zelf aan bij dat de Staat tegen ons optreedt.''

Deze visie levert een interessant vraagteken op bij het pakket nieuwe maatregelen voor de terreurbestrijding dat het kabinet vrijdag aankondigde. De mogelijkheden voor justitie, politie en veiligheidsdienst om op te treden, ook als nog geen sprake is van strafbare feiten, worden aanmerkelijk verruimd. De ministers geven zelf toe dat dit meer lijkt op het overheidsoptreden ten tijde van oorlog of tijdens een noodtoestand dan op het reguliere strafrecht. We moeten natuurlijk afwachten wat er precies wordt voorgesteld, maar de grensvervaging is griezelig. Is de situatie in Nederland werkelijk zo ernstig dat dergelijke paardenmiddelen onontkoombaar zijn? De reactie van minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD): u zou eens moeten zien wat er aan kritiek komt als er wél iets gebeurt en wij deze maatregelen niet hebben genomen.

De rechtstaat verdient beter dan zo'n verklaring uit het ongerijmde. De minister doet trouwens alsof er de afgelopen tijd al niet een hele serie aanscherpingen van de strafwet tot stand is gekomen, die tot het randje gaan. De Wet terroristische misdrijven is nog geen drie maanden oud. Zou die dan nu al tekortschieten? De voorzitter van de keurige Juristenvereniging vond het de afgelopen zomer nodig in de traditionele jaarrede een protest te laten horen tegen de klacht dat de overheid met lege handen staat. Een zakelijke analyse leert dat het volstrekt niet zo is dat de benadering van potentiële verdachten wordt gekenmerkt door voorzichtigheid en terughoudendheid wanneer het om zware criminaliteit gaat.

Minister Donner (Justitie, CDA) krijgt ook nog eens speciale bevoegdheden om Schiphol te sluiten, wegen af te zetten en andere noodmaatregelen te treffen. Op zichzelf is het goed daarin te voorzien, maar waarom juist deze minister? Daadwerkelijke ordehandhaving is eerder het terrein van de minister van Binnenlandse Zaken. Een minister van Justitie moet juist afstand bewaren van de waan van de dag. Het was al vreemd dat Donner werd aangewezen als coördinerend bewindspersoon voor de terreurbestrijding, maar daarin kon nog het primaat van het strafrecht – en niet het noodrecht – worden gezien. De nieuwe bevoegdheid van Donner maakt het in elk geval een stuk begrijpelijker waarom hij deze zomer opeens een balletje opwierp over een fusie van politie en justitie, van Binnenlandse Zaken en zijn eigen departement.