Onafhankelijk denkende Arabist

Professor Jan Brugman, dinsdag op 81-jarige leeftijd overleden, was van 1961 tot 1981 hoogleraar Arabische taal en cultuur vooral van de nieuwere tijd aan de Universiteit van Leiden. Van 1948 tot 1959 had hij in de buitenlandse dienst gewerkt, op de ambassade in Kairo. In die Egyptische periode werkte hij ook aan zijn promotieonderzoek, over de betekenis van het islamitisch recht in het hedendaagse Egypte.

Na zijn terugkeer in Nederland kwam zijn promotie en vervolgens zijn benoeming tot hoogleraar. In de volgende vijfentwintig jaar werd zijn voornaamste wetenschappelijke werk gepubliceerd: een Arabische vertaling van Aristoteles, de op één na laatste drie delen van de in 1936 begonnen Concordance et Indices de la Tradition Musulmane, een werk over de moderne Arabische literatuur in Egypte; en kortere werken.

Brugmans naam zou niet zoveel mensen vertrouwd zijn of bekend voorkomen als hij zich beperkt had tot academische publicaties. In de jaren van zijn hoogleraarschap publiceerde hij in verscheidene bladen en praatte hij mee op televisie, meestal (niet altijd) over politiek en cultuur in het Midden-Oosten. Hij was een van de weinigen met achtergrondkennis van Arabische landen. In de periode dat de publieke opinie en bloc aan de kant van Israël stond, toonde hij soms een heroïsche allure en werd hij nogal eens beledigd en bedreigd. Als hij niet zo duidelijk en doordacht had geklonken en niet onmiskenbaar zoveel meer had geweten dan zijn lezers en luisteraars zou hij weggewuifd zijn. Dat ging niet. De meesten vonden hem verhelderend.

Wie wil ervaren hoe hij te werk ging hoeft maar een van zijn artikelen en essays op te slaan in zijn laatste gepubliceerde bundel Het Raadsel van de multicultuur (1998). Zijn twintig pagina's over `De shariáh als rechtssysteem' geven een indruk van hoeveel er te begrijpen is en hoever de kennis van Brugman zich uitstrekte.

Hij had al eerder heftige tegenstand gewekt, het sterkst met zijn `De illusie van de ontwikkelingshulp' in het Hollands Maandblad in 1968. ,,Een land dat afhankelijk is kan niet welvarend worden door ontwikkelingshulp. Ontwikkelingshulp is een lapmiddel, dat de kwaal verergert omdat de werkelijke genezing erdoor wordt uitgesteld.'' In het volgende nummer kwamen zes geschoolde opponenten aan het woord. Zij werden stuk voor stuk zorgvuldig beantwoord, en een maand later voegde Brugman er een nawoord aan toe waar de lezer zich nog steeds in betrokken kan voelen.

Hij bleef tot het laatst toe goed in het ontzenuwen van gangbare opinies, de ouderwetse net zo goed als de modieuze. Wie hem in zijn voorlaatste jaren gekend heeft, kan nog zijn onderzoekende, ongelovige glimlach oproepen, en de toon waarop hij zijn opinies toetste aan die van misschien minder kritische gespreksgenoten.

    • J.J. Peereboom