Het tijdperk Verdonk/Hirsi Ali

En nu moet ik toch even college geven, omdat ik merk dat mensen tamelijk vergeetachtig zijn. Om dit college voor te bereiden nam ik wat oude kranten door, want ik ben ook vergeetachtig, en tot mijn schrik merkte ik dat het intellectuele niveau van de discussie over culturen, over het Westen en de Islam, over traditie en moderniteit of over universalisme en relativisme, amper tien jaar geleden flink hoger lag. Ik ben niet eens zo oud en nu al heb ik het gevoel dat vroeger alles beter was.

Laten wij teruggaan naar de tijd van de komst van de gastarbeiders en Surinamers, midden jaren zeventig. Toen was er nog geen discussie. In een krant als De Telegraaf werd zo nu en dan melding gemaakt van misstanden, zoals messentrekkende Surinamers of vuilniszakken die van vier hoog naar beneden werden gegooid, maar echt gediscussieerd werd er niet.

Het was de tijd van Den Uyl en de sociaal-democratie had nog de illusie dat ze over zouden gaan, de misstanden. Geef mensen behoorlijke woningen (en laten we niet vergeten dat in die tijd nog woningnood heerste, en dat Nederland desondanks de migranten meer dan voorbeeldig opving in nette huizen, vooral in de Bijlmermeer, waardoor wantoestanden als in Brixton of Parijs werden voorkomen, laten we onze ambtenaren van Volkshuisvesting de eer geven die hun toekomt), geef ze fatsoenlijke uitkeringen en eigen welzijnsorganisaties, die zo nu en dan een braderie organiseren met volksmuziek en breed lachende vrouwen in traditionele kledij, en alles zou goedkomen.

Die welzijnsorganisaties waren creaties van de overheid, ambtenaren deden zaken met `woordvoerders', migranten die net genoeg Nederlands kenden om subsidieaanvragen in te indienen. De kwestie van integratie zou stilletjes worden opgelost door ambtenaren, welzijnswerkers en zelfbenoemde zaakwaarnemers.

Toen kwam, in 1989, de Rushdie-affaire. Een paar gekscherende opmerkingen over de profeet Mohammed in zijn roman De Duivelsverzen kwamen Salman Rushdie te staan op een terdoodveroordeling door het fundamentalistische moslimregime in Iran. De intellectuelen, in het Westen én in het Oosten, reageerden furieus. Er ontstond een serieus debat tussen relativisten en universalisten: de eersten vonden dat men `begrip' moest opbrengen voor de gevoelens van moslims, de laatsten vonden dat de vrijheid van kunst- en meningsuiting universele geldigheid had.

De relativisten verloren het debat ruimschoots. Zelfs ik, tot dan toe een verstokte politiek-correcte relativist, zag in dat de fatwa van Khomeiny niet te verdedigen was. Ik was een jonge bekeerling die het vurig voor Rushdie opnam, op grond van waarden die volgens mij waarlijk universeel waren. Universeel als in: van iedereen, voor altijd.

De discussie was nauwelijks uitgewoed of er kwam een variant op het universalisme tevoorschijn. Frits Bolkestein poneerde de gedachte dat de universele waarden feitelijk Westerse waarden waren en dat het Westen de opdracht had die uit te dragen. Het was een absurde, koloniale zienswijze, waarbij het universalisme `particulier' werd gemaakt. Westerlingen hebben de universele waarden in pacht, en dat dit een contradictio in terminis is, viel bijna niemand op.

Hoeveel invloed dit werkelijk had op het overheidsbeleid ten opzichte van buitenlanders is moeilijk in te schatten. Er moest bezuinigd worden en de welzijnsinstellingen gingen eraan, gelukkig, maar van wezenlijke verandering was geen sprake. Het was dan ook volstrekt overbodig dat iemand opmerkte dat migranten hier `doodgeknuffeld' werden. Ze werden juist niet geknuffeld, men heeft ze een paar jaar links laten liggen, letterlijk. En links nam zijn verantwoordelijkheid weer op met het artikel van Paul Scheffer, Het multiculturele drama.

Met harde bewoordingen wees Scheffer op de mogelijke gevolgen van het negeren van het migrantenprobleem. Zijn verhaal was niet zozeer intellectueel, als wel ambtelijk van belang. Hij ging niet in op het debat tussen universalisme en relativisme, het ging bij hem niet om waarden en ideologieën, maar om maatschappelijke misstanden als zwarte scholen, jeugdcriminaliteit en achterstandswijken. Hij trok het debat weer in de sociaal-democratische sfeer en bekeek het probleem vanuit het perspectief van de verzorgingsstaat. Kijk, daar konden ambtenaren iets mee, Scheffer gaf aan ambtenaren en politici een visie waar ze iets aan hadden als ze een beleid wilden ontwikkelen.

Maar hij had een beetje pech. Als Pim Fortuyn er niet was geweest, waren zijn woorden misschien omgezet in sociaal-democratische beleidsdaden en was het migrantenprobleem misschien opgelost, zoals de huisvestingsambtenaren indertijd het huisvestingsprobleem van de migranten hadden opgelost.

Het mocht niet zo zijn. Fortuyn nam zijn waarneming van het drama over en ging er mee aan de haal. Een nieuw tijdperk was aangebroken. Maar zo nieuw is het niet, als je het goed bekijkt. Het `particuliere universalisme' van Bolkestein werd na de aanslag van 9/11 met kracht in ere hersteld, het probleem van de migranten werd weer in ideologische termen geformuleerd, met de westerse Superioriteit als boventoon – nu zelfs agressiever dan Bolkestein ooit zou hebben gedurfd. Al die jaren van sociaal-democratische onmacht werden in één keer afgestraft met het tijdperk dat ik zou willen aanduiden als dat van Verdonk en Hirsi Ali.

Daar is iets vreemds mee: het is aan de ene kant ambtelijk, zoals Scheffer zou hebben gewild, en aan de andere kant ideologisch, zoals Bolkestein wenste. Rita Verdonk doet alsof ze persoonlijk geen mening of gedachte hoeft te hebben om uit te voeren wat wilde parlementariërs ooit hebben bedacht (gooi de illegalen eruit!) en ze profileert zich als superambtenaar die enkel de wil van het gezag gehoorzaamt; er zijn voorbeelden uit de geschiedenis waaruit we kunnen leren waar deze houding toe kan leiden. En Ayaan Hirsi Ali is haar ideologische back up, die ons koeltjes wijst op de achterlijkheid van de culturen die we nu niet voor ons moeten winnen, maar moeten bestrijden.

Ik krijg, bij het overzien van dit alles, een hevig verlangen naar de tijd van de Rushdie-affaire, toen intellectuelen zich met het migrantendebat bemoeiden. Zelfs Bolkestein moest, nadat hij zich in de islam had verdiept, toegeven dat universele waarden niet particulier kunnen worden gemaakt. Wat voor iedereen geldt, voor altijd, kan niet worden gepresenteerd als het bezit van een volk of een enkele cultuur. Maar het gebeurt, waar we bijstaan, en geen intellectueel die ons te hulp schiet.

ramdas@nrc.nl