Hemelse galm in Janicello's eenmansmusical

De travestiet in peignoir wankelt zijn kleedkamer binnen, zet een shot, loopt het toneel op en straalt weer – al valt het hem moeilijk de verveling van zo'n slonzig nachtclubnummer te verbergen. Zo begint Charlie, de eenmansmusical van Mark Janicello, een in Amsterdam woonachtige Amerikaan die vooral in Duitsland ervaring opdeed in films, televisie, musicals en opera's.

Nu speelt hij een zelfgeschreven voorstelling over Charlie, die door zijn vader wordt misbruikt, als call boy in Berlijn belandt, aan de drank en de heroïne raakt, als travestiet optreedt en naar liefde hunkert. Net als Harvey Fierstein in Torch Song Trilogy, maar zonder diens reddende relativering.

Op de geluidsband staat niet alleen de karakterloze imitatiemuziek van Belá Fischer, maar ook een galmende stem uit de hemel, die Charlie de les leest en hem vragen stelt.

Dat geeft Janicello de gelegenheid het hele levensverhaal te vertellen en na te spelen – met het pathos van een drama queen, de handenwringende acteerstijl van het negentiende-eeuws smartlappentoneel en een timbre dat hij veelvuldig laat snikken en schallen. Ook in de schel versterkte songs, die bijna allemaal op orkaankracht worden gezongen en daardoor iedere nuance missen.

Janicello's mateloze inzet doet vermoeden dat deze Charlie hem na aan het hart ligt. Maar het lukt hem niet diens verhaal tot meer dan een cliché te maken.

Voorstelling: Charlie, door Mark Janicello. Gezien: 9/9 in het Werkteater, Amsterdam. Aldaar t/m 17/9. Inl. (020) 3308832, www.werkteater.com

    • Henk van Gelder