Geen ingrijpen Rumsfeld mishandeling gevangenen

De Amerikaanse regering wist najaar 2002 al van de mishandeling van gedetineerden in de militaire gevangenis Guantánamo. Minister van Defensie Rumsfeld beloofde actie maar deed niets. Dat schrijft Seymour Hersh in zijn vandaag in de VS en Europa gepubliceerde boek `Chain of Command'.

Volgens Hersh, die dit voorjaar in The New Yorker belangrijke onthullingen deed over de mishandeling van gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad, maakte een gerespecteerde CIA-analist in 2002 een reis naar Guantánamo. Hij keerde geschokt terug, ,,overtuigd dat wij daar oorlogsmisdrijven plegen'', aldus een collega van de onderzoeker.

De CIA-man vond op Cuba een groot aantal gevangenen die niet thuishoorden in Guantánamo. Velen werden vastgehouden in omstandigheden die in strijd zijn met het internationale recht. De agent vond er ,,mensen die in hun eigen uitwerpselen lagen''.

De rapportage bereikte nationaal veiligheidsadviseur Condoleezza Rice die een vergadering op hoog niveau bijeenriep om de vergrijpen te bespreken. Minister van Defensie Donald Rumsfeld nam het op zich de zaak te onderzoeken en er een eind aan te maken. Rice kwam niet terug op de zaak toen aan de praktijken geen eind kwam.

Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft de ongebruikelijke stap genomen het boek al vóór publicatie te weerspreken. In een verklaring zei het Pentagon vrijdagavond dat Hersh talloze onjuiste beweringen herhaalt die hij in eerdere publicaties heeft gedaan. Volgens het Pentagon heeft het ministerie elf onderzoeken ingesteld naar mogelijke mishandelingen en een rapport van 13.000 pagina's gepubliceerd.

De verklaring van het Pentagon concludeert: ,,De onderzoekingen hebben tot dusver niet vastgesteld dat enige verantwoordelijke functionaris van het ministerie enig programma heeft goedgekeurd dat op enigerlei wijze expliciet of impliciet instemde met het misbruik zoals dat in de Abu Ghraib-gevangenis heeft plaatsgevonden.''

Veiligheidsadviseur Rice ontkende gisteren dat zij of andere hoge functionarissen van de regering-Bush waarschuwingen over misbruik van gevangenen hadden genegeerd. Volgens Rice waren haar najaar 2002 alleen vragen ter ore gekomen over de vraag of alle gedetineerden in Guantánamo wel voldeden aan het criterium `onwettige strijder', een Amerikaanse aanduiding voor aanhangers van Al-Qaeda of de Talibaan.

Seymour Hersh, die tijdens de Vietnam-oorlog het My Lai-schandaal onthulde, beschrijft in zijn boek hoe de juridische adviseur van president Bush minister van Defensie Rumsfeld de ruimte gaf om het hoogst geheime Special Access Program (SAP) op te zetten dat een eenheid van elite-militairen opdracht gaf `high value targets' van Al-Qaeda en aanverwante organisaties te vangen en met hen te doen wat nuttig leek, doden of hardhandig verhoren. Juridisch adviseur Gonzalez schiep ruimte om de Conventies van Genève betreffende het oorlogsrecht te negeren.

Na toepassing van het SAP in Afghanistan, leidend tot het gevangenzetten van verdachte `illegale strijders' op Guantánamo, besloot Rumsfeld in 2003 het programma ook toe te passen in Irak. Dit voorjaar bleek dat het in de Abu Ghraib-gevangenis tot excessen had geleid.

Volgens verschillende bronnen van Hersh uit de inlichtingenwereld heeft de hardhandige manier van behandelen en verhoren van verdachten weinig waardevolle informatie opgeleverd over toekomstige plannen van de vijanden van de Verenigde Staten.