Bij escalerend geweld in Irak zeker 110 doden

Bij een verdere escalatie van het geweld in Irak zijn gisteren over het hele land zeker 110 mensen gedood. De meeste doden vielen in Bagdad (ten minste 37) en Tall Afar (51), een sunnitische stad in het noorden. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, verzekerde dat het in januari rustig genoeg zal zijn om verkiezingen te houden.

In de Iraakse hoofdstad werden zeven autobomaanslagen gepleegd, vuurden rebellen mortieren en raketten af op de Groene zone, waar de Iraakse interim-regering en de Amerikaanse ambassade zijn gevestigd, en hadden zware schermutselingen tussen rebellen en Amerikaanse militairen plaats. De meeste doden bij één incident vielen toen een Amerikaanse gevechtshelikopter het vuur opende op een menigte die stond te dansen rond een brandend Amerikaans pantservoertuig. Daarbij werden volgens functionarissen 13 mensen gedood en meer dan 60 gewond. Onder de doden was een journalist van het televisiestation Al-Arabiya. Het was een van de gewelddadigste dagen in Bagdad in maanden.

De doden in Tall Afar vielen in het kader van een groot Amerikaans offensief tegen de rebellen die de stad in handen hebben. Het offensief begon donderdag. Het Amerikaanse leger gaf geen bijzonderheden over de situatie.

Tien doden vielen gisteren in Ramadi, een sunnitische stad die de Amerikanen eind vorige week meldden met behulp van materiële toezeggingen en een vrijgeleide voor rebellen weer in handen te hebben gekregen. Deze slachtoffers zouden zijn gevallen toen Amerikaanse tanks en gevechtshelikopters het vuur openden op doelen in een woonwijk. Vandaag zijn volgens lokale ziekenhuisbronnen zeker 16 doden onder wie vrouwen en kinderen gevallen bij nieuwe Amerikaanse luchtaanvallen op de sunnitische stad Falluja, het belangrijkste rebellenbolwerk.

Minister Powell zei gisteren in en vraaggesprek met Fox televisie dat de Iraakse interim-premier Iyad Allawi vastbesloten is de verkiezingen door te zetten. Het is de Amerikaanse strategie om de komende maanden de rebellenbolwerken weer onder controle van de Iraakse regering te plaatsen, zei hij. ,,Wanneer die opstand is neergeslagen, zullen de mensen in de wereld Irakezen zien die hun eigen lot bepalen [..]. Het wordt iets waarop we trots zullen kunnen zijn.'' De Iraakse interim-minister van Buitenlandse Zaken, Hoshyar Zebari, was echter voorzichtiger. In Kairo zei Zebari dat het tijdschema uiteindelijk afhangt van de veiligheidssituatie.