Achter bonte freakshow Volksbühne zit echte pijn

Cowboys bij zonsopgang. Tandpastaglimlachjes en een blij gezin rond heerlijke instantsoep. De reclame op het billboard toont louter gelukkige mensen en wee degenen die niet aan die dwingende norm voldoen. Zij leiden, volgens regisseur Frank Castorf, een bescheten leven in de lelijkst denkbare behuizing: een grauwe wooncontainer.

De Volksbühne uit Berlijn nam hem mee naar de schouwburg van Rotterdam en dankzij een draaitoneel kunnen we `m van alle kanten bekijken. Maar de acteurs zien we minder goed. Zij verstoppen zich achter de huiskamergordijnen of achter de met krantenpapier dichtgeplakte ramen van het slaapkamertje en pas als het billboard op het dak in een videoscherm verandert kunnen we wat daarbinnen gebeurt zo ongeveer volgen.

Castorf maakt theater dat even onoverzichtelijk is als het moderne leven. Vandaar dat hij bij voorkeur geen toneelstukken opvoert – die zijn hem te nep, te netjes, te kant en klaar, net als de soep van Knorr. Liever bewerkt hij ingewikkelde romans. Die hij niet vereenvoudigt. Wat er in de tekst geschrapt is komt er aan beeld weer bij, en aan geluid, aan herrie. Met Dostojevski's grotestadsroman De vernederden en gekrenkten, hier Erniedrigte und Beleidigte geheten, gaat hij zo rommelig mogelijk om. Alles lijkt chaotisch, gejaagd en geïmproviseerd: drukte van alle kanten, urbane rotzooi met een vleugje Russische folklore.

Schaatsers en bontmutsen, huilerige vioolmuziek en stijve dameskapsels herinneren niet alleen aan de Sint Petersburgse oorsprong van de roman maar ook aan de nabijheid van Oost-Europa in het hedendaagse Berlijn. Zelfs turbopop uit de Oekraïne haalt Castorf erbij, en in de overvolle wooncontainer staat iemand Russisch en Duits te zingen achter een elektronisch orgel. Het is een anonieme kunstenaar uit de kring van de verteller: de schrijver Iwan Petrowitsch bericht over een merkwaardig gezelschap waar hij zelf deel van uitmaakt.

Een vervuild weesmeisje, een verstoten dochter uit een verarmd adellijk nest, een karakterzwakke vorstenzoon en een betoverende jonge erfgename bevolken zijn bestaan en zijn koortsfantasieën; terwijl hij doodziek op bed ligt schrijft hij zijn boek over `wild bruisend leven, dom egoïsme, met elkaar botsende belangen, trieste verdorvenheid, verborgen misdrijven, (...) een drukkende hel van zinloos en abnormaal leven'. Dostojevski's sensationele, sentimentele en pittoreske grootsteedse misère, destijds in de mode en geknipt voor het feuilleton, vult Castorf aan met eigen sociale kritiek.

Kapitalisme, daar komt het bij hem op neer, maakt neurotisch en depressief, want net als in de reclame wil iedereen steeds meer succes hebben terwijl de praktijk mislukken een stuk gemakkelijker maakt. De schaamte daarover uit zich nu eens in misplaatste trots en dan weer in overijverige onderdanigheid – niet voor niets dribbelt er dikwijls een hond om de container heen, onderworpen kwispelstaartend. Degene met het meeste geld heeft de meeste kansen heeft en hij die niets heeft, ach, die kan nog van zijn vernedering genieten.

Het allermasochistisch is wel Iwan de schrijver, furieus gespeeld door Martin Wuttke. Kathrin Angerer als het weesje Nelly en Jeanette Spassova als de afgewezen Natascha zijn wat zelfverachting en virtuositeit betreft aan hem gewaagd, en aan het andere uiteinde van het spectrum staat Henry Hübchen als de sadistisch-manipulerende vorst. Hun improvisatie is hoogst gekunsteld; de verdraaide stemmen, de overdreven gebaren en excentrieke kleren wekken de indruk van een freakshow; maar achter de potsierlijke Big-Brother-vertoning schuilt tragiek en echte pijn.

Zo ouderwets is Castorfs hippe multimediacircus toch wel – gelukkig.

Festival: De (Internationale) Keuze van de Rotterdamse Schouwburg, t/m 30/9. Gezien op 11/9: Erniedrigte und Beleidigte, door de Volksbühne. Regie: Frank Castorf. Inl: 010-4118110.