Zoek het maar uit

`Waarover zal ik deze week mijn stukje schrijven?'', vroeg ik mijn chef. In de journalistiek worden de teugels van de discipline strakker aangetrokken. Zoals overal in de maatschappij moet je meer op je eigen veiligheid gaan letten. Vandaar. Hij zei: ,,Zoek het maar uit.'' Een goed idee.

Een paar jaar geleden kreeg ik voor mijn verjaardag een merkwaardig schilderijtje, gemaakt in de oorlog. Je ziet het Paleis op de Dam. Daarvoor lopen in gestrekte pas twee agenten of WA-mannen. Dat is niet goed te zien. Ze dragen rijbroeken en hebben van dat soort hoge petten op, het hoofddeksel van het gezag in die tijd. Achter het schilderijtje stak, in de lijst geklemd, een vergeeld stukje papier naar buiten. ,,Kijk'', zei de gever. ,,Daar is een document verborgen. Ik heb het altijd met rust gelaten, maar misschien wil jij ontdekken wat het is.''

Een historisch geheim krijgen, dat gebeurt je niet op iedere verjaardag. Van tijd tot tijd keek ik naar mijn bezit, overwoog of ik eens uit zou zoeken wat daar verborgen was, maar wist me telkens weer te bedwingen. Soms kun je een geheim beter met rust laten dan het te ontsluieren. Over het geheim gebleven geheim laat je je gedachten de vrije loop; in het andere geval ben je gevangen genomen in je eigen zekerheid.

Toen was ik een paar dagen niet in de stad, kwam terug, en een buitengewoon nieuwsgierig iemand had zich niet meer kunnen beheersen en de zaak voor me opgehelderd. In dit schilderijtje had iemand 62 jaar geleden een dienstbevel van de politie verstopt. Een `Oproeping in naam van de Rijks-Commissaris van het bezette Nederlandsche gebied'. De geadresseerde moest zich op 11 februari 1942 melden aan het bureau Stadhouderskade om `een perceel' te gaan bewaken. Geen naam. Onderaan het papiertje: VOÛTE, burgemeester.

Daarmee was het geheim van het schilderijtje opgehelderd, maar tegelijkertijd door een nieuwe vraag vervangen. Vergelijk het met de werking van een telescoop waarmee je in het heelal kijkt. Je begint met een breedbeeld, ziet het uitspansel waarvan je dan heel weinig weet. Daarna concentreer je je steeds verder op één planeet, bijvoorbeeld, en ten slotte kun je daar met je gewapend oog bij wijze van spreken de hele bodem afzoeken. Foto's die op deze manier worden gemaakt hebben een toverkracht. De haarscherpe afbeelding van licht en schaduw, het door de zon beschenen, onbereikbare gesteente.

Welk perceel moest toen bewaakt worden, tegen wie? Wat gebeurde er op 11 februari 1942 in Amsterdam, hoe stond het er met de oorlog voor? Dat valt allemaal uit te zoeken. Maar daarmee is het geheim van deze achter een schilderijtje geplakte Oproeping niet opgehelderd. Wie heeft toen al die moeite gedaan en waarom? Natuurlijk met de bedoeling dat dit documentje veel later zou worden ontdekt, waarna deze vragen zouden worden gesteld, zodat hij anoniem voort zou leven. Bij deze. Hij wordt zelfs elektronisch opgeslagen voor de vorsers van het nageslacht.

Toen de Bijlmermeer in aanbouw was, kwam een historicus van de gemeente op het idee, daar ergens een grote cilinder te begraven, met allerlei documenten, foto's, films over de toestand van de stad en misschien de wereld op dat ogenblik. De cilinder ligt daar nog onder de grond, binnen het bereik van het geheugen der levenden. Er komt een ogenblik waarop die mensen allemaal dood zijn. De aanwezigheid van de cilinder is in de archieven vastgelegd, maar er is een redelijke kans dat niemand daar nog in kijkt. Het ding wordt vergeten.

Dan gebeurt er iets waardoor dit hele stadsdeel overhoop wordt gegooid, stadsvernieuwing, opnieuw een ramp, daarover valt niets te voorspellen. Maar het is zeker dat deze cilinder weer aan het daglicht komt, wordt geopend, en dat de media het nageslacht uitvoerig van de inhoud op de hoogte stellen. Het geheim van het toekomstig verleden, van ons leven is een beetje dichter bij zijn oplossing gekomen. Plotseling zijn we voor korte tijd terug op aarde, al zullen we dat niet beseffen. Even wordt er weer over ons gepraat, leven we voort. Zie het als de omkering van het Klein-Duimpjeprincipe. Hij liet zijn kiezelsteentjes vallen om niet te verdwalen. Wij verstoppen kiezelsteentjes voor de mensen van honderd jaar later, opdat die de weg naar ons weten te vinden.

Ik ken iemand die op een paar ver uit elkaar liggende plaatsen op aarde flessen met briefjes met een sensationele inhoud heeft begraven. Hij rekent op het toeval. Hij sluit niet uit dat die flessen jaren na zijn dood, kort na elkaar zullen worden gevonden. Dat de media dit nieuws dan zullen melden. Dat ze elkaar zullen aansteken, zoals ze dat nu ook al doen, zodat er een gemondialiseerde hype ontstaat. Al misschien een eeuw is hij dood, maar plotseling praat de hele wereld over hem. Je kunt voortleven door kunstzinnige of technische meesterwerken ta maken. Gemakkelijker is het iets van raadslachtige strekking ergens te verstoppen, op zo'n manier dat het waarschijnlijk veel later zal worden gevonden, waarna de grootste geesten zich in het raadsel zullen verdiepen. Wie nu iets slim verstopt zal voortleven, door een nageslacht te verplichten tot het uitzoeken van zijn kleine, mysterieuze erfenis.

    • S. Montag