We moeten de religieuze bril afzetten...

Na 11 september 2001 zijn de verhoudingen tussen het Westen en de islamitische wereld in razendsnel tempo achteruit gegaan. Ook in ons land is het onbegrip tussen autochtonen en de moslimbevolking gegroeid.

Volgens de Arabist Maurits Berger moet in ieder geval de theologie worden gelaten voor wat zij is, om niet net als de moslimextremist alle menselijke handelingen te verklaren aan de hand van de koran.

Ter herinnering ook een aantal eerdere stellingnames in dit debat: hoe gaan we (samen) verder?

Sinds 11 september bekijkt Nederland alles door een religieuze bril. Dit geldt voor de moslimbevolking, maar in toenemende mate ook voor de Nederlandse cultuur. Het is een bedenkelijke ontwikkeling die absoluut niet bijdraagt aan de overbrugging van maatschappelijke problemen. Bovendien doet het afbreuk aan onze fundamentele waarden.

Het had gekund dat Nederland religieuzer is geworden, of haar religieuze wortels herontdekt. Maar dat is niet het geval. Nederland `religiosiseert': religie wordt gezien als belangrijkste oorzaak van menselijk handelen in plaats van als een rechtvaardiging ervan. Islam wordt beschouwd als een religie die aanzet tot agressie (terrorisme, vrouwenmishandeling) en het christendom als oorzaak van onze humanistische rechtsorde (democratie, secularisme).

Na 9/11 werd in Nederland wantrouwig gekeken naar de `eigen' moslims. Begrijpelijk, want de terroristen waren brave medeburgers geweest die zich hadden ontpopt als gruwelijke moordenaars. Maar daardoor werden 900.000 mensen in Nederland opeens vernoemd naar hun religie, ongeacht of ze nu geintegreerd waren of niet, leefden van autodiefstal of een vette baan hadden in het bedrijfsleven, al dan niet praktiserend moslim waren, of een zelfde taal of cultuur deelden.

De ontdekking van de stam der moslims in Nederland leidde tot een ware antropologische excercitie van onderzoeksbureaus, overheid en media: wie zijn deze moslims, wat zijn hun beweegredenen? Het probleem was echter dat de moslims niet genegen waren zich op die manier te laten bestuderen. Hierop werd een oplossing gevonden die was gebaseerd op een redenering van ouderwetse logica: aangezien een moslim aanhanger is van de islam, volstaat het om de islam te bestuderen teneinde de moslim te begrijpen. Sindsdien is er geen artikel over de islam verschenen of er wordt geciteerd uit de koran. Het is alsof een Japanner de bijbel bestudeert om de Europeaan te leren begrijpen - die is immers christen?

Met overgave stortte Nederland zich in deze theologische tunnel. Alle sociale, economische en culturele problemen waarmee Nederland ten aanzien van haar allochtonen te kampen heeft, werden onder de noemer van de islam geschoven zodra de allochtoon een moslim bleek te zijn. Wanneer een gehoofddoekte vrouw drie passen achter haar man aansjokt, wordt dat verklaard aan de hand van de koran. De oorzaak van vrouwenmishandeling wordt niet gezocht in een patriarchaal systeem, of in frustraties van werkloze macho's, maar in de koran, zoals Hirsi Ali onlangs beeldend heeft laten zien in haar filmische statement Submission. Sociale hulpverleners, juristen, onderwijzers, politie, artsen – iedereen bestudeerde de islam om die verwerpelijke en onaangepaste gedragingen te verklaren.

Deze `religiosisering' geldt ook voor politiek-maatschappelijke vraagstukken als democratie, secularisme en liberaal individualisme. Moslims zouden deze begrippen niet kennen of zelfs ontkennen, omdat de islam dat ook doet, luidt de veelgehoorde stelling. Maar hier is sprake van een non-discussie. Natúúrlijk gaat een religie niet samen met democratie of secularisme. Religies, en zeker de grote monotheïstische religies, eisen een onderworpenheid aan God, en kennen geen moderne staatkundige indelingen. Door zo ons zo sterk te richten op de statische theologie, ontnemen wij ons het zicht op de dynamiek van maatschappelijke en historische ontwikkelingen.

Deze `religiosisering' mag vervelend zijn voor de moslims, maar is vooral schadelijk voor de Nederlandse samenleving.

Ten eerste zijn het niet zozeer de moslims, maar de autochtone Nederlanders die de islam centraal stellen. Discriminatie in preken en religieuze boekjes zijn geen incidenten van een fundamentalistische of racistische enkeling, maar worden toegeschreven aan de gehele stam. Daarmee scheppen wij een situatie die haaks staat op wat er met integratie wordt beoogd: de moslims krijgen namelijk geen andere identiteit aangeboden dan die van `moslim'.

Hoezeer problemen – en het gaat om reële problemen, laat daar geen misverstand over bestaan – worden herleid tot de islam, bleek bijvoorbeeld bij de eerste wetsvoorstellen voor een nieuw strafrechtartikel over terrorisme. Daarin werd de term `jihad' gebruikt. Een term die het Nederlands recht niet kent, en waarover de moslimtheologen al eeuwen debatteren.

De `religiosisering' wordt ook in toenemende mate toegepast op Nederland zelf. Met steeds groter gemak wordt gesproken over de `christelijke' waarden van onze samenleving. Zo zouden wij de democratie en de scheiding van kerk en staat te danken hebben aan onze joods-christelijke beschaving. Dat is een mythe. Het is niet dankzij, maar ondanks de christelijke religie dat wij onze democratie en de scheiding van kerk en staat hebben.

Dezelfde dubieuze ontwikkeling doet zich voor in de omschrijving van Europese waarden als `christelijk'. Het is het directe spiegelbeeld van wat wij de `islamitische cultuur' noemen. Maar die bestaat evenmin. Wat hebben landen als Marokko, Soedan, Oezbekistan en Indonesië nu eigenlijk gemeen? Het katholieke Peru heeft meer op met het islamitische Egypte dan met, bijvoorbeeld, Italië.

Als Nederland de maatschappelijke en veiligheidsproblemen die zijn ontstaan na 11/9 wil aanpakken, moet zij de theologie laten voor wat zij is. Anders gedraagt zij zich net als de enkele moslimextremist die ook alle menselijke handelingen verklaart aan de hand van de koran.

Jurist en Arabist. Hij is auteur van diverse boeken over de islam en werkzaam bij Clingendael.

    • Maurits Berger