Voetbalprof wordt tennisbaas

Hans Felius (48) hoopt als technisch-directeur van de tennisbond een nieuwe lichting spelers naar de top te brengen.

Bij de US Open begeleidt hij de potentiële profs. ,,Je moet naast tennistrainer ook adviseur, begeleider en soms ouder zijn.''

Hans Felius maakte in 1979 van de een op de andere dag een einde aan zijn loopbaan als profvoetballer. De destijds 22-jarige Zeeuw was bij de Belgische eersteklasser Lokeren door een overschot aan buitenlanders op een zijspoor beland na de komst van de Tsjechische international Karl Dobias. De manager van Lokeren liet Felius geen keus. De club die verder de Deense ster Preben Elkjaer Larsen, de Poolse vedette Grzegorz Lato en de IJslander Arnor Gudjohnson onder contract had, besloot dat de Nederlandse middenvelder verhuurd moest worden aan een Waalse club, of hij nu wilde of niet.

,,Ik kan me nog voor de geest halen hoe dat ging'', vertelt Felius in een vijfsterrenhotel in Manhattan. ,,Ik zei tegen die man: `Ik bepaal zelf waar ik ga spelen'. Waarop ik letterlijk te horen kreeg: `Je hebt niets te zeggen. Voetbal is koehandel. En jij bent de koe'. Daarop heb ik direct mijn contract ingeleverd. Na twaalf wedstrijden op het hoogste niveau in België was mijn carrière als voetballer voorbij. Als het allemaal anders was gelopen, had ik misschien nu nog in de voetballerij gezeten.''

Felius loopt nu in New York rond als technisch-directeur van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB). Bij de US Open begeleidt hij een groep Nederlandse talenten dat meedoet aan het jeugdtoernooi op de banen van Flushing Meadows. Hij probeert ze klaar te stomen en voor te bereiden op een loopbaan als profsporter. Vanuit zijn verleden als profvoetballer, leraar lichamelijke opvoeding, bondscoach voor de junioren van de tennisbond, trainer en begeleider van tal van Israëlische proftennissers en nu als technisch directeur van de KNLTB heeft hij de wetten van de topsport van nabij leren kennen.

Orde, regelmaat en discipline zijn de steekwoorden die Felius al zijn hele loopbaan hanteert. Zo ook in New York. Precies om half tien in de morgen melden vier jeugdige tennissers zich in de lobby van het hotel voor het ontbijt. Felius neemt het groepje vroegtijdig uitgeschakelde jongeren mee naar een zaakje op amper honderd meter van Chrysler Building. De tieners laten broodjes, bagels en koffie aanrukken. Felius heeft geen kind aan de junioren. ,,Toch ben je als coach van deze jongeren je voortdurend bewust van je verantwoordelijkheid. Je moet naast tennistrainer ook de rol van adviseur, begeleider en soms die van ouder spelen. Het zijn kinderen die steeds de grens opzoeken. Zolang je zelf de regels strak hanteert is er doorgaans geen probleem; zo niet dan moet je consequent zijn. We hebben bijvoorbeeld als regel dat niemand na tien uur in de avond zijn kamer nog verlaat. Wie dat wel doet gaat de volgende dag direct op het vliegtuig naar huis. Een enkele keer komt dat voor.''

Felius is aan zijn tweede periode bij de bond bezig. Na een eerder dienstverband medio jaren tachtig keerde hij in december 1998 terug als bondscoach van de vrouwen. Als hij na een tienjarig verblijf in het buitenland terugkeert treft hij een ongeorganiseerde tenniswereld aan waarin coaches van tennisscholen en die van de bond eerder vijanden dan vrienden zijn. Samen met oud-prof Michiel Schapers en Annemieke de Jong maakt Felius een toekomstplan om het volledig op zijn gat liggende jeugdtennis naar een hoger plan te tillen. ,,Op het moment dat ik in dienst kwam hadden we met Miriam Oremans en Kristie Boogert twee speelsters in de top-100. Ik wist toen al dat het vrouwentennis een aflopende zaak was. Ik heb er op aangedrongen dat we opnieuw zouden beginnen bij de jeugd. Daar zijn we in 1999 mee begonnen. De kinderen die hier in New York rondlopen zijn de exponenten van dat beleid. Ik ben ervan overtuigd dat een paar van deze junioren de top-100 gaat halen. Het is nu zaak dat we coaches zoeken die ze de volgende stap laten maken.''

Een van de coaches die volgens Felius een rol kan spelen bij de begeleiding is Schapers, van wie de bond op 1 oktober na veel interne kritiek op zijn functioneren afscheid neemt. Felius vindt het lastig om over `de zaak-Schapers' te praten. ,,Het is jammer dat het vorig jaar op zo'n rotmanier naar buiten is gekomen. Dat neem ik mezelf ook kwalijk. We hadden het in een eerder stadium in goed overleg moeten regelen. Michiel en ik hebben veel overeenkomsten, maar ook verschillen. Hij is een goede coach, maar misschien niet voor een heleboel spelers tegelijk. Ik hoop van harte dat hij Michaëlla Krajicek verder kan helpen. Dat hij haar helpt die stap naar de profs te maken.'' Het halfzusje van Richard Krajicek is overigens de enige Nederlandse jeugdspeelster die nog in het toernooi zit; ze plaatste zich gisteren voor de halve finales.

Felius kent als geen ander het verschil tussen jeugdtennis en de profwereld. In 1989 vertrok hij op verzoek van de oud-prof Shlomo Glickstein naar Israël om daar een systeem voor de ontwikkeling van talent op te zetten. Aanvankelijk liep Felius tegen muren op omat hij volhardde in zijn regels. ,,In de eerste twee weken dat ik in Israël werkte had ik al veertig mensen naar huis gestuurd die te laat op een training waren gekomen. Het heeft me veel moeite gekost ze er daar van te overtuigen dat een bepaald levensritme nodig is voor topsport. Maar ze wilden daar minimaal één keer in de week uit kunnen gaan. Ik heb daar weliswaar geleerd dat je niet iedereen in een Nederlands keurslijf kunt stoppen, maar dat je wel degelijk veranderingen kunt doorvoeren als je je eigen lijn vast blijft houden.''

Felius heeft in Israël ook leren omgaan met externe invloeden waardoor zijn programma's meer dan eens in de war liepen. ,,Direct na mijn komst moest ik me melden bij de veiligheidsdienst. Daar werd ik volledig doorgelicht. Elke keer als ik met groepje op reis ging kregen we dikke stapels papieren mee. Daarin stond precies beschreven waar we ons aan moesten houden. Zo mocht ik nooit twee dagen achter elkaar op dezelfde tijd trainen. Mochten we in hotels niet op de bovenste of onderste verdieping slapen. Ik was getraind op het herkennen van verdachte personen. Als ik het niet vertrouwde moest ik me direct melden. Dan werd actie ondernomen. De gekste dingen heb ik meegemaakt. Zo waren we een keer in Texas voor een toernooi. Tijdens een training pakt een van onze beveiligingsmensen een geladen pistool uit zijn broek en begint te rennen. Hij dacht een Palestijn te hebben ontdekt. Het bleek een Mexicaan te zijn. Een andere keer zouden we meerijden met iemand van de FBI. We wilden de rackets in de kofferbak leggen. Die bleek vol te zitten met geweren, handgranaten en allerlei andere wapens.''

Al snel groeide de in Vlissingen geboren en getogen Felius uit tot een begrip in het Israëlische tennis. In 1990 kwam hij via via in aanraking met het in Wit-Rusland geboren talent Anna Smashnova. Felius schakelde de hulp in van de gefortuneerde zakenman Freddy Krivine, die erin slaagde het meisje, samen met haar ouders, Israël binnen te smokkelen. Het destijds veertienjarige kind werd direct staatsburger van Israël gemaakt. ,,Direct vanaf het vliegveld werd Smashnova voor mij op de baan gezet'', legde Felius uit. ,,Ze sprak alleen Russisch. We zijn direct maar wat ballen gaan slaan. Ik heb haar een paar maanden later meegenomen naar Nederland. Ze speelde daar 32 oefenwedstrijden tegen leeftijdsgenootjes. Die won ze allemaal. Mede omdat het Israëlische tennis aan allerlei machtsspelletjes ten onder dreigde te gaan, heb ik besloten met Smashnova en twee andere meisjes verder te gaan.''

Onder leiding van Felius haalde Smashnova de top-100, maar uiteindelijk strandde hun samenwerking jaren terug op de US Open. Smashnova was vorig jaar vijftiende van de wereld. De vriendschap met Felius is bekoeld. ,,Ik werkte destijds ook met de Nederlandse Petra Kamstra. Het probleem was dat Smashnova en Kamstra water en vuur waren. Ze konden elkaar niet luchten of zien. Over alles werd ruzie gemaakt. Na een paar maanden was ik dat zat. Dat is het nadeel van vrouwentennis. Er is zoveel jaloezie. Je moet het niet in je hoofd halen te praten met de volgende tegenstandster of diens coach. Daar kunnen vrouwen niet tegen. Dat zijn de vijanden.''

Felius leerde begin jaren negentig dat het in het mannencircuit heel anders aan toegaat als hij achtereenvolgens werkt met de Israëlische profs Gilad Bloom en Amos Mansdorf. ,,Bloom moest een keer tegen de Oostenrijker Thomas Muster spelen. Een dag voor de wedstrijd gingen we met zijn allen eten. En de dag na het duel weer. Dat was geen probleem. Toch zit je als coach van een tennisprof in een rare situatie. Als je coach bent is de tennisser je werkgever en dezelfde baas moet je op zijn flikker geven. Niet iedereen kan omgaan met zulke situaties. Daarom moet je vooraf goed onderzoeken of de karakters bij elkaar passen. Na een paar dagen weet je dat wel. Maar dan nog kun je zomaar ontslagen worden.''

Felius weet nog goed dat zijn samenwerking met Mansdorf op het toernooi van Roland Garros in 1995 plots voorbij was. De voormalige nummer zeventien van de wereld zette in Parijs tot verbazing van Felius zomaar op een dag een punt achter zijn loopbaan. ,,Mansdorf speelde in de eerste ronde tegen Jared Palmer. Na de eerste baanwissel liep hij op me af en zei: 'Ga maar vast naar binnen, want dit is mijn laatste partij'. Omdat hij wel vaker onzin uitkraamde ben ik blijven zitten en zag ik hoe hij de partij weggaf. Als coach ben je dan machteloos. Direct na de partij liep Mansdorf naar de pers en kondigde hij het einde van zijn tennisloopbaan aan. Hij heeft daarna nooit meer een bal geslagen. Door een hardnekkig virus had hij de zin in tennis verloren; hij kon het niet meer opbrengen.''

In de loop der jaren heeft Felius leren omgaan met het idee dat hij van de een op de andere dag werkloos kan zijn. Als technisch-directeur van de tennisbond hoopt hij de komende jaren zijn werk af te mogen maken. ,,Het zou mooi zijn als straks de cirkel rond is. Als dan spelers in de top-100 staan die hier nu op het jeugdtoernooi van de US Open hebben gestaan. Maar ik weet ook dat het zomaar met mijn werk gedaan kan zijn. Dat heb ik destijds al geleerd als profvoetballer van Lokeren.''

    • Koen Greven