Tolerantie voor radicale islam

De Saoedische journalist Abdul Rahman Rashid heeft heel wat bijval gekregen na zijn zelfkritiek in reactie op de gijzeling in Beslan. Maar de Arabische regimes zijn nog niet zover.

Niet alle moslims zijn terroristen, maar het is uitzonderlijk pijnlijk dat bijna alle terroristen moslims zijn, zo reageerde de Saoedische journalist Abdul Rahman al-Rashid zaterdag in de Arabische krant Al-Sharq al-Awsat op de gruwelijke gijzeling in de school in de Russische stad Beslan. ,,Zegt ons dat iets over onszelf, onze maatschappijen en onze cultuur?'' Het zei Rashid wel wat, en hij riep op tot zelfkritiek en klaagde de islamitische religieuze leiders aan. In het bijzonder de als gematigd beschouwde en invloedrijke sjeik Yusuf Qaradawi die juist had opgeroepen tot het doden van Amerikanen in Irak, ongeacht of het burgers of militairen zijn ,,want het zijn allemaal strijders'' (verminking van hun lijken is verboden in de islam, waarschuwde hij wel). Dit soort geestelijken, schreef Rashid, heeft een welwillende godsdienst in een ,,religie van bloed'' veranderd.

Rashid kreeg in de volgende dagen heel wat medestanders. Een even gezaghebbende Jordaanse commentator, Rami Khouri, schreef dat de belangrijkste en vaakst terugkerende wortel van terreur in en uit de Arabisch-Aziatische regio ,,het zelf-gekweekte gevoel van vernedering, ontkenning en verloedering is''. Israël, de VS en andere externe factoren – die in het Midden-Oosten steevast worden aangevoerd als excuus voor terrorisme – hebben volgens hem het probleem verergerd. ,,Maar de wortels zijn bijna volledig lokaal en autochtoon'', erkende hij woensdag in de Libanese Engelstalige Daily Star waarvan hij hoofdredacteur is.

Maar Rashids zelfkritiek en de bijval die hij kreeg markeren nog lang geen ommekeer in het Arabische denken. Ook de Arabische regimes veroordeelden de gijzeling in Beslan in alle toonaarden. Maar zij zagen er een autonome actie van dolende zielen in, criminelen die zich achter de islam verschuilen of de islam misbruiken. Of zelfs de bedoeling hadden de islam in een kwaad daglicht te stellen. Zij zagen het niet als gevolg van een corrumpering van de godsdienst waarvoor zij zelf medeverantwoordelijkheid dragen. Want de radicale geestelijken die moslimterroristen inspireren en hun daden rechtvaardigen, zijn lange tijd getolereerd door de autoriteiten. En soms nog steeds: zie Qaradawi die in Qatar preekt.

In de jaren zeventig en tachtig steunden veel Arabische regimes moslimfundamentalistische organisaties als tegenwicht voor linkse oppositiegroepen die toen – ten tijd van Koude Oorlog en Sovjetmacht – als een gevaarlijke bedreiging voor hun voortbestaan werden beschouwd. Maar links zakte samen met het Sovjetimperium in elkaar, en de fundamentalisten bleken vervolgens aanzienlijk moeilijker te bestrijden. Zij hadden zich verankerd in de moskee, vanwaaruit zij de massa's bespeelden en hun invloed uitbreidden.

De door haar leiders geknechte Arabische maatschappij islamiseerde omdat zij in de islam een uitweg zag en de regimes bogen mee omdat zij wilden overleven. Lang niet alle predikers waren radicaal, maar de extremisten onder hen konden vaak hun gang gaan met hun doodsbedreigingen aan interne (seculiere) en externe (Israël, Amerika) vijanden zolang zij maar niet het eigen regime expliciet bedreigden.

Het geldt voor veel regimes, maar neem Saoedi-Arabië. In de jaren tachtig voerde de regering, wier – ultraconservatieve – islamitische legitimiteit in twijfel was getrokken door een groep fanatici die de Grote moskee van Mekka had bezet, een islamitisch reveil door. In dat kader werden grote groepen jongeren op jihad naar het door ongelovige Sovjettroepen bezette Afghanistan gestuurd waar ze op het pad werden gezet van het gewelddadig extremisme. Tegelijkertijd werd intolerantie jegens andersdenkenden via de moskee en het onderwijs verspreid.

Vijftien van de negentien kapers die precies drie jaar geleden de torens van het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington binnenvlogen waren Saoediërs. Maar toch liet het Saoedische bewind ook na 11 september extremistische geestelijken die steun preekten voor Osama bin Laden en de hele wereld de jihad aanzegden lang hun gang gaan. Pas toen vorig jaar een serie gecoördineerde zelfmoordaanslagen op wooncomplexen van buitenlanders in Riad werd gepleegd (35 doden) greep het regime in omdat het zelf werd bedreigd.

Lang niet hard genoeg volgens critici die zeggen dat nog talrijke fanatici ongemoeid zijn gelaten en dat een revolutie in mentaliteit noodzakelijk is. Maar intussen is er wel sprake van een zekere omslag in het denken. De Saoedische minister van Onderwijs waarschuwde de docenten eerder dit jaar ,,zich niet te gedragen als mullahs''. Ongeveer tegelijk met het verschijnen van Rashids commentaar riep de Saoedische koning Fahd docenten en onderwijsfunctionarissen op de natie te behoeden voor extremistische gedachten door een ,,tolerant islamitisch geloof'' te propageren in het schoolsysteem.

Maar in Egypte discussieerden islamitische geleerden vorige week nog onbekommerd over de juistheid van Qaradawi's uitspraak over de plicht van de islamitische gelovige om Amerikanen in Irak te ontvoeren en te doden om hen te dwingen onmiddellijk te vertrekken. Niet iedereen was het daarmee eens – dr. Abdal Muti Bayoumi van de gezaghebbende Azhar-universiteit meende dat het niet is toegestaan burgers die niet vechten te doden of te ontvoeren, aldus Al-Sharq al-Awsat. Maar dr. Abdal Sabur Shahin, hoogleraar religieuze zaken aan Kairo universiteit steunde Qaradawi's oproep ,,100 procent, want als er geen bezetting was dan zouden die mensen niet zijn gekomen, en daarom moeten ze worden bestreden zoals we iedere zionist in het land van Palestina bevechten die als binnendringers en bezetters kwamen. Dus we moeten geen onderscheid maken tussen een burger of een militair op het land van Palestina of Irak omdat ze allemaal kwamen om het land te bezetten''.

    • Carolien Roelants