Tijdbommen worden gemaakt, niet geboren

In NRC Handelsblad van 4 september vertelt Ben Geerdink, sectordirecteur justitiële jeugdinrichtingen van het ministerie van Justitie, hoe de bezuinigingen op het budget van de jeugdgevangenissen afgewenteld zullen worden op de jongeren die daar zitten: er komen experimenten met vier jongeren op één cel, het aantal groepsleiders per groep zal worden verminderd en het dagprogramma dat de jongeren in de inrichting volgen mag van Geerdink `best' van twaalf naar negen uur. Geerdink beseft waarschijnlijk niet dat het hier om kinderen gaat.

In een onderzoek (`Gevaarlijke kinderen – kinderen in gevaar') heb ik laten zien dat op het gebied van jeugdcriminaliteit sinds de jaren '60 van de vorige eeuw duidelijk sprake is van een verzwaring van de problematiek. Zowel in de dossiers van OTS-pupillen van strafrechtelijk geplaatste pupillen pleegden de jongens, en in mindere mate de meisjes, ernstiger vermogensdelicten en ergere vormen van geweld. Met name bij de allochtone jongens ging vermogenscriminaliteit vaak gepaard met geweld. Hetzelfde gold voor autochtone jongens die net als de allochtone geweldplegers op een onverschillige, gewelddadige of extreem verwaarlozende manier waren opgevoed.

Veel justitiepupillen bleken feitelijk alleenstaand te zijn. Corrigerende en zorgzame volwassenen ontbraken in hun leefsituatie. Daarnaast leek bij de hulpverlening aan de jongeren en hun ouders (indien aanwezig), mede onder invloed van alle elkaar snel opvolgende reorganisaties van de instellingen, geenszins sprake te zijn van een toegenomen effectiviteit van de zorg.

De grenzen van het rekening houden met probleemjongeren, met name met de zwaarste gevallen, lijken nu te zijn bereikt. Jongeren trekken noodgedwongen van de ene tijdelijke verblijfplaats naar de andere opvangvoorziening, van de ene beroepsopvoeder naar de andere, en er lijkt weliswaar niet altijd in woorden maar wel in daden sprake te zijn van een toegenomen onverschilligheid voor het lot van de zwaarste gevallen bij degenen die verantwoordelijk zijn voor de justitiële en niet-justitiële jeugdzorg. De manier waarop Geerdink wil bezuinigen zal ten koste gaan van de jongeren om wie het gaat. Juist deze jongeren kunnen alleen goed worden opgevangen en behandeld als er meer medewerkers worden aangesteld die direct met en voor hen werken.

    • Dr. M.M. Komen
    • Sectie Criminologie