Prutsen met computers

Eva van Viegen is één van de vier meisjes die concurreren met 600 jongens in de internationale Informatica Olympiade. `Je moet je als meisje extra bewijzen.'

VOOR SCHOLIEREN die uitblinken in de exacte wetenschappen zijn er verschillende wedstrijden waar ze hun kennis kunnen etaleren. Tussen alle deelnemende jongens moet je de meisjes met een lantaarntje zoeken. Eva van Viegen bijvoorbeeld. Achttien jaar en eerstejaars Natuurkunde en Wiskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze staat op het punt naar Athene te vertrekken voor de Informatica Olympiade. Vorig jaar was ze daar één van de vier meisjes op 600 jongens. ``Op zich is het best wel leuk, alle aandacht die je dan krijgt, maar er wordt ook extra op je gelet of je het wel kunt. Je moet je dus extra bewijzen en het langs je heen laten glijden, wetend dat je het wél kan. Het is allemaal niet zo moeilijk. Je moet het gewoon doen.''

Eva werd in de tweede klas middelbare school ``gegrepen'' door het programmeren door de computercursus WITCH, Women In Training for Computer Heroes. Ze deed al mee aan Olympiades in Hongarije, Duitsland en de Verenigde Staten. Deze zomer nam ze deel aan het International Young Physicists' Tournament (IYPT), dat van 24 juni tot en met 1 juli gehouden werd in Australië. Dit evenement is minder individualistisch van aard en trekt meer meisjes, zo ontdekte Eva. ``Ik denk dat het komt omdat je voor dit toernooi meer samen kunt voorbereiden, samen problemen oplossen, discussiëren, experimenten doen. Dat is heel wat anders dan je in je uppie achter de computer op een Olympiade voorbereiden. Dat doen meisjes misschien minder snel. Die prutsen minder met computers dan jongens.''

Het IYPT is een van oorsprong Russisch evenement dat de afgelopen zeventien jaar is uitgegroeid tot een mondiale gebeurtenis. Dit jaar namen teams van scholieren uit vierentwintig landen het tegen elkaar op. Peter Koopmans, docent aan het Praedinius Gymnasium en het Luzac College in Groningen, is sinds 2000 betrokken bij de voorbereiding en de organisatie van de voorrondes in Nederland. ``Het IYPT is een manier om talentvolle leerlingen in het voortgezet onderwijs aan te spreken en te stimuleren om een exacte vervolgopleiding te kiezen. Ik weet dat er scholieren zijn die door hun kennismaking met IYTP voor een studie natuurkunde hebben gekozen.''

Hoe werkt het? Een internationaal team van wetenschappers, didactici en docenten beschrijft ieder jaar zeventien problemen, die in september via Internet bekend gemaakt worden. De deelnemende scholierenteams moeten de problemen oplossen en hun verhaal tijdens de IYPT presenteren. De vraagstukken zijn erg uitdagend, vindt Koopmans. ``Bijvoorbeeld: `Als je een schelp tegen je oor houdt kun je `de zee' horen. Bestudeer de aard en eigenschappen van dit geluid.''' Eva onderzocht samen met een klasgenoot het probleem `eggwhite'. ``Een dun plakje gekookt eiwit werkt als een roodfilter voor licht dat erop valt. Dat moesten we verklaren. Ik heb er mijn profielwerkstuk van gemaakt. Daarvoor kregen we hulp van een student van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG), die er bijvoorbeeld voor zorgde dat we daar onze experimenten konden doen.''

In de Nederlandse voorronde presenteerden 36 leerlingen van zeven middelbare scholen - allemaal uit het netwerk van de RuG, die samen met de Stichting Physica de kosten voor deelname aan het toernooi voor haar rekening neemt - hun oplossing voor één van de problemen. De vijf besten mochten Nederland gaan vertegenwoordigen in Australië. Naast Eva van Viegen waren dat Maarten Rijkmans, Sytse Bisschop, Ton van den Bremer en Wilke van der Schee.

Wat volgens Koopmans dit toernooi anders maakt dan andere wedstrijden is dat ook sociale vaardigheden vereist zijn. ``De vragen zijn dusdanig moeilijk dat er geen eenduidig antwoord is. Leerlingen moeten erover discussiëren. Er wordt een beroep gedaan op hun vermogen om samen te werken. En tijdens het toernooi draait het niet alleen om de antwoorden, maar ook om de presentatie en het debat.''

In het IYPT vinden vijf `fights' plaats, waarin teams uit drie landen het tegen elkaar opnemen. Afwisselend hebben ze de rol van verslaggever, opponent en recensent. Een jury van internationale wetenschappers en docenten - onder wie Koopmans - beoordeelt alle rollen. Eva: ``Als verslaggever moet je je eigen verhaal presenteren, in het Engels. Je weet van te voren niet welk probleem je moet presenteren, dat maakt het extra spannend. Als opponent moetje kritisch kijken naar de oplossingen van anderen. Daar heb ik veel van geleerd. Je moet argumenten geven, op de inhoud ingaan. Je kunt je er niet van afmaken met een opmerking als `jouw presentatie is stom'. Zo krijg je een kritische houding die je in de wetenschap nodig hebt. En als recensent moet je de reporter en opponent beoordelen. Wat ging goed, wat kan beter?''

Het toernooi werd gewonnen door Polen. Nederland werd op twee na laatste. Koopmans: ``We hadden pech dat er bij één van de presentaties een aantal Nederlandse sheets tussen de Engelse waren geraakt, wat voor verwarring zorgde. In feite behoort Nederland tot de middenmoot. Natuurlijk zijn Engelstalige landen tijdens zo'n toernooi in het voordeel. En de Russen, want één van de regels van het toernooi is dat er ook in het Russisch gepresenteerd mag worden, met een vertaler. Ook zijn leerlingen uit landen die een landelijke voorronde hebben, met dezelfde opzet als het hoofdtoernooi, beter voorbereid. Die hebben al in het Engels moeten presenteren, hebben al moeten debatteren. Oefening baart kunst.''

Om op het IYPT 2005, dat in Zwitserland wordt gehouden, beter beslagen ten ijs te komen organiseert Koopmans, samen met een aantal docenten van de RuG, daarom dit schooljaar voor het eerst een Dutch Young Phycisists' Tournament voor vwo-scholieren uit het hele land.

    • Jacqueline Kuipers