Privatisering WAO op komst

Na de hervorming van de WAO gaan verzekeraars concurreren met het uitvoeringsorgaan UWV. Verzekeraars zijn duurder, dus gaan ook de premies van de UWV omhoog.

De zieke man van de sociale verzekeringswetten krijgt een nieuwe dokter: commerciële verzekeraars. De uitvoering van de WAO wordt een markt. De verzekeraars gaan het opnemen tegen staatsbedrijf UWV met als inzet: minder mensen in de WAO, meer mensen weer aan het werk krijgen. Maar kunnen twee zulke ongelijke beesten wel concurreren? ,,Het is erg gekunsteld'', zegt hoogleraar verzekeringskunde H. Keuzenkamp van de Universiteit van Amsterdam. ,,Het risico bestaat dat je de nadelen krijgt van ieder systeem: de regulering van de publieke uitvoering, de regulering van de markt, en alle regels die je nodig hebt om een gelijk speelveld te creëren.''

Gisteren ging het kabinet na jarenlange discussie akkoord met een drastische ingreep in de WAO. Op 1 januari 2006 valt de WAO uiteen in twee regelingen. Eén voor werknemers die nooit meer kunnen werken (de IVA) en één voor werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn (WGA). Het kabinet wilde deze tweede regeling aanvankelijk alleen laten uitvoeren door banken en verzekeraars, in plaats van door de UWV die de huidige WAO uitvoert. Maar toen uit offertes begin dit jaar bleek dat de verzekeraars veel duurder zouden zijn, in ieder geval de eerste vijf jaar, besloot het kabinet dat het publieke UWV toch met de private partijen moet concurreren. Met één probleempje: het `gelijke speelveld' dat is vereist voor zinnige concurrentie komt er niet vanzelf. Daarvoor verschilt de financiering van het UWV en de banken teveel, waardoor de verzekeraars volgens henzelf op onoverbrugbare achterstand zouden komen. De UWV betaalt de uitkeringen direct uit de premies die de werkgevers betalen en hoeft dus geen vermogen op te bouwen als buffer. Verzekeraars moeten dat wel, omdat zij wettelijk verplicht zijn zoveel vermogen te hebben dat zij alle uitkeringen van de komende tien jaar kunnen betalen, de zogeheten kapitaaldekking. De kosten daarvan, ook wel de `rentehobbel' genoemd, zouden in de aanloopfase te hoog zijn om met het UWV te kunnen concureren. Daarbovenop moeten verzekeraars ook nog winst maken, iets dat UWV niet nastreeft.

Na maanden onderhandelen met UWV en verzekeraars kwam het kabinet gisteren met de oplossing: het UWV moet hogere premies gaan heffen dan nodig is om de uitkeringen te kunnen betalen, om zo op één lijn te komen met de verzekeraars. Met de winst brengt het UWV de premies voor de `echte' arbeidsongeschiktheidsregeling omlaag, zodat werkgevers in totaal niet meer premie gaan betalen volgens het kabinet. Deze oplossing is een voorbeeld van een van de paradoxen van de vrije markt: elke liberalisering begint met stevige marktregulering door de overheid. Volgens bestuursvoorzitter Kick van der Pol van verzekeraar Interpolis is het probleem van de verzekeraars ,,redelijk opgelost''. Hij verwacht dat alle verzekeraars die nu al actief zijn in de ziektewet en de verzekering van het WAO-gat ook de nieuwe regeling gaan aanbieden, zoals Nationale-Nederlanden en Achmea. ,,Als er geen oplossing was gekomen voor de rentehobbel, was niet één verzekeraar erin gestapt'' zegt Van der Pol. Hij en Keuzenkamp hadden het beter gevonden als de markt volledig geprivatiseerd zou zijn. Keuzenkamp denkt dat de UWV in het nadeel is. ,,Structureel zie ik niet dat dit publiek is uit te voeren.'' Hij wijst erop dat werkgevers naast de WAO ook andere verzekeringen voor zieke werknemers nodig hebben, die UWV niet kan aanbieden. Bovendien heeft het UWV zijn eigen problemen. De organisatie die pas twee jaar geleden is gevormd uit zes uitvoeringsinstanties zit nog middenin het fusieproces.