`Niet-religieus onderwijs verkeert in crisis'

De bewoners van de wijk Kiryat Menachem in het Israëlische Ramle protesteren tegen de opening van een lagere school. Zij willen geen IsraëlischArabische kinderen in hun achtertuin.

Verdeeldheid is een kenmerk van Israël. Maar het is nauwelijks voorstelbaar dat de vrolijk kwetterende groep van 6- en 7-jarigen in wit/blauwe schooluniformen het middelpunt is van een joods-Arabische schoolstrijd in Ramle, een eeuwenoude, Arabische stad waar de horizon wordt gedomineerd door de Witte Moskee en de Kerk van Jozef van Arimathea.

Voordat zij op een warme ochtend eerder deze week tot hun nieuwe school worden toegelaten, moeten zij op straat poseren voor de camera van dr. Zeidan Nasser. ,,Voor het jaarboek'', legt Nasser, een specialist in geriatrische geneeskunde, uit. Vaders, een enkeling in traditionele kledij, kijken vertederd toe, een paar moeders met chique hoofddoeken duwen laatkomers gehaast in de groep en stuiven weg in hun Golfjes en jeeps.

Een alledaags tafereel, ware het niet dat de Arabische Al-Manahal-school (De Bron) is gevestigd boven het winkelcentrum van Kiryat Menachem, een overwegend joodse nieuwbouwbuurt met fris geschilderde flats, rijtjeshuizen en comfortabele bungalows. De affiches in de supermarkt, bij de bakker, de kranten in de kiosk maken duidelijk dat de clientèle hier Russischtalig is, immigranten uit Kazachstan en Oezbekistan. Het initiatief van Zeidan Nasser, zijn collega dr. Ghanem Yaacoubi, een psychiater, en Suleiman Abu Swis, voorzitter van de Israëlisch-Arabische partij Eenheid, wordt door de nieuwkomers bestreden met een felle brieven- en mediacampagne en het dreigen met juridische acties, onder anderen tegen de eigenaar van het complex Jacob Silverstein.

,,Deze school met om te beginnen 80 leerlingen is ons antwoord op het bedroevend slechte openbare onderwijs, slecht voor joodse leerlingen en nog slechter voor Arabische kinderen. Het openbare systeem hier leverde afgelopen jaar 230 leerlingen af, slechts 16 van hen slaagden vervolgens voor het universitaire toelatingsexamen'', vertelt Ghanem Yaacoubi. ,,Wij, als ouders, weigeren nog langer te accepteren dat onze kinderen onderwijs krijgen in klassen van 40, 45 leerlingen met totaal overwerkte leerkrachten die geen tijd, energie en motivatie hebben om hun best te doen. Dit is onze ground-zero.'' Hij stelt de retorische vraag of Israëlisch-Arabische jongeren voorbestemd zijn om schoonmaker, bordenwasser of crimineel te worden. Als hij uitgefotografeerd is, voegt dr. Nasser daar aan toe: ,,We hebben een plan, we hebben fondsen, de ouders betalen school- en boekengeld, we hebben goede leerkrachten kunnen aantrekken en heel veel ouders hebben positief gereageerd. We hadden alleen nog een gebouw nodig, dit stond te huur, dit was onze kans.''

Suleiman Abu Swis vertelt dat een groep ouders de afgelopen weken in de avonduren de klassen opnieuw hebben geschilderd, de wc's, de brandmelders en de airconditioning hebben gerepareerd. Betrokkenheid en zeggenschap van ouders in het bestuur van de school is, naast de kleinere klassen, voor hem het argument geweest om twee van zijn vier kinderen naar Al-Manahal te brengen. ,,Op de openbare scholen hier in Ramle kunnen zesdeklassers nauwelijks fatsoenlijk Arabisch en Hebreeuws schrijven, over Engels hebben we het niet. Het percentage uitvallers op de middelbare scholen is opgelopen tot 40 procent,'', aldus de plaatselijke politicus. Volgens het Israëlische Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) worden Arabische scholen door het ministerie van Onderwijs gesubsidieerd met 850 euro per leerling per jaar, terwijl de bedragen voor joodse leerlingen hoger liggen: 2.000 euro voor een ultra-orthodox kind en 1.000 euro voor een seculier-joods kind.

Hoofd van de school is Eyad Nasar (46), een kordate, moderne Israëlisch-Arabische. Zij studeerde wiskunde en Hebreeuws aan de Universiteit van Tel Aviv en heeft les gegeven op Arabische en joodse middelbare scholen. ,,Het niet-religieuze, openbare onderwijs in Israël, zeker het onderwijs aan Arabische kinderen, verkeert daardoor in een crisis.'' Deze school maakt deel uit van wat zij ,,een revolutie'' in het onderwijs noemt, want in Jeruzalem en Haifa zijn soortgelijke initiatieven genomen. Het lijkt een groot woord maar is dat niet: kleine klassen, goed opgeleide onderwijzers (minstens BA, liever nog MA), Arabisch, Hebreeuws en Engels vanaf de eerste klas, naast rekenen, biologie, godsdienstonderwijs (twee uur per week), computerles en geschiedenis.

,,Het revolutionaire schuilt ook in de betrokkenheid van de ouders, die op hun beurt ook tal van cursussen volgen om te leren hoe zij hun kinderen moeten opvoeden. Niet meteen slaan, niet meteen schreeuwen, niet meteen geweld toepassen is iets wat sommige ouders nog moeten leren. Het geweldloze klimaat is, naast het leerplan, het belangrijkste kenmerk van deze school. En ik hoop zeer dat de school ook wordt opengesteld voor joodse kinderen'', vertelt zij.

Of de Al-Manahal-school in het verdeelde Ramle (78 procent joods, 18 procent moslim, vier procent christelijk) door Jeruzalem wordt gesteund, hangt af van de vraag of de school kan beschikken over een permanente ruimte. Zonder lokatie geen overheidssteun. Op zijn beurt maakt de Likudburgemeester van Ramle, Yoel Lavy, de beslissing of hij definitief toestemming geeft aan het schoolbestuur afhankelijk van de reactie van het ministerie van Onderwijs. Lavy prijst via zijn woordvoerder het initiatief, maar noemt de kwestie van de lokatie ,,te gevoelig'' om op te reageren.

Rabbijn Shalom Mordechai van de Boechara-gemeenschap uit Oezbekistan is niet te vermurwen de strijd te staken. ,,Een Arabische school verlaagt het niveau van de wijk. Dit is een prestigieuze buurt, de mensen vrezen dat de prijzen van de huizen, die zij betaald hebben met hun spaargeld, zullen kelderen. We haten de Arabieren niet, maar we houden ook niet van hen. We hebben hier al een Arabische middelbare school en dat geeft geregeld overlast. Het is vast een heel mooi plan, maar laten zij de school in hun eigen buurt opzetten, want anders nemen ze hier de wijk over.''

Dat is een probleem, want er zijn daar geen geschikte gebouwen en de gemeente geeft principieel geen bouwvergunningen aan de Arabische inwoners, sterker, op de dag dat wij in Ramle rondtoeren worden huizen in de door het leger en de grenspolitie afgesloten Arabische wijk Jawarisch gesloopt. Bij navraag in de winkels bij de school of de actie van Mordechai gesteund wordt, halen vrouwen in gebloemde jurken hun schouders op. ,,Ik wist nog niet eens dat het een nieuwe Arabische school was. Er is hier al zolang ik woon een school boven het winkelcentrum'', zegt een van hen, Vilena Lazarov, vriendelijk. ,,Ach'', bromt Jacov Silverstein, eigenaar van het gehele complex, die de school voor 20.000 dollar per jaar heeft verhuurd ,,het is allemaal politiek van die rabbijn.''

Politiek of niet, het initiatief is een kort leven beschoren als burgemeester Lavy gevoelig is voor de druk van de immigranten, die ook al de hulp van de Nationale Religieuze Partij en van Likud-minister Sharansky hebben ingeroepen. Michail Fanous was tot april 2004 wethouder voor Arabisch onderwijs en stadsontwikkeling en 15 jaar lid van de gemeenteraad. Hij leidt nu de organisatie Shared Life voor Joods-Arabische samenwerking en coëxistentie in het gespleten Ramle, waar zeven jaar geleden rondom een Arabische buurt al een muur werd gebouwd. ,,In 56 jaar zijn er in Ramle in totaal 200 nieuwe appartementen voor Arabieren gebouwd en slechts drie scholen, terwijl de bevolking groeit. Dat levert grote spanningen op, maar ik ken de burgemeester, hoewel van Likud, als een verstandig man die beseft dat het slimmer is Arabische kinderen op te leiden voor een mooi beroep dan voor de criminaliteit. Ik hoop dat hij de druk om Ramle stap voor stap vrij van Israëlische Arabieren te maken, kan weerstaan'', peinst Fanous, ,,en het is te hopen dat nationale politici met hun vingers van deze zaak afblijven, want dan gaat het onherroepelijk mis met een mooi initiatief.''

    • Oscar Garschagen