Kletsmajoor

Als vakbond ben je solidair met je leden. Die val je in principe niet af. In principe, want er zijn natuurlijk grenzen. Dit nu schijnt vakbondsleider Dresscher, het opperhoofd van de Algemene Onderwijsbond,de AOb, niet te begrijpen. Hij maakt zichzelf en zijn club belachelijk door de rare capriolen van zijn leden niet alleen te rechtvaardigen, maar ze ook nog eens in absurditeit te overtreffen. Aanleiding voor de rare sprongen van de voorzitter: de schoolvakanties.

Het eind van het schooljaar is voor leraren altijd een drukke periode. Met inhaalproefwerken, rapportvergaderingen, ouders en leerlingen met vragen, de aanmelding van nieuwe leerlingen, en het volgende schooljaar dat zijn schaduwen vooruitwerpt. De eindexamens zijn achter de rug, die lessen zijn dus komen te vervallen en dat geeft enige lucht, maar hoe dan ook, er is veel te doen, wat gelukkig wordt gecompenseerd door de lange schoolvakanties.

Maar wat hebben veel scholen nu bedacht? Als je de leerlingen de laatste weken van het schooljaar naar huis stuurt, hebben de leraren alle tijd om werkstukken na te kijken, te vergaderen, ouders te woord staan, en nog veel meer. En zo kunnen ze vervolgens uitgerust hun vakantie gaan souperen. En de leerlingen dan, wat moeten die? Nou, dat is niet ons probleem, vindt menige school.

Gelukkig denkt de inspectie daar anders over. Die vindt dat schoolweken per definitie schoolweken zijn. Dat vindt Dresscher absurd. Het vakbondsopperhoofd: `Als ouders denken dat een middelbare school een soort kinderopvang is, dan komen ze bedrogen uit.'

Nee, geen opvang, om de donder niet. De school moet niet opvangen, maar er voor zorgen dat er geleerd wordt. Dat doe je niet als je leerlingen naar huis stuurt. Het is de verantwoordelijkheid van de school het onderwijs zo in te richten dat leerlingen een zo groot mogelijke kans van slagen hebben. Vandaar dat het verschrikkelijk is dat het opperhoofd daar aan toevoegt: `Op de middelbare scholen wordt ook veel belang gehecht aan zelfwerkzaamheid. Vaak hebben de leerlingen 's middags geen les, maar worden ze geacht zelf aan de slag te gaan, werkstukken te maken en dergelijke. Als ze dat niet doen, maar voor de tv gaan zitten, kun je daar de leraar niet de schuld van geven.' Nee, de leraar niet, maar wel de school en helemaal de kletsmajoren van het soort Dresscher. Hij verwoordt de vreselijke ramp die over ons onderwijs is gekomen met de invoering van het studiehuis. Met dat principe is niets mis, maar wat rampzalig is, is dat het de deur heeft opengezet voor gemakzucht en vrijblijvendheid. In het tertiair onderwijs zijn ze er al lang achter dat het niet zo best gaat met de meeste studenten als je ze maar wat laat aanmodderen, reden waarom men het onderwijs daar veel stringenter is gaan inrichten. Middelbare scholieren daarentegen, die kun je gewoon met een opdracht naar huis sturen en als het dan niet goed gaat, ligt dat aan henzelf. En aan hun ouders. Als die er voor kiezen om beiden te werken, dan doen zij daar heel verkeerd aan, want, zo vindt het opperhoofd, die dienen ervoor te zorgen dat er niet tv wordt gekeken, maar werkstukken worden gemaakt.

Het studiehuis was bedoeld om leerlingen, ter voorbereiding op het vervolgonderwijs, te leren zelfstandig te werken. Dat doe je door leerlingen te helpen, te begeleiden, te stimuleren, en niet door ze naar huis sturen. Met zijn schandalige opstelling sanctioneert de voorzitter van de Algemene Onderwijsbond dat het fenomeen studiehuis wordt misbruikt als rechtvaardiging om leerlingen aan hun lot over te laten.

prick@nrc.nl

    • Leo Prick