Kinderen? Welke kinderen?

De Russen zijn boos na de dood van honderden kinderen bij de gijzeling in Beslan. Sommigen willen alle Tsjetsjeense mannen op transport stellen. Of doodschieten. Is dit Ruslands 11 september? Of is dit gewoon Rusland? `We wilden het ditmaal beter doen, maar het ging weer als altijd.'

Vladimir Vladimirovitsj Poetin zat al drie dagen en nachten lang in zijn kantoor in het Kremlin en staarde vermoeid uit het venster. In Moskou goot het, de gele bladeren bogen door onder de slagen van zware regendruppels, de Spasski-toren was door de witte nevel nauwelijks te zien en beneden in het park stonden doorweekte veiligheidsagenten.

In het kantoor van Poetin zat zijn Veiligheidsraad. De mannen debatteerden heftig en ruzieden met rode ogen van slaapgebrek.

,,Ik bedoel, de informatie moet worden ingedamd!'', krijste de normaal zo rustige FSB-chef Nikolaj Platonovitsj Patroesjev. ,,Zonder journalisten ook geen terroristen!''

,,Waarom geven wij toch altijd die journalisten de schuld'', stoof premier Michail Jefimovitsj Fradkov op. ,,Ik heb televisie gekeken, daar laten ze toch helemaal niets meer zien.''

,,Rustig, rustig'', zei Vladimir Vladimirovitsj. ,,Laten we liever nadenken hoe we de kinderen kunnen redden.''

,,Welke kinderen?'', vroeg Nikolaj Platonovitsj verbaasd.

De leden van de Veiligheidsraad keken verwonderd naar Vladimir Vladimirovitsj.

Op de vrijdagochtend 3 september plaatst satiricus Maksim Kononenko een nieuwe fabel over de kleine Vladimir op zijn veelgelezen website. (vladimir.vladimirovich.ru.) Poetin is als altijd een eenzaam jongetje dat verwonderd naar de wereld kijkt, afgeschermd door zijn incompetente staf en zijn mobiele telefoontje dat maar één knop heeft: naar zijn kabinetschef. Milde satire, maar vaak heel raak.

Vijf uur later voltrekt zich in het stadje Beslan het zwartste scenario. In een volledige chaos exploderen bommen en bestormen radeloze vaders met kalasjnikovs School nummer 1. Bloedende, gemangelde, uitgedroogde kinderen in witte onderbroekjes rennen voor hun leven, het vuurgevecht gaat de halve dag door. De rekening, voorlopig: 335 doden, 726 gewonden.

De hele wereld kijkt die dag met afgrijzen toe, behalve Rusland. Dat wordt op het moment suprème door staatskanaal RTR getrakteerd op een sovjetfilm en door staatskanaal ORT op een boeiende documentaire. Slechts NTV, het eens zo rebelse nieuwskanaal, doet nog enigszins zijn plicht, maar staakt de directe uitzending als rond twee uur speciale troepen zich aan het front melden. Elders presenteert premier Fradkov kalm zijn privatiseringsplannen. Heel traag zinkt de omvang van de tragedie door, de macht tracht het aantal doden nog lang te drukken. Mogelijk zestig. Ruim honderd. Meer dan 150. Wel 350.

Zaterdagochtend reist president Poetin naar Beslan. Bleek en onwennig aait hij een comateus kindje in een hospitaalbed, de confrontatie met de ouders durft hij niet aan. Pas dan kruipen topbestuurders onder hun stenen vandaan om te rouwen. Het sein `veilig' is gegeven. Later die dag spreekt Poetin de natie toe in een rede die treurig en schuldbewust begint, maar xenofobisch en verbeten eindigt. We zijn corrupt, egoïstisch, geselt hij de Russen. Vrij naar Stalin: ,,We hebben zwakte getoond in het aangezicht van het gevaar, en de zwakken worden verslagen.'' Waarna Poetin `sommigen' in het Westen beschuldigt van steun aan terrorisme: ,,Zij doen dat omdat ze aannemen dat Rusland, een van de grootste kernmachten, hen nog altijd bedreigt. Die dreiging dient te worden geëlimineerd.''

Beslan is geen Russisch 9/11. Voor Amerika waren de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon een shockerende confrontatie met de eigen kwetsbaarheid, Russen vertrouwen toch al niet zo op hun veiligheid. Bovendien hebben ze een dikke laag eelt op de ziel na de gijzeling in het NordOst-theater, bomaanslagen op flatgebouwen en forensentreinen, zelfmoordaanslagen op bussen, metrowagons, popfestivals en vliegtuigen. Wel zijn de afgelopen weken extreem bloedig. Een aanslag bij een bushalte in Moskou, twee vliegtuigen die uit de lucht vallen op 24 augustus: negentig doden. Een `zwarte weduwe' die zichzelf opblaast voor het Moskouse metrostation Rizjkaja op 31 augustus: tien doden. Nu dus de kindermoord in Beslan. Het maakt Rusland radeloos. Het aantal terreuraanslagen neemt toe, ze worden grimmiger, de Kaukasus is een kruitvat. En Poetin lijkt steeds meer een grossier in holle frasen en loze gebaren, van zijn ,,wij slachten ze af op de plee'' (1999) tot de tien miljoen dollar die hij nu op de scalpen van de rebellenleiders Basajev en Maschadov zet.

Het is even niet het moment om de Russen lastig te vallen over een vredesmacht voor Tsjetsjenië of een dialoog met gematigde rebellen, zoals de westerse pers maandag vroom bepleit. Noch om een verklaring te eisen voor het debacle van Beslan, zoals minister Bot dat namens de EU doet. `Blasfemie', reageert Moskou. Niemand wil praten met `kindermoordenaars', waarom nodigt u Osama bin Laden niet uit in Brussel, briest Poetin. Hij staat niet alleen. Gazeta.ru geeft een overzicht van de vox populi, blijkens ingezonden brieven: Alle Tsjetsjenen op transport naar Tsjoekotka, het meest afgelegen, koudste deel van Rusland. Liefst eerst alle mannen afschieten. Een hoog hek rond Tsjetsjenië, onder 440 volt.

Het is ook het overschreeuwen van de schaamte over het eigen falen in Beslan. Een radiocommentator hoor ik deze week de beroemde verzuchting van ex-premier Tsjernomyrdin weer ophalen: ,,We wilden het ditmaal beter doen, maar het ging weer als altijd.'' Opnieuw een chaotisch bloedbad, terwijl Rusland toch ordelijk, voorspelbaar en georganiseerd werd onder Poetin? Toch faalde de staat ditmaal op een andere wijze dan voorheen. Beslan toont nieuwe zwaktes die het gevolg zijn van vier jaar centralisatie en het smoren van het publieke debat. En uit het NordOst-drama van oktober 2002 lijken alle verkeerde lessen getrokken.

Afstandsbediening

De feiten van Beslan zijn in grote lijnen bekend. Op woensdagochtend 1 september vieren honderden schoolkinderen van School nummer 1 met hun leraren, ouders en grootouders de eerste schooldag. Het ritueel is overal in Rusland gelijk: de bloemen voor de docenten, de beverige toespraak van de oorlogsveteraan, dan de oudste leerling die de jongste over het schoolplein draagt. Net als hij haar op zijn rug heeft gehesen, komen 28 mannen in camouflage en vier `zwarte weduwen' over het spoor aanrennen dat langs de school leidt. Ze schieten in de lucht, drijven de menigte samen in de gymzaal.

Daar executeren ze meteen vaders en leraren, slaan de ramen van de gymzaal in, stellen in de bloedplassen rissen granaten en mijnen op. Een deel daarvan halen ze onder de planken van de vloer weg: een bouwploeg heeft die daar bij een renovatie verstopt. Na een dag is de van angst verstijfde menigte omsingeld door een ring van mijnen en bommen. In het midden van de zaal staat een terrorist op een pedaal: heft hij zijn voet op, dan ontploft een krachtige bom.

In het begin is er onenigheid onder de terroristen: waarom gijzelen ze schoolkinderen? Hun leider, `de kolonel', schiet een dissident dood en brengt met zijn afstandsbediening twee van zijn vier `zwarte weduwen' tot ontploffing, die dan in de bibliotheek zijn. Daarmee is zijn autoriteit hersteld. De terroristen gedragen zich voortaan bruut en sadistisch, op één na die zich in zijn koran terugtrekt. Ze bevelen de kinderen te gaan zitten en op te staan, richten grinnikend hun pistolen op hen, sluiten alle kranen af zodat ze in de verstikkende hitte hun eigen urine drinken. Alsof ze erop uit zijn voorwaarden voor massapaniek te scheppen.

Buiten heerst chaos. Alle diensten gaan zoals gebruikelijk hun eigen weg, centrale coördinatie ontbreekt. De `sterke mannen' die Poetin naar het zuiden stuurt – zijn hoofd van de FSB, zijn politieminister – maken zichzelf onzichtbaar. In praktijk hebben de Ossetische autoriteiten het voortouw, en die zijn niet op die taak berekend.

De onderhandelaars waar de terroristen om vragen laten het veelal afweten. De president van Ossetië houdt zich op de achtergrond, een Doemalid heeft griep, de president van Ingoesjetië schakelt zijn mobiele telefoon uit en laat zijn secretaresse melden dat hij in Spanje is – tot hij plots in Beslan opduikt. De bekende kinderarts Leonid Rosjal onderhandelt wel, maar alleen per telefoon. Hij slaagt er niet in de terroristen over te halen water, voedsel en medicijnen te accepteren.

Commentator Andrej Ryabov refereert maandag aan de oude tv-serie `De schaduwen smelten weg op het middaguur'. ,,Topfunctionarissen gedroegen zich als die schaduwen: ze smolten weg voor het middaguur, toen het schieten in Beslan begon.'' Logisch gedrag onder Poetin, denkt Ryabov. In een riskante situatie kan je beter niets doen, dan krijg je ook niet de schuld. Dat oblomovisme was ondenkbaar onder Boris Jeltsin, die gijzelingszaken overigens minstens zo rampzalig afwikkelde. Maar in 1995 onderhandelde premier Tsjernomyrdin op televisie met terrorist Basajev, en in 1996 leidde FSB-chef Barsoekov persoonlijk de bestorming van het dorpje Kizljar. Ryabov: ,,Elke stap die ze namen was zichtbaar in de media, elke fout. Ze konden hun verantwoordelijkheid niet ontlopen.''

Onder Poetin kijkt de pers niet langer mee over de schouder van de tsjinovnik, de topbureaucraat. Struisvogelgedrag kan dus weer, juist tijdens een gijzeldrama. Want wat is de les die het Kremlin trekt uit de NordOst-crisis van 2002? Toen belde half bekend Rusland met de Tsjetsjeense terroristen, trok een stoet prominenten het theater in en mocht bendeleider Movsar Barajev zijn eisen presenteren op televisie. Hij kreeg familie van de gijzelaars zelfs zover dat ze op het Rode Plein wilden betogen tegen de Tsjetsjeense oorlog. Het hield de terroristen bezig, streelde hun ijdelheid: Barajev bekeek een videotape van zichzelf op het moment dat de Alfa-troepen strijdgas de zaal inpompten.

Dit onvermogen de informatiestroom tijdens NordOst te beheersen dreef Poetin naar verluidt tot razernij, niet het falen van zijn FSB en politie of het tekortschieten van de medische zorg na zijn gasaanval, die 129 levens eiste. Meteen na NordOst nam de Doema een draconische mediawet aan die een eind maakte aan de laatste persvrijheid in Rusland. Poetin besloot die wet in december 2002 genadig niet te tekenen, maar pas nadat mediabaronnen in het Kremlin boete deden en beloofden bij toekomstige gijzeldrama's de bestorming niet live uit te zenden, terroristen geen forum te bieden, geen opinies of ongesanctioneerde feiten te debiteren.

In Beslan is de informatiestroom helemaal onder controle, ook aan de kant van de terroristen, die alle mobiele telefoons verzamelen en in stukken slaan. Gevolg is een naargeestige stilte, onderbroken door raadselachtige explosies uit het gebouw of granaten die worden afgevuurd op politieauto's die te dicht naderen. De terroristen krijgen niet hun gewenste onderhandelaars, geen forum; zij opereren in een volstrekt isolement.

Ook wordt voorkomen dat critici van het Kremlin de show stelen. Twee potentiële lastposten bereiken Beslan nooit. De eerste is Andrej Babitski, een journalist die in 1999 even wereldnieuws was toen de FSB hem als `Tsjetsjenenvriend' ontvoerde. Babitski wordt op het vliegveld beticht van het smokkelen van explosieven. Als dat al te absurd blijkt, beginnen twee mannen met hem te vechten. Iedereen wordt opgepakt en tot vijf dagen celstraf veroordeeld wegens `hooliganisme'.

Meer sinister is wat Anna Politkovskaja overkomt. Zij is een dappere, bevlogen journaliste, die bittere reportages over Tsjetsjenië schrijft, altijd met de haast bizarre hoop dat de redelijkheid eens overwint. Politkovskaja irriteerde het Kremlin met haar bemiddeling tijdens het NordOst-drama, zij vertelt achteraf niet te geloven dat de terroristen echt de dood zochten. Ook zij wil naar Beslan, en belt voor haar vertrek met Achmed Zakajev in Londen. Hij is de gezant van Maschadov, de relatief gematigde Tsjetsjeense rebellenleider.

Zakajev, desgevraagd: ,,Anna was erg emotioneel. Je moet iets regelen voor de Ossetische kinderen, dit wordt een ramp, zei ze. Ik antwoordde dat zowel ik als Maschadov beiden bereid waren als onderhandelaar naar Beslan te vliegen, zonder voorwaarden of garanties.'' Maar Zakajev, die politiek asiel geniet in Groot-BriTtannië, is voor Moskou zelf een terrorist. Hem met de eer laten strijken is ondenkbaar.

Waarschijnlijk wordt Politkovkaja's mobiele telefoon afgeluisterd, zeker is dat ze in haar vliegtuig een kopje thee bestelt. Tien minuten later valt ze flauw. In het ziekenhuis constateren de artsen een zware voedselvergiftiging en pompen haar maag leeg. Politkovskaja wankelt enkele dagen tussen leven en dood: zij herstelt nu in Moskou van nier- en leverschade. Later lijkt het Kremlin zich te bedenken: de Ossetische president benadert Zakajev alsnog als onderhandelaar. Maar dan is het te laat.

Dronken vrouw

De overheid bestookt de pers intussen met leugens. Prioriteit nummer één is het bagatelliseren van de crisis. Een week eerder had de FSB twee dagen nodig om te erkennen wat iedereen eigenlijk meteen wist: dat twee Toepolev-vliegtuigen die vrijwel gelijktijdig uit de lucht vallen zijn opgeblazen. Niet slechte kerosine is de oorzaak, maar zwarte weduwes met zelfmoordgordels. Ook in Beslan tracht men de omvang van de crisis te verdoezelen: het aantal gijzelaars houdt men op 335. Dat blijft zo tot vlak voor de bestorming, als de Ossetische president Dzasochev toegeeft dat er `meer dan negenhonderd mensen' gegijzeld zijn. Het zijn er 1.200.

Een bestorming is de enige optie, zo lijkt het. Om het publiek rijp te maken krijgt de pers te horen dat de terroristen geen, of onduidelijke eisen stellen. Dat er niet mee te praten valt.

Niemand die nadenkt hoe dit uitwerkt op de terroristen, die ook televisie kijken. Ze zijn afgesneden van de media, hebben buiten de gymzaal geen stem. Wel horen ze aperte leugens over het aantal gijzelaars en over hun eisen. De krant Novoja Gazeta werpt de vraag op: in hoeverre heeft ze dat gesterkt in hun meedogenloze optreden? Je moet toch iets doen om de aandacht vast te houden?

Op donderdagmiddag is er even een sprankje hoop voor de kinderen van Beslan. Ongevraagd meldt Roeslan Aoesjev zich. Hij is de voormalige president van Ingoesjetië, een leider die door listig manoeuvreren tussen de rebellen en Moskou zijn volk acht jaar lang buiten de opstand van hun Tsjetsjeense broeders houdt. Het Kremlin heeft Aoesjev in 2002 ter zijde geschoven voor een FSB-kolonel, waarna de situatie in zijn republiek destabiliseert. Aoesjev weet wat de terroristen beogen: de oude vijandschap tussen de christelijke Ossetiërs en islamitische Ingoesjetiërs opstoken, zodat zijn volk alsnog in opstand komt en de oorlog zich over de hele Kaukasus uitbreidt. Een vreedzame oplossing is voor hem van groot belang. Aoesjev meldt zich als enige in persoon bij de deur van de gymzaal. De terroristen willen geen Vanaich met hem spreken, de gezamenlijke taal van de Tsjetsjenen en Ingoesjetiërs. Wel krijgt hij drie vrouwen met baby's mee, even later komen er nog eens twintig gijzelaars vrij. De terroristen lijken te willen praten.

Vrijdagochtend is er meer beweging: mannen van de rampenbestrijding mogen 21 lijken op het binnenplein ruimen. Als ze om één uur 's middags beginnen, loopt de zaak uit de hand. Sommige overlevenden van de gymzaal zien een bom uit een basketbalnet naar beneden vallen. Die raakt het hoofd van een klein meisje en explodeert. De gijzelaars raken in paniek en werpen zich uit de ramen, terroristen schieten op de lijkenruimers en op vluchtende kinderen. Het kordon van dienstplichtigen met vlassige snorretjes rond de school blijkt zo poreus dat honderden bewapende burgers ongehinderd het terrein opstormen. Iedereen schiet in het wilde weg. Meer bommen ontploffen, de overgebleven `zwarte weduwen' blazen zichzelf op. Het dak van de gymzaal stort in, vuur grijpt om zich heen.

Van planning is geen sprake: speciale troepen arriveren ruim een half uur later bij de school, veelal zonder kogelvrije vesten. Zij lijden zware verliezen: op het FSB-hoofdkwartier aan het Loebjankaplein staan een paar dagen later tien doodskisten op een rij. Een deel sneuvelt door `friendly fire': op tv is te zien hoe burgers op militairen schieten die de school uitkammen. Anderen sneuvelen terwijl zij met hun lichamen kinderen beschermen, want er zijn ook helden op 3 september.

Bij het NordOst-drama wist de politie nog een strak kordon rond het theater te leggen, hoewel ook daar een dronken vrouw in het gebouw doordrong. Dat lukt ditmaal niet. Kennelijk hebben de bureaucraten het zo druk met hun virtuele realiteit dat ze de realiteit vergeten zijn.

Arabieren

Als Beslan zich opmaakt zijn doden te begraven, gaat het liegen door. Nu is de boodschap: Rusland is getroffen door Al-Qaeda. Het is geen uitvloeisel van de Tsjetsjeense oorlog, maar internationale terreur. Elke terreurdaad herinnert Rusland er immers aan dat Poetin nog altijd geen vrede heeft gebracht. Vladimir Ryzjkov, een liberale stokebrand in de Doema, pepert hem dat in. ,,Beslan toont hoe weerloos we zijn: in de lucht, in de metro, in Moskou, buiten Moskou. De president kreeg een contract om de orde te herstellen en te zorgen dat het volk veilig was. Vandaag zien we dat dit contract is verbroken.''

Dus laat de FSB vrijdag weten dat de actie is georganiseerd door Omar as-Seif, kwartiermeester van Al-Qaeda op de Kaukasus, en dat `negen Arabieren en één neger' zijn aangetroffen onder de terroristen. Even later blijkt dat afgeleid van `bepaalde gezichtskenmerken'. In werkelijkheid is het bloedbad van Beslan aangericht door een mengsel van Kaukasische en Tartaarse moslimfanatici, onder wie Tsjetsjenen. Maar het blijft gissen, want namen lekken mondjesmaat uit en een openbaar onderzoek komt er niet. Dat zou een `politieke show' worden, zegt Poetin.

De vloedgolf van kritiek die deze week over Poetin en zijn crisismanagement spoelt zal hij moeiteloos overleven. Die komt vooral van een handjevol liberale dagbladen die alleen in Moskou en St. Petersburg circuleren. De rest van het land kijkt televisie. En `daar laten ze helemaal niets zien'. Woensdag trommelt het Kremlin via zijn contacten 130.000 vrijwilligers op om zich bij het Rode Plein solidair te verklaren met Beslan en Poetin. Zoals de spontane massabetogingen en stille tochten tegen terrorisme in Madrid en Parijs, zegt de regering. Maar de gapende, met bussen aangevoerde deelnemers, de saaie speeches, de voorgefabriceerde borden en spandoeken: het oogt meer als een antieke 1 mei-betoging.

Toch beseft het Kremlin dat er iets broeit als zelfs boulevardblad Moskovki Komsomolets woedend opent met: ,,We worden bedolven onder leugens''. Op televisie oreert commentator Sergej Briljov, een spreekbuis van het Kremlin, zondagavond dat ,,het land op dit soort momenten de waarheid nodig heeft''. Briljov hekelt ook de ,,generaals die uit zichzelf niet in beweging durven te komen voordat de president een bevel geeft''. Maar dat heeft Poetin aan zichzelf te wijten. Een `micromanager' die is geobsedeerd door hiërarchie en controle kan ondergeschikten moeilijk passiviteit verwijten.

De nabije toekomst stemt niet vrolijk. Het Kaukasische terrorisme wordt apocalyptisch. Tijdens NordOst mochten kinderen onder de twaalf jaar nog vertrekken, nu werden zij in de rug geschoten. In 1996 lieten Tsjetsjenen een bom zonder ontsteking achter in een Moskous park, als waarschuwing. Inmiddels lijken ze in staat die ook te ontsteken. Rebellenleider Maschadov vraagt zijn volk ,,niet te vechten tegen kinderen en vrouwen'' en betuigt zijn deelneming, maar de rebellensite Kavkaz.center schampert slechts over dat gejammer over Ossetische kinderen terwijl de Russen 42.000 Tsjetsjeense kinderen zouden hebben omgebracht. ,,Jullie zijn hypocrieten en schoften, donder maar op naar je treurige plekjes met je veroordelingen. Je hebt niet eens het recht een Tsjetsjeense soldaat in de ogen te kijken.''

En de Russische staat? Die zal verder verharden, zoals alle staten onder invloed van terreur. Poetin belooft deze week `efficiënt crisismanagement', harde ingrepen op de Kaukasus en in zijn veiligheidsorganen, die hij drie maanden geleden voor het laatst stroomlijnde. Alles binnen het kader van de Grondwet, belooft hij. Liberalen zijn er niet gerust op. Het invloedrijke Doemalid Gennadi Goedkov, afkomstig uit de KGB, schets ons telefonisch zijn stralende toekomst. Draconisch optreden tegen corruptie, nog meer toezicht op de pers, geld en mankracht voor de FSB. Herstel van de KGB-scholen voor spionage en contraspionage ook, en van het netwerk van verklikkers ,,dat zo briljant functioneerde in de Sovjet-Unie''. Want toen waren er geen aanslagen, misoogsten of natuurrampen. Welke kinderen?

    • Coen van Zwol