Kaapstad spuugt op omgedraaide kunst

Een museum in Kaapstad heeft woedende reacties uitgelokt door de schilderijen van Hollandse meesters uit de 17de eeuw omgedraaid aan de muur te hangen. De curator heeft precies bereikt waar hij op hoopte.

De Hollandse meesters die al bijna een eeuw in het Oude Stadhuis van Kaapstad hangen, kregen de laatste jaren weinig bezoek. Anthony van Dyck, Jacob van Ruisdael, Frans Hals, Jan Steen, ze dreigden behang te worden, vergeten in Afrika's meest zuidelijke punt. Toeristen brengen een zonnige middag liever door tussen de Afrikaanse prullaria op het plein tegenover het museum, of op de Tafelberg die er vlak achter ligt. En Zuid-Afrikanen, die hebben onderhand de kunst uit koloniale tijden wel gezien.

Wist kunstdocent en curator Andrew Lamprecht dus dat hij de Zuid-Afrikaanse kunstwereld op zijn kop zou zetten toen hij aankondigde de zeventiende eeuwse werken eens om te draaien? Vanaf deze week hangen de schilderijen twee maanden lang met de kont naar Kaapstad. ,,Een kleine ingreep'', durft Lamprecht zijn idee nog te noemen, ,,om de kijker te dwingen dieper na te denken over het onderwerp van zijn starende blik''.

Zijn conceptuele kunstavontuur heeft woedende reacties losgemaakt. ,,Modieuze dwaasheid'', heet tentoonstelling Flip! in de brievenrubriek van de Kaapse kranten. ,,Een goedkope manier om het publiek weer naar het vergeten museum te trekken.'' ,,Een ondermijning van kunst in al haar facetten.'' ,,Waarom sluit hij niet gewoon de deur?''

De organisatoren lijken zich te laven aan de kritiek. Het belangrijkste doel is al bereikt: Zuid-Afrika praat weer over haar kunsterfenis. ,,De tentoonstelling trekt een heel nieuw publiek'', zegt de eigenaar van de collectie Marilyn Martin. Bij het zien van de volle museumvloeren veert ze tevreden op haar tenen. ,,Noem het een wedergeboorte.'' Curator Andrew Lamprecht doet zijn best om zijn initiatief zo artistiek mogelijk te laten lijken als hij de eerste excursie door het museum loodst. Hij speelt met de verwachtingen en percepties van de kijker, zegt hij.

,,Ik probeer een leugen te ontkrachten die ieder museum aan zijn publiek presenteert. Alsof de doeken zo uit het atelier van de meester komen. Deze schilderijen zijn historische objecten van 300 tot 400 jaar oud, jaar na jaar gerestaureerd, op de achterkant beklad door ondeugende kinderen en soms oneerlijke eigenaren. Deze ingreep dwingt om over de collectie én zijn geschiedenis na te denken.''

Dat idee is niet nieuw. De Nederlandse kunstenaar Rik van Wegen exposeerde in het Bonnefantenmuseum in Maastricht al eens interessante achterkanten van befaamde schilderijen. Dat is ook de plek waar een groot deel van de schilderijen uit het Oude Stadhuis in Kaapstad vorig jaar te zien was en werden gerestaureerd. ,,Maar nooit eerder is een hele collectie van een museum omgedraaid'', zegt Lamprecht, docent Theorie en Denken over Kunst aan de Universiteit van Kaapstad.

De schilderijen zijn een gift van de Britse zakenman Max Michaelis, die lange tijd in Johannesburg woonde en de collectie van Vlaamse en Hollandse meesters begin twintigste eeuw kocht van zijn landgenoot Hugh Lane. In 1914 schonk Michaelis de gehele verzameling aan de toenmalige Zuid-Afrikaansche Republiek, ,,als dank voor de vele gelukkige en welvarende jaren in dit prachtige land''. Het is de rijkste verzameling van zeventiende eeuwse schilderkunst buiten Europa en de Verenigde Staten. De collectie haalde in de jaren dertig de voorpagina's van de Nederlandse kranten toen het gerucht de ronde deed dat een van de werken een `echte' Rembrandt was. Het schilderij bleek later toch van een leerling, zoals de conservators oorspronkelijk beweerden.

Beroemde werken hebben saaie achterkanten. Het portret van een vrouw van Frans Hals, misschien wel het meest prestigieuze werk uit de collectie, toont aan de achterkant niet meer dan wat vergeelde Zuid-Afrikaanse kranten. De verkeerde kant van het relatief onbekende werk van Hendrik van Vliet verbergt echter het verhaal van `duistere en schunnige praktijken', in de woorden van de curator.

Het houtwerk laat nog vaag de handtekening JVM zien. Precies zo tekende Jan Vermeer eind zeventiende eeuw de werken die inmiddels miljoenen waard zijn. ,,De eigenaar heeft zelfs de datum van het schilderij proberen te vervalsen omdat hij ontdekte dat Vermeer zo vroeg in zijn carrière, 1651, zijn werk nooit signeerde. Het omdraaien van een schilderij is inderdaad alsof je een steen oplicht waaronder ongedierte ligt te kruipen.''

De voorkant van de Max Michaelis collectie is vanaf 31 oktober weer te zien in het oude stadhuis van Kaapstad.

    • Bram Vermeulen