Jansma in achterhoede bij WK bridge

Voor de Nederlandse bridgers zijn de WK desastreus verlopen.

Maar desondanks heeft de toekomst van Jan Jansma perspectief.

De Generali Masters, zoals het wereldkampioenschap bridge individueel officieel heet, verliep voor de Nederlandse afvaardiging bepaald teleurstellend. De speler en twee speelsters eindigden in de achterhoede van het prestigieuze evenement, dat werd gehouden in het Italiaanse Verona.

Bij de vrouwen werd de Amerikaanse Tobi Sokolov kampioen. De Nederlanders Bep Vriend en Anneke Simons kwamen niet verder dan respectievelijk de 23ste en 27ste plaats in een veld van 28 deelneemsters.

Bij de mannen ging de titel naar de Italiaan Norberto Bocchi. Jan Jansma, een van de weinige Nederlandse spelers die in staat wordt geacht zich te handhaven in een veld van internationale topbezetting, werd 46ste.

Jansma kreeg als enige Nederlander de vererende uitnodiging zich te meten met de 51 beste spelers ter wereld. Heel af en toe legde hij kaarten op tafel waarmee de rest het nakijken had. Het gebeurde echter te weinig en mede als gevolg van mindere acties van zijn partners kwam de Nederlander er nauwelijks aan te pas.

Zo'n WK individueel is een speciale wedstrijd, omdat spelers niet met een vaste partner spelen, maar om de twee of drie spellen wisselen. Sommigen zien zo'n toernooi als een loterij, anderen beschouwen het als de ultieme test om te kijken hoe een speler het in zijn eentje opknapt. Alle spelers waren overigens verplicht gebruik te maken van een door de organisatie vervaardigd uniform biedsysteem.

Hoe dan ook was dit WK voor Jansma een onvergetelijke ervaring. Dat bridgeambassadeur Omar Sharif op het laatste moment van deelname afzag, kwam de kwaliteit van het veld eigenlijk ten goede. De acteur is een publiekstrekker van jewelste, maar heeft in het bridgespel nooit de wereldtop bereikt.

De keuze om Jansma te laten meedoen was opvallend, omdat geen van de mannen van het fameuze Nederlandse team dat in 1993 de wereldtitel won, er bij mocht zijn in Verona. Blijkbaar heeft de Wereld Bridge Federatie goed gekeken naar de periode daarna. Jansma is zonder twijfel de meest succesvolle Nederlandse bridger van het tijdperk na de Bermuda Bowl (WK mannen). Bij de verschillende Europese kampioenschappen waren de resultaten van Jansma altijd ver boven het gemiddelde. Het lag beslist niet aan hem, dat het Nederlandse team het laatste decennium matig voor de dag kwam. Alleen de derde plaats, verleden jaar bij het WK Transnationals, was een topprestatie. En natuurlijk maakte Jansma deel uit van dat bronzen team.

In Verona, maar ook bij de meeste internationale wedstrijden waaraan hij deelneemt, moest Jansma opboksen tegen beroepsspelers. Nederland kent geen professionals. Jansma (42), getrouwd en drie kinderen, heeft een drukke baan als leraar wiskunde en moet schipperen met zijn tijd. Hij is bijzonder tevreden over de kernploeg die een jaar geleden op initiatief van Ton Stam (toenmalig bestuursvoorzitter ArboNed) en Enri Leufkens (voormalig wereldkampioen) was opgericht.

Jansma maakt met zijn vaste partner Louk Verhees en vier andere paren deel uit van Team Oranje, zoals de kernploeg tegenwoordig door het leven gaat. Deze op semi-professionele leest geschoeide selectie heeft zich tot doel gesteld om uiteindelijk bij de strijd om de Bermuda Bowl van 2007 hoge ogen te gooien. De spelers hebben zich verplicht, om naast het spelen van alle belangrijke wedstrijden, iedere vrijdag te besteden aan een centrale training. Via een uitgekiend sponsorbeleid zijn de financiën geregeld om de spelers acht uur per week vrij te kopen bij hun werkgever. Ook de scholengemeenschap waar Jansma in dienst is, werkt daar volop aan mee. Bij de EK, deze zomer in Zweden, liep het nieuwe Nederlandse team op een haar na kwalificatie mis voor de WK van 2005. De eerstvolgende belangrijke wedstrijd is eind oktober plaats als Nederland, met Jansma-Verhees, meedoet aan de Olympiade in Istanbul.

    • Jan van Cleeff