Inspecteur Lucieer

In de NRC van 4 september wordt een paginagroot artikel gewijd aan het functioneren van de hoofdinspecteur geestelijke volksgezondheid J. Lucieer. De teneur van dit artikel is uiterst negatief, waarbij opvalt dat er ruim wordt geciteerd uit uitspraken van personen die een voor hen negatief ervaren confrontatie met de hoofdinspecteur gehad hebben.

Dit is niet moeilijk: het is niet de taak van de hoofdinspectie zich populair te maken, maar om zorgvuldig haar werk te doen. Een tegengeluid lijkt mij dan ook op zijn plaats. In het artikel stelt zijn oud-opleider M. Cohen Stuart dat Lucieer niet geliefd was bij de artsen mee wie hij de opleiding tot psychiater volgde. Als een van zijn collega's in die periode kan ik stellen dat dit onjuist is. Met een aantal van deze oud-assistenten onderhield en onderhoudt Lucieer uitstekende contacten.

Voorts wordt in het artikel uitgebreid ingegaan op de suïcide van psychiater O. en de mogelijke rol van Lucieer hierbij. De feiten in dit geval zijn dat O., psychiater en directeur van een grote GGZ-instelling, door zijn bestuur geschorst werd op verdenking van grensoverschrijdend contact met een van zijn patiënten en dat de inspectie een onderzoek instelde, wat haar taak is.

O. werd voor en na zijn contact met de inspectie begeleid door een psychotherapeut, maar ook deze kon niet verhinderen dat O. zich suïcideerde, overigens ruim voor de inspectie een uitspraak kon doen. Hoe tragisch ook, dit is inspecteur Lucieer niet verwijtbaar.

Vervolgens wordt ingegaan op het onderzoek naar de dood van een patiënte in Parnassia. De omstandigheden van dit overlijden, waarbij de patiënte gefixeerd was in een separeercel, rechtvaardigden nader onderzoek en indien de inspectie dit noodzakelijk acht, kan uit een dergelijk onderzoek een klacht voortkomen. Vervolgens kan de klacht al dan niet als terecht beoordeeld worden. In dit geval was de uitkomst: niet terecht.

De fusieperikelen in Gouda en Den Haag waarvan gewag wordt gemaakt zijn geen inspectiebeleid, maar vloeien voort uit beleid dat door VWS in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld is en inmiddels ten dele weer herroepen wordt. De boodschapper van het slechte nieuws dreigt hierbij te worden omgebracht. De afgelopen jaren heeft Lucieer zich leren kennen als een hardwerkende, zorgvuldig opererende inspecteur voor geestelijke volksgezondheid die, als dit noodzakelijk is, het conflict niet schuwt. Dat deze functie niet slechts vrienden oplevert is evident.

Dat er een schandpaal voor hem wordt opgericht in de NRC is onbegrijpelijk.