In kartelland Nederland regelen de grote jongens het onder elkaar en krijgen kleine ondernemers weinig lucht

De groei van het aantal kleine bedrijven is de beste toetssteen voor het beleid van dit kabinet, concludeert Maarten Huygen, commentator van NRC Handelsblad. Hij gaat wekelijks op stap in de samenleving.

Mensen die graag en veel werken, worden geen werknemer of werkgever. Ze beginnen voor zichzelf. De 41-jarige Efty Eutychides had van alles gedaan, in de horeca, in de bouw en hij raakte maar niet gewend aan werkgevers. Hoe vaak nam hij niet op staande voet ontslag? Hij weigerde elke ontslagvergoeding en ging zeker niet in de bijstand, want hij begon meteen elders weer opnieuw tot hij daar weer genoeg van had. Het was dat onafhankelijke `horecagevoel' dat hij van huis uit had meegekregen. Beide ouders hadden eigen zaken. Nadat hij een bedrijf had geholpen met de installatie van een computernetwerk, begon hij elf jaar geleden met twee anderen een automatiseringsbedrijf onder de naam Resource Opmeer bv dat de grote ICT-crisis heeft doorstaan. Inmiddels zijn ze met hun vijven, twee overblijvende directeur-eigenaren met drie personeelsleden. ,,Zo vrij is het ook weer niet, want nu is de klant de baas'', zegt hij, een uitgesproken stevige, kortgeknipte man met modieuze rechthoekige bril. Met zijn bureau links vooraan bij de voordeur van het kantoor in de schilderachtige hoofdstraat van het Noord-Hollandse Hoogwoud is hij een modelburger voor het kabinet. Een man van `eigen verantwoordelijkheid'.

Eutychides zorgde altijd voor zichzelf en creëerde nieuwe werkgelegenheid in een jonge sector. Solidariteit voelt hij alleen met zijn zakenpartner en zijn eigen werknemers. ,,Ik ben wel teamspeler, maar dat team moet niet al te groot zijn'', zegt hij. Zijn bedrijf is een verzorgingsstaatje zonder CAO, want de automatiseringsbranche bestaat volgens hem uit `struikrovers' die alles liefst zelf onderling regelen. Van de werknemers hoort hij wel wat wat ze willen. Hij betaalt een pensioenpremie die zij naar keuze mogen beleggen. Hij wil goed voor zijn mensen zorgen, maar de overheid steekt daar soms een stokje voor. Bonussen gaan grotendeels naar de fiscus en zelfs het kerstpakket is sinds kort belast. Voor werknemers van een groot anoniem bedrijf zeggen die jaarlijks terugkerende cadeaus niets, maar bij hem dragen ze bij aan de sfeer. Hij zint op nieuwe manieren om zijn werknemers van onbelaste extra's te voorzien. Sinds kort rijden ze niet meer in bestelwagens maar in `luxe auto's' en zo nu en dan organiseert hij een personeelsuitstapje.

Eutychides en veel andere kleine ondernemers voeren allang uit wat het kabinet voorstaat: ze doen mee, werken meer en haten nieuwe regels. Veel grote bedrijven stoten banen af door fusie of vertrek naar het buitenland, maar kleine bedrijven zijn de groeimotor van de economie. Microsoft begon dertig jaar geleden in een garage. Immigranten scheppen overal massaal hun eigen emplooi. De vader van Eutychides kwam als gastarbeider en begon een Grieks restaurant. De ondernemende zoon overschrijdt de 40-urige werkweek ruim, kiest zijn eigen geïndividualiseerde pensioenregeling en ziektenkostenverzekering en blijft 's avonds en 'snachts langer doorwerken als de klant dat nodig vindt. Zaterdag en zondag klooit hij nog door op computers. Vrije dagen en nieuwe regels kosten hem alleen maar geld. En toch zijn al die kleine ondernemers niet tevreden over de politiek. Hoe komt dat?

Om te beginnen hoor je kleine ondernemers niet vaak. De kranten en zendtijd zijn gevuld met spraakzame leiders van grote bedrijven of georganiseerde werknemers. Veel journalisten die hen aanhoren zijn ook CAO-trekkers. Ik had grote moeite om zomaar een zelfstandige ondernemer op te sporen die met mij wilde praten. Ik begon bij de loodgietersbedrijven uit de Gouden Gids, maar er was er geen die tijd voor mij wilde vrijmaken. De één had het te druk met het reinigen van een riolering, een ander was net op weg naar de volgende verstopte wc. Geen deeltijd, geen atv en geen tijd voor praatjes. Ze hadden geen van allen het gevoel dat het gesprek met een journalist ook maar iets zou opleveren. Daar komt nog bij dat je als kleine ondernemer afhankelijk bent van je klanten en misschien nemen die wel aanstoot aan al te krachtige uitspraken. Dat is in contrast met de gesmeerde pr-machines van de grote bedrijven die hun invloed tot in de hallen van Brussel kunnen doen voelen om ook daar de regels naar hun hand te zetten, meestal ten laste van de kleine bedrijven die geen tijd hebben om te lobbyen. De kleine ondernemers hebben alleen de MKB, maar wat moet die met de baaierd aan verschillende bedrijven die vaak worden geleid door onverbeterlijke individualisten als Eutychides?

Eutychides merkt hoe `de grote jongens' telkens voor nieuw administratief ongemak zorgen. Hun belastingvluchtroutes leveren nieuwe regels op. Die kosten hem extra huiswerk, maar de overheid bekommert zich niet om de uren die hij dan moet maken. Plotseling moest hij zichzelf als directeur-eigenaar van de bv minstens 84.000 euro salaris gaan uitkeren ten koste van investeringen, want andere grote jongens hadden lege bv's. En nu vervalt de belastingaftrek voor opleidingen en cursussen, terwijl nieuwe kennis de zuurstof is voor zijn jonge branche. ,,De grote bedrijven zullen er wel weer een oplossing voor verzinnen maar ik kan dat niet'', zegt hij.

Nederland is kartelland van de `grote jongens' die het onderling regelen. Soms voelt Eutychides hoe grote leveranciers hem ,,de laatste lucht uit de longen pompen''. Op zulke momenten vraagt hij zich af of hij niet gewoon weer een baas moet nemen die hem verzorgt met een mooi vast inkomen. Velen bezwijken onder de druk van de overheid of van de grote concurrenten. Van de vijftien oudere EU-landen heeft Nederland het minste aantal kleine ondernemers. Grote bedrijven schuwen het avontuur en bieden zekerheid. Daar houden collectief ingestelde Nederlanders van. Voor avontuur moet je maar emigreren. Volgens cijfers van de Europese Commissie is het gemiddelde Nederlandse bedrijf bijna twee keer zo groot als het gemiddelde Europese. Je hoort zelden een politicus over kleine bedrijven, integendeel: onlangs wilde staatssecretaris Wijn het goedkope kenteken voor bestelauto's afschaffen om een paar procent van de vennootschapsbelasting af te halen. Op deze manier nemen de groten een hap uit een gunstige belastingregeling voor de kleinen. Zo moet het niet. De lakmoesproef voor succes van het kabinet is de groei van het aantal kleine bedrijven.

    • Maarten Huygen