Het universum van Büch

De nalatenschap van Boudewijn Büch wordt geveild. In november zijn bibliotheek, komende week zijn meubels en rariteiten.

In een vraaggesprek vertelde Boudewijn Büch mij, bij de verschijning van zijn roman Het Dolhuis in 1987, over de verschrikkingen die hij als kind doormaakte in een katholieke inrichting. Hij werd er door de nonnen geslagen en getreiterd en was er getuige van dat een jongetje verdronk in een reusachtige pan met kokende aardappelen. Thuis was het al niet veel beter: zijn Duitse, door de oorlog getraumatiseerde vader sloeg er ook op los.

Boudewijn Büch (14 december 1948 - 23 november 2002) was in de jaren tachtig medewerker van de Achterpagina, waar hij schreef over verre oorden, verlaten eilanden en historische rariteiten. In de tijd dat ik deze pagina bestierde ontstond een vertrouwelijk contact. We woonden bij elkaar in de buurt en spraken thuis af als er kopij moest worden ingeleverd. Of hij bracht een netje sinaasappels nadat hij had vernomen dat ik griep had. Op een dag vertelde hij dat een omroepbaas leed aan `mythomanie': de man zou allerlei wapenfeiten uit zijn leven hebben verzonnen. Ook vertelde Büch me over de dodelijke ziekte waaraan hij stellig zou sterven. Een operatie had niets uitgehaald, zei hij, mij een litteken onder zijn kin tonend.

Een aardige, talentvolle, geestdriftige en gekwelde man, vond ik. Met de nadruk op gekweld, denk ik, nu zich in Büch de mythomaan blijkt te hebben verscholen die hij in anderen zag. Zo nam hij talloze vrouwen, vrienden en journalisten bij de neus door ze uiteenlopende facetten van zijn dramatische levensloop te onthullen. Want hij had helemaal geen kanker; zijn vader was een zachtaardige en evenwichtige Hollander; kleine Boudewijn verbleef niet een jaar in een `dolhuis', maar een paar weken in een rusthuis voor stadskinderen te Boxtel.

Zijn opzienbarendste verzinsel betrof de dood van zijn `zoon' Boudewijn Iskander, waarover hij publiekelijk zowel als in zijn vriendenkring veelvuldig uit de doeken deed. In werkelijkheid betrof het de nog altijd springlevende telg van een echtpaar waarmee hij was bevriend. De kinderdood, Büchs voornaamste thema, werd verwerkt in tal van gedichten en in zijn meest verkochte roman, De kleine blonde dood, die met succes werd verfilmd.

Prijkt op een omslag het woord roman, dan mag de schrijver van het boek verzinnen wat hij wil – al zijn de namen van de schrijver en de ik-figuur identiek. Anders wordt het als de auteur zich dermate identificeert met zijn roman-ik, dat tegenover interviewers en goede vrienden wordt volgehouden dat de gedramatiseerde werkelijkheid `waar gebeurd' is. In twee boeken die dezer dagen over Büch verschijnen, Weg uit Wassenaar van Frans Mouws en Verslag van een mystificatie van Rudie Kagie, staan meer sterke staaltjes van zijn `pseudologica phantastica': Büch gaf zich uit voor dubbelvoudig doctorandus, maar deed nooit een universitaire studie. Hij beloofde na de dood van zijn vader literaire fondsen en uitgeverijen te ondersteunen met een miljoenenerfenis, maar er kwam nooit een cent. Van zijn vaak verkondigde erotische belangstelling voor mannen of jongens bleek in de praktijk ook al geen grond. Het leven van Büch was een groot spel met Dichtung und Wahrheit, onderwerp van een schrijver die hem mateloos fascineerde: Johann Wolfgang von Goethe.

Büch was een bezeten en bekend boekenverzamelaar. Zijn belangstelling betrof behalve Goethe ook Napoleon, Warhol, Jagger, ontdekkingsreizigers, uitgestorven diersoorten, drugs en eilanden. Toen de VARA zijn reisprogramma De wereld van Boudewijn Büch voor gezien hield, mocht hij wekelijks bij Barend & Van Dorp een paar topstukken uit zijn collectie vertonen. Met het schrijven van romans was hij allang opgehouden omdat, zo zei hij, de literaire kritiek het op hem had gemunt. Zijn gedichten gaf hij daarom alleen nog in beperkte oplagen uit.

De laatste jaren raakte Büch zowel in zijn werk als op persoonlijk vlak in een isolement. Hij brak met iedereen die dreigde zijn zelf gecreëerde werkelijkheid te verstoren. Bij Barend & Van Dorp vertelde hij eind 2000 kerst en nieuwjaar in zelfgekozen eenzaamheid door te brengen: ,,Ik ga nooit meer naar mensen toe. Ik ben gewoon een beetje in de war geraakt de laatste jaren.'' Hij was in een depressie beland en verschanste zich in zijn enorme bibliotheek. ,,Ik heb er geen plezier meer in, ik heb het wel gehad.'' Nam hij een pose aan, was hij waarachtig, of was hij gaan geloven in de beklagenswaardige man die hij speelde?

Boudewijn Büch stierf op 53-jarige leeftijd in zijn slaapkamer, bij het lezen van Gespräche mit Heine, aan een hartstilstand. Langs zijn opgebaarde lichaam in het West-Indisch Huis trokken duizenden mensen, alvorens hij in kleine kring werd begraven. Na gebakkelei in de familie over de verdeling van zijn nalatenschap komen binnenkort zijn boeken bij Bubb Kuyper en zijn overige goederen bij Sotheby's onder de hamer. Vrijdag wordt de grote Büch-verkoop bij Sotheby's ingeleid met een nacht waarin kenners van de erflater uiteenlopende aspecten van zijn leven en werk belichten.

De veiling van het meubilair en de Jagger-, Napoleon- en Goethe-souvenirs moet volgens Sotheby's 200.000 euro opbrengen. Daarbij is rekening gehouden met de `toegevoegde waarde' voor de liefhebbers, die graag betalen voor een herinnering aan hun tragische held.

Veiling `Treasures of a world traveler, The Boudewijn Büch collection' bij Sotheby's, De Boelelaan 30, Amsterdam. Kijkdagen: 17 t/m 19/9, 10-17 uur. Veiling: 22/9

    • Tom Rooduijn