EU-hof bestraft grappige schending privacy

Ook wie grappig bedoelde, persoonlijke bijzonderheden op een website zet, schendt de privacywetgeving, oordeelde het Europese Hof van Justitie.

Het College Bescherming Persoonsgegevens beraadt zich nog steeds op de gevolgen, maar duidelijk is wel: ook niet-commerciële homepages op internet vallen onder de privacywet. Dit is het gevolg van een uitspraak, november vorig jaar, van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg in de zaak Bodil Lindqvist. Als vrijwilliger bij een Zweedse kerkgemeente maakte zij een site met vaak grappig bedoelde bijzonderheden over zichzelf en andere vrijwilligers, hun liefhebberijen of gezinssituatie – inclusief het feit dat een van hen een voet had bezeerd en in de ziektewet liep. Deze activiteit kwam Bodil Lindqvist te staan op een drievoudige boete van de Zweedse privacytoezichthouder. Om te beginnen had zij haar website niet naar behoren als ,,persoonsbestand'' aangemeld bij deze instantie. Zij had bovendien ,,gevoelige persoonsgegevens'' – de bezeerde voet, een medisch gegeven – verspreid terwijl daarvoor een verzwaarde privacynorm geldt. En dat nog wel naar derde landen buiten de EU zonder de wettelijk vereiste vergunning voor dergelijke externe communicaties.

De exportvergunning ging het Hof in Luxemburg te ver, maar op de twee andere punten hield het de Zweedse boete overeind. De Nederlandse privacywet is, net als de Zweedse, gebaseerd op een Europese Richtlijn uit 1995. Dat betekent dat onze Wet bescherming persoonsgegevens ,,nu in hoogste instantie van toepassing is verklaard op webpublicaties'', zegt het Nederlandse college, dat daar bij een eerdere gelegenheid in 2002 zelf niet aan wilde. De Richtlijn bevat toch ook een uitzondering voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik van gegevens? Maar het Europees Hof vindt nu dat deze uitzondering beperkt moet blijven tot activiteiten in het persoonlijk of gezinsleven. Hij geldt niet voor internet dat gegevens immers voor een onbepaald aantal personen toegankelijk maakt.

Gezien deze laatste overweging is het opmerkelijk dat het Europees Hof toch van oordeel is dat niet sprake is van grensoverschrijdend gegevensverkeer waarvoor een vergunning vereist is. Dat de rechters daar niet aan willen komt doordat tussen de homepage en een internationaal publiek de internetprovider zit met eigen technische voorzieningen. De klant kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de manier waarop die precies in elkaar steken.

Het is begrijpelijk dat het hof een particulier niet wil opzadelen met de strenge exportregels voor persoonsgegevens. Daardoor ontstaat echter wel ,,een lek'', constateert de Amsterdamse advocate Hester de Vries in het vakblad Computerrecht. Zij wijst er echter op dat het hof de positie van de internetprovider nadrukkelijk open laat. Deze zou dus wel eens een eigen controleplicht in het grensoverschrijdend gegevensverkeer kunnen worden toebedeeld. En dat terwijl de providers er juist altijd op hameren dat ze slechts een doorgeefluik, zonder eigen rol, zijn. Het probleem is dat de Richtlijn uit 1995 op het punt van internet eigenlijk al weer gedateerd is.

Knelpunt van de Lindqvist-uitspraak is dat ,,alle mogelijke publicatie-activiteiten in de hobbysfeer nu worden getroffen door de Richtlijn, ook als niemand er aanstoot aan zou nemen'', zegt J. Berkvens, hoogleraar Recht en informatica in Nijmegen. Deze zaak illustreert volgens hem dat de Richtlijn is gefixeerd op ,,technische verwerkingshandelingen, ongeacht de context''. Hij vindt het nodig onschuldige van schadelijke zaken beter te onderscheiden. Pikant is dat toen Lindqvist merkte dat haar werk niet door alle collega's werd gewaardeerd, zij zelf de pagina verwijderde. Zelfregulering kan dus ook.

De uitspraak in de zaak Bodil Lindqvist zou bijna doen vergeten dat bij webpublicaties twee rechten van de mens betrokken zijn: niet alleen de privacy maar ook de vrije meningsuiting. Dit is echter niet de specialiteit van het Hof in Luxemburg, dat voortkomt uit een economische gemeenschap, maar van het Europese Hof voor de mensenrechten in Straatsburg, opgericht door de Raad van Europa. Met de uitbreiding van het werkterrein van de EU komen deze twee hoven steeds meer in elkaars vaarwater. H.R. Kranenborg van het Europa Instituut in Leiden vindt dat het Luxemburgse hof in de zaak-Lindqvist eigenlijk zijn boekje te buiten is gegaan. ,,Intussen', zegt Berkvens, ,,is het een illusie te verwachten dat de gewone burger zijn ambachtelijk in elkaar geknutselde website gaat aanmelden. De normale wereld draait gewoon door''.

    • F. Kuitenbrouwer