...en zelfstandig denken over goed en kwaad.

Na 11 september 2001 zijn de verhoudingen tussen het Westen en de islamitische wereld in razendsnel tempo achteruit gegaan. Ook in ons land is het onbegrip tussen autochtonen en de moslimbevolking gegroeid. Haci Karacer, directeur van de Turkse moskeevereniging Milli Görüs, kan zelfs de vraag van zijn oudste zoon niet meer beantwoorden: Als de islam liefde is, waarom plegen moslims dan aanslagen? En bij iedere bomaanslag of gijzeling, van Madrid tot Beslan, groeit de haat. Kan dit wij-zij schema worden doorbroken?

Mensen schijnen te weten waar ze waren toen John Kennedy werd vermoord. Ik weet waar ik was op 11 september 2001. Midden in de voorbereiding van een conferentie over islam en moderniteit. In de pauze zappen, totdat het moment kwam dat iedereen in het restaurant van onze moskee aan zijn stoel vastvroor. De beelden van het tweede toestel dat zich in de Twin Towers boorde. De dag waarna niets meer hetzelfde zou zijn en geen enkel discours over geloof en politiek nog vrijblijvend kon zijn.

Ik weet ook waar ik op 1 september 2004 was toen ik hoorde van de gijzeling op de school in Beslan. Ik had net mijn kinderen naar school gebracht. Kinderen van dezelfde leeftijd. Ik werd overvallen door een leeg, machteloos gevoel van woede. Ik zette mijn auto aan de kant. Hoe is het mogelijk dat ouders, moeders van kinderen, moordmachines kunnen worden?

Mijn oudste zoon heeft nu de leeftijd dat hij vragen gaat stellen. Als jij, pap, steeds zegt dat islam liefde is, waarom kunnen mensen die zeggen dat ze moslim zijn, zoiets doen? En ik, de directeur van één van de grootste moslimorganisaties in Nederland, kom niet veel verder dan: ,,Jongen, je moet naar je hart luisteren.'' Mijn zoon is oud genoeg om te weten dat op dit moment mijn handen even leeg zijn als de zijne.

11 september heeft als icoon dezelfde lading gekregen als een andere septemberdag, 65 jaar geleden: het begin van de Tweede Wereldoorlog met de inval van Nazi-Duitsland in Polen.

n net zomin als we de Tweede Wereldoorlog los kunnen zien van de Eerste Wereldoorlog en het Europese kolonialisme, kunnen we 11 september niet los zien van de ondergeschikte positie waarin lokale volken zich bevinden ten opzichte van koloniale machten en hun belangenbehartigers. Een blik in de atlas is voldoende om te zien dat de grenzen met een lineaal zijn getrokken en niet volgens historische of culturele grenzen.

En er zijn meer verklaringen. Een van de redenen voor de terreur en het `islamitische' geweld is dat het zou voortkomen uit de armoede van de lokale bevolking en de snelle bevolkingstoename. (Twintig jaar geleden had Marokko evenveel inwoners als Nederland, nu is dat het dubbele). Maar dat is niet de reden. Het huidige moslimterrorisme komt voort uit een gebrek aan democratie in de eigen regio en is met name een uitvloeisel van de machtsstrijd die binnen de Arabische landen wordt gevoerd. Het gaat Bin Laden er niet om Amerika te vernietigen maar om zelf koning van Saoedi-Arabië te worden.

Het knelpunt in de islamitische wereld zit 'm in het giftige mengsel van de negatieve effecten van globalisering, corruptie, gebrek aan democratie en religieuze en culturele armoede. Het zegt iets, dat in een land als Griekenland met 12 miljoen inwoners per jaar meer boeken worden gepubliceerd dan in heel de Arabische wereld bij elkaar.

Wat is de invloed van 11 september op de westerse samenleving geweest? De aanslagen hebben in ieder geval gewerkt als een katalysator voor processen die onderhuids al aanwezig waren. De islam werd in sommige kringen al langer als het ultieme kwaad gezien na de teloorgang van het communisme. De vijand had weer een gezicht.

De negatieve energie die hierbij vrijkomt dwingt iedereen op zijn minst over zijn eigen positie na te denken. Van moslim tot een normen- en waardenman als Balkenende. We zijn tot elkaar veroordeeld en dat is een voordeel. We zouden het debat wat legitiemer en productiever kunnen maken door ons aan spelregels te houden: argumenteren, openstaan en niet op de man spelen.

Aan de kant van de moslims is er het voordeel dat ook hun veiligheid niet meer in termen van geloofszekerheden gedefinieerd kan worden. Abdul Rahman al-Rashid, managing directeur van de Arabische tv-zender Al-Arabiya, schreef afgelopen week in een commentaar in een Arabische krant dat weliswaar niet alle moslims terroristen zijn, maar dat ,,even zeker en uitzonderlijk pijnlijk [is], dat bijna alle terroristen moslim zijn''. Hij stelt vervolgens de vraag: ,,Zegt dat ons iets over onszelf, onze maatschappijen en onze cultuur?''

Het debat over islam en moderniteit wordt nog hoofdzakelijk door een witte elite gedomineerd, waarbij op de achtergrond raakt dat de huidige islam eerder een maatschappelijk verschijnsel is dan een theologisch doorwrocht geloof. Of het nu gaat om Huntington's clash of civilizations of de uitgestoken hand van Paul Scheffer: moslims hebben hun weg nog niet gevonden in het debat, hoogstens in de marge ervan.

De uitdaging ligt bij de moslimgemeenschap om zelf naar de wortels van het geloof op zoek te gaan, met de vraag in het achterhoofd hoe de Profeet gehandeld zou hebben, als hij in deze tijd zou hebben geleefd.

Niet alleen 11 september, maar ook 11 maart en nu Beslan moeten moslims duidelijk maken dat de geloofsgemeenschap tot het bot is verdeeld en dat bij gebrek aan een degelijke wetenschappelijke, theologische, vergelijkende herbestudering van de islam, dat ook zo zal blijven.

In toenemende mate zullen moslims het slachtoffer worden van misdadigers die zeggen uit naam van hetzelfde geloof te handelen. Elke moslim zal weer zelfstandig moeten leren denken over goed en kwaad, over zijn positie in de hoofdstroom van de samenleving en zijn of haar bijdrage aan moderniteit en burgerschap. Dat gaat pijn doen, temeer omdat ze niet bepaald met open armen worden ontvangen.

Maar laat één ding duidelijk zijn: als een methode of aanpak van een beweging niet legitiem of rechtvaardig is, kan het doel ervan ook niet legitiem zijn. En dat is de boodschap die niet alleen na 11 september, maar ook na Beslan in onze moskeeën wordt verkondigd. En pas als onze moskeeën met twee benen in de samenleving staan, actief zijn in buurt of wijk en de deuren open hebben staan voor iedereen, kunnen we een praktische bijdrage leveren aan de huidige samenleving.

Directeur van de conservatieve Turkse moslim Milli Görüs, die een vijftigtal moskeeën beheert.