De nota van de crèche

In 2005 betalen ouders, werkgevers en de overheid de kosten van kinderopvang gezamenlijk. Hoe lager het gezinsinkomen, hoe hoger de bijdrage van de overheid. Ouders kunnen deze maand al een aanvraag voor voorlopige teruggaaf indienen bij de belastingdienst.

`Financiering door drie partijen is per definitie ingewikkeld, dus eenvoudiger zal het niet worden'', zegt Gjalt Jellesma, voorzitter van BOink, de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang. De vraag of de kinderopvang door de nieuwe financiering duurder of goedkoper wordt, is dan ook niet zo gemakkelijk te beantwoorden. ,,Dat hangt van het inkomen van de ouders af'', zegt Jellesma. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat ervan uit dat een kwart van de ouders er financieel op achteruitgaat, dat een kwart erop vooruitgaat en dat er voor de helft van de ouders niets verandert. Jellesma betwijfelt dat. ,,Dat geldt alleen als je de cijfers loslaat op alle ouders. Maar in de kinderopvang zijn de hogere inkomensgroepen oververtegenwoordigd en zij gaan erop achteruit. Daarom denk ik dat de groep die financieel nadeel ondervindt van de nieuwe wetgeving veel groter is.'' Volgens BOink gaan ouders met een gezamenlijk inkomen tot anderhalf keer modaal erop vooruit. De groep die meer verdient, gaat erop achteruit.

,,Het bedrag dat ouders kwijt zijn aan kinderopvang varieert sterk'', zegt Jellesma. ,,Je kunt niet zomaar zeggen dat opvang duur is. Dat roepen mensen vaak als ze de tarieven van kinderdagverblijven zien. Maar wat je werkelijk betaalt, hangt af van je inkomen. Het overgrote deel van de ouders moet rekenen op 2 tot 4 euro per uur, maar ouders met een laag inkomen zijn nog geen 20 cent per uur kwijt. Daar vind je in het zwarte circuit echt geen oppas voor.''

In 2005 verandert de financiering van de kinderopvang. Tot nu toe hebben de meeste ouders nog nooit een nota van een kinderdagverblijf in handen gehad, omdat kinderdagverblijven meestal rechtstreeks aan werkgevers of bemiddelingsbureaus factureren. Het bedrag dat ouders zelf moeten betalen wordt door de werkgever ingehouden op het loon. Als werkgevers niet meebetalen, kunnen werknemers de kosten van kinderopvang soms aftrekken van de belasting. Dat geldt ook voor mensen die geen werkgever hebben, zoals zelfstandig ondernemers en freelancers. Maar vaak zit aftrek er niet in, omdat er hoge drempels gelden. Met ingang van volgend jaar betalen ouders de rekening van het kinderdagverbijf of de buitenschoolse opvang zelf. Het is de bedoeling dat ze een deel van de kosten terugkrijgen van hun werkgever en van de overheid.

De hoogte van de overheidsbijdrage hangt af van het belastbare gezinsinkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de bijdrage. Als ouders minder dan 16.000 euro per jaar verdienen, betaalt de overheid voor elk kind 63,2 procent van de kosten. Bij een inkomen van 45.000 euro is de vergoeding voor het eerste kind 33,5 procent en voor tweede en volgende kinderen 55,8 procent. Bij een inkomen van 72.000 euro bedraagt de vergoeding voor het eerste kind slechts 1,8 procent en voor tweede en volgende kinderen 47,1 procent. De overheid gaat ervan uit dat het kinderdagverblijf niet duurder is dan 5,68 euro per uur en de buitenschoolse opvang maximaal 6,13 euro per uur. Bij hogere tarieven betalen ouders de meerprijs zelf.

Omdat veel ouders in financiële problemen raken als ze elke maand de rekening van het kinderdagverblijf moeten voorschieten en daarna pas een vergoeding van de overheid krijgen, kan de rijksbijdrage met ingang van januari maandelijks uitgekeerd worden als voorlopige teruggaaf. Het bedrag kan ook elke maand rechtstreeks overgemaakt worden aan de kinderopvanginstelling. Het wordt dan in mindering gebracht op de rekening die de ouders maandelijks ontvangen. Vanaf half september 2004 liggen aanvraagformulieren voor de voorlopige teruggaaf klaar bij kinderdagverblijven en instellingen voor buitenschoolse opvang. Het formulier downloaden vanaf www.belastingdienst.nl kan ook.

De hoogte van de rijksbijdrage zal doorgaans gebaseerd zijn op schattingen, omdat ouders nu nog niet precies weten hoeveel ze verdienen in 2005. Ook het tarief van het kinderdagverblijf kan veranderen, of het aantal uren opvang. Daarom wordt de definitieve hoogte van de overheidsbijdrage pas vastgesteld in 2006, als ouders het aangiftebiljet inkomstenbelasting 2005 invullen.

Het uitgangspunt is dat de werkgevers een derde van de kosten betalen. Met twee werkende ouders komt dat neer op een zesde per werkgever. ,,Als een van de werkgevers niet betaalt, mag de andere maximaal een derde van de kosten vergoeden'', zegt Jellesma. ,,Niet meer, want dan geldt de vergoeding als loon en moet er belasting over betaald worden.'' Werkgevers zijn niet gebonden aan de maximum uurtarieven die de overheid hanteert, maar mogen uitgaan van de werkelijke kosten. Alleenstaande ouders met een werkgever die een zesde betaalt, krijgen bovenop de gewone bijdrage van het rijk een zesde extra uitbetaald.

In bijna 90 procent van de grote CAO's zijn afspraken gemaakt over meebetalen aan kinderopvang. Bij de kleine CAO's geldt dit maar in 40 procent van de gevallen. Overigens betekent een bepaling in de CAO niet automatisch dat een werkgever meebetaalt. In sommige bedrijven is een vast bedrag gereserveerd voor kinderopvang. Als veel werknemers hiervan gebruik willen maken en het potje is leeg, krijgen de laatkomers niets. Het kabinet voelt er echter niet voor om werkgevers te verplichten om mee te betalen. Minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid rekent erop dat werkgevers dit de komende jaren uit zichzelf gaan doen.

Als werkgevers niet of nauwelijks meebetalen, komen ouders in aanmerking voor compensatie door het rijk. Deze regeling geldt ook voor ouders die geen werkgever hebben, zoals zelfstandig ondernemers of studenten. De compensatie is inkomensafhankelijk en geldt tot 2009. Alleen ouders met een gezamenlijk inkomen tot 45.000 euro per jaar komen ook daarna nog in aanmerking voor compensatie.

Als compensatie ontvangen zij niet het volledige bedrag dat ze tekortkomen doordat hun werkgever niet betaalt, of doordat ze geen werkgever hebben, maar slechts een percentage hiervan. Dit varieert van 96,5 procent bij lage inkomens tot 7,3 procent voor het eerste kind en 49,1 voor het tweede bij hoge inkomens. ,,Wij zijn blij met die extra compensatie, want het zijn vaak de lage inkomensgroepen die van hun werkgever geen vergoeding krijgen'', zegt Jellesma. ,,In sectoren waar vooral mensen werken met een hoge opleiding en een goed inkomen zijn in de CAO meestal betere afspraken gemaakt over kinderopvang dan in de sectoren waar weinig verdiend wordt.''