...de krant antwoordt

Dit wordt een lastig stukje, want de lezer heeft ronduit gelijk. De redactie heeft in de zaterdagkrant onder de maat gepresteerd.

We hebben ons sindsdien wel gerevancheerd, vind ik, maar op zaterdag was het zeker niet goed genoeg. De fout lag bij de leiding van de krant. Bij mij dus. We hebben niet op tijd de betekenis van de informatie die bij beetjes binnenkwam op ons laten inwerken en daaruit de juiste conclusie getrokken. Na het voltooien van de vrijdagkrant om half twee 's middags hadden we meteen in de hoogste versnelling moeten doorschakelen om voor zaterdag meer en urgentere pagina's te maken. De ramp in Beslan was inderdaad meer dan een grote terreuraanslag; het was een definiërend moment, mogelijk aanleiding voor een oorlog. Dat besef daalde pas zaterdag bij ons in, waarna we snel begonnen met het bijwerken van de website en het voorbereiden van de maandagkrant, waarop we toen nog tweeëneenhalve dag moesten wachten. Soms lijkt een zondagskrant zo gek nog niet...

Achteraf was het een combinatie van factoren waardoor we op dat moment het nieuws niet goed taxeerden. Vrijdag is voor de redactie de drukste en meest gecompliceerde dag van de week. De redactie is dan vanaf acht uur 's ochtends tot drie uur 's nachts in ploegendienst continu aan het werk.

In die 19 uur maken we twee kranten met drie verschillende groepen redacteuren. De vrijdagkrant sluit om half twee 's middags. De zaterdagkrant om drie uur 's nachts. De eerste berichten over gevechten bij de school in Beslan kwamen om elf uur 'sochtends binnen. Bij het sluiten van de vrijdagkrant om half twee was in grote lijnen duidelijk wat er aan de hand was – er was een bloedige ontruiming gaande.

De vrijdagkrant was actueel en terzake. De voorpagina gaf breeduit het laatste nieuws `Troepen bestormen Russische school', er was een dramatische foto. Er zouden 158 kinderen zijn gewond en vijf doden zijn gevallen. Onze correspondent ad interim was ter plaatse en had binnenin al een achtergrondstuk. Op de redactie was enige tevredenheid. We leken het onderwerp meester en waren blij met ons verschijningstijdstip. Ik ben zelf later op vrijdagmiddag de buitenlandredactie nog gaan complimenteren voor de vrijdagkrant en ben tevreden naar huis gereisd.

Die middag werden voor de zaterdagkrant binnenin een reportage en een achtergrondverhaal `besteld'. Ook werd er Beslan-nieuws uit een EU-vergadering verwacht. Op basis daarvan werd in de loop van de middag de zaterdagse buitenlandpagina getekend: die werd voorbereid op drie stukken.

In de loop van die middag kwamen meer berichten binnen, vaag en onbevestigd. Het aantal slachtoffers steeg. Er bleken ook kinderen te zijn vermoord – de stand om half drie 's nachts was `tweehonderd doden' onder wie een nog onbekend aantal kinderen. Zaterdag overdag bleek het allemaal veel erger, maar dat wisten we toen niet. Achteraf bezien zijn we afgeremd door de voorsprong van de vrijdagkrant. Het gevoel domineerde dat we vrijdagmiddag het verhaal al grotendeels hadden gebracht en we nu met de afronding bezig waren. Maar het nieuws werd groter in plaats van kleiner.

En hoe komt het dat we dat niet tijdig zagen? Zonder in detail te gaan: we waren te veel bezig met logistiek, met uitvoeren wat `de middagploeg' had bedacht, met het schrijven van die stukken. In ieder geval nam de (kleine) avondploeg geen tijd om de moeilijkste vraag te stellen. Welke kant gaat dit verhaal op? Kloppen onze prioriteiten en keuzes nog?

Achteraf hadden we vrijdagavond moeten besluiten om het nieuws ook binnenin urgenter te brengen.

    • Folkert Jensma