De beurzen en de `baby-bust'

Een groeiend volksdeel in het Westen spaart voor de naderende oude dag, en zal dat geld straks ook weer opmaken. Is er een verband tussen demografie en de beurskoersen? Niet direct, maar wel via de achterdeur.

Voorspellen is moeilijk, ook als het over het verleden gaat. In de loop de jaren negentig ging de economische wetenschap op zoek naar een verklaring voor de al maar stijgende beurskoersen.

Eén van die verklaringen was zoals bekend het kennelijk ontstaan van een Nieuwe Economie, waarin andere wetten zouden gaan gelden als we tot dan toe gewend waren. Een fantastische stijging van de productiviteit door de toepassing van tehcnologieën als het internet en mobiele communicatie zou een forse stijging van het rendement op allerlei economische activiteiten inhouden. En dat laatste vormde een rechtvaardiging van de absurde koersniveau's die op de beurzen werden gehaald. Inmiddels weten we beter.

Er waren ook andere verklaringen, zoals de opkomst van financiële derivaten, waardoor er met betrekkelijk weinig eigen vermogen een enorme koopkracht op de financiële markten kon worden bereikt. De opkomst van zogenoemde hedge funds was niet vreemd aan deze zienswijze.

En zeker niet als laatste, er waren er demografische overwegingen. Was het niet zo dat de baby-boomers, het overheersende cohort van mensen die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, gaandeweg zijn pensioen zag naderen? Spaargedrag bereikt een hoogtepunt als de jonge jaren van gezinsvorming en investeringen in huis en inboedel voorbij zijn, het inkomen op een relatief hoog peil is beland, en de zorgen om de oude dag de kop opsteken. Tussen de veertig jaar en de pensioenleeftijd wordt er het meest gespaard. Al die babyboomers sloegen dus aan het sparen (en dus beleggen) in de loop van de jaren negentig. En de resulterende vraag naar aandelen dreef de koersen kennelijk duurzaam op. Wie naar bijgaande grafiek kijkt, moet toegeven hoe verleidelijk deze theorie een aantal jaren geleden nog was.

Dat laatste is nu alsnog onderzocht. Twee weken geleden presenteerde de Amerikaanse MIT-econoom James Poterba zijn bevindingen voor de verzamelde economische wereldtop die zich had verzameld op de Jackson Hole-conferentie van de Amerikaanse centrale bank van Kansas.

Poterba ging niet over één nacht ijs: hij onderzocht verschillende klassen van effecten, waaronder niet alleen aandelen maar ook obligaties, en corrigeerde ook voor het verloop van een effectenportefeuille, waarbij op relatief jonge leeftijd nog meer aandelen worden gekocht, en later obligaties. En dat over de laatste zeventig jaar.

Zijn conclusies zijn dan ook stevig, maar tegelijkertijd ontnuchterend: er is geen of onvoldoende significante samenhang te vinden tussen het verloop van de bevolkingsopbouw over de tijd, en de waardeverandering op de financiële markten. Hooguit was er een klein verband tussen demografische factoren en de effectieve rente op kortlopende staatsobligaties of het dividendrendement op aandelen, stelt Poterba, maar dan enkel in bepaalde periodes en zeker niet de hele tijd.

Dat lucht op. Want een van de minder leuke conclusies van de aanhangers van de bevolkingstheorie tijdens de go go-jaren op de beurs was dat er vanaf 2010 ook een tijd zou komen dat alle babyboomers daadwerkelijk met pensioen zouden gaan. dan zouden zij gaan interen op hun vermogen, netto kapitaal aan de beurzen ontrekken en zorgen voor een langdurige periode van dalende koersen.

Ook dat is dus waarschijnlijk niet waar.

Is er dan totaal geen verband te verwachten in de toekomst? Dat nou ook weer niet, stelt Poterba. De vergrijzende bevolking zal, zoals bekend, een fors beroep doen op zorg en oudedagsfinanciering. Hoe veel, en wanneer, dat verschilt per land. Het is maar de vraag hoe de Westerse landen daar mee omgaan. Lopen de begrotingstekorten op, en reageren de centrale bankiers dan met het opvoeren van de rente? Hun monetaire beleid is wél van overheersende invloed op de koersvorming op de financiële markten.

Zo blijft het betrekken van demografie bij een belegginsstrategie voor de lange termijn onontkoombaar. Al was het maar om te voorkomen dat de baby-boomers op de beurzen toch nog gaan zorgen voor een baby-bust.

    • Maarten Schinkel