Consumenten betalen de vrijheid van de markt

De consumptieve uitgaven in Nederland daalden vorig jaar 1,2 procent. Dat is, constateert het Britse weekblad The Economist, ,,de grootste daling in enig ontwikkeld land in het afgelopen decennium'', en ook de oorzaak van de recessie in Nederland. De daling van de consumptieve uitgaven is het gevolg van de overspannen huizenmarkt, analyseert het blad. Het is waar dat de huizenprijzen niet meer stijgen, maar dat heeft tot gevolg dat de Nederlanders ook geen leningen meer aangaan op de overwaarde van hun huizen.

Omdat dit soort leningen ook de belangrijkste stimulans was en is voor de consumptieve uitgaven in Australië, Engeland en Amerika, ,,doen de beleidsmakers er verstandig aan lering te trekken'' uit de gang van zaken in Nederland. Het blad schrijft dit in een artikel waarin het betoogt dat ,,de reële huizenprijzen nog nooit eerder zo snel en in zoveel landen zijn gestegen''. In elf van de twintig ontwikkelde landen die opgenomen zijn in de jaarlijkse huizenprijsindex van het blad stijgen de prijzen van huizen met dubbele cijfers. ,,In Amerika, Engeland, Frankrijk, Ierland, Nederland, Nieuw Zeeland en Spanje zijn de prijzen gestegen tot recordhoogte in relatie met het gemiddelde inkomen.''

Het blad gebruikt voor dit oordeel de huurprijzen als criterium. Zoals aandelen de waarde van een onderneming moeten weergeven, zo zijn huurprijzen een bruikbare maatstaf voor het bepalen van de reële waarde van huizen, betoogt het blad.

Volgens Alan Greenspan, de topman van de Amerikaanse centrale bank, valt het allemaal wel mee, tenminste in de VS. Het blad ontzenuwt echter zijn relativering door er op te wijzen dat de huizenprijzen te hoog zijn in elf van de twintig staten waar de helft van alle Amerikanen wonen. Volgens een recente studie van de zakenbank Goldman Sachs is het bovendien zo dat schommelingen in de huizenprijzen in Amerika een veel grotere invloed hebben op de consumptieve uitgaven dan in landen als Engeland en Australië.

Greenspan baseert zijn immer voorzichtige optimisme op stijging van de consumptie-uitgaven en van het aantal starters op de huizenmarkt in de maand juli, schrijft het Amerikaanse weekblad BusinessWeek. Dat is ook de reden waarom hij volgens het blad de rente zal verhogen, ,,ondanks de recente daling van de inflatie''. Ook op langere termijn is er in de VS weinig risico op inflatie. Het blad wijst er op dat de olieprijs het hoogste punt al weer achter de rug heeft. Overigens zijn er volgens het blad ,,weinig aanwijzingen dat de hogere olieprijzen doorsijpelen in de rest van de economie. Want de consumptieprijzen stegen in juli net 2,1 procent, uitgezonderd de prijs voor energie.''

Niet de vrijheid van de markt, maar de prijs van de olie is de grootste zorg van de Amerikaanse automobilisten. Het Amerikaanse tweewekelijkse blad Fortune trekt deze conclusie in een artikel over de manier waarop de Russische president Poetin het Russische olieconcern Yukos de nek omdraait, terwijl hij tegelijkertijd onderhandelt met de Texaanse oliemaatschappij Conoco over een mogelijk belang van de onderneming in Lukoil, de grootste Russische concurrent van Yukos. Deze mag dan wel aan de rand van de afgrond staan, maar de productiviteit van de Russische olie-industrie lijdt daar helemaal niet onder. Twee weken geleden maakte Rusland bekend dat de olieproductie de eerste acht maanden van dit jaar 9,9 procent was gestegen, de export zelfs 18 procent. ,,Hoewel het westen zich concentreert op Yukos, is er'', aldus het blad, ,,een andere vraag aan de orde: gaat Rusland Saoedi-Arabië inhalen als grootste olie-exporteur?'' Immers, dankzij westerse investeringen is de Russische olieproductie de afgelopen vijf jaar 50 procent gestegen. De Russen produceren nu ruim negen miljoen vaten per dag, en de Saoediërs maar net iets meer: 9,5 miljoen vaten. Het probleem is alleen dat het onder vuur liggende Yukos een groot aandeel in de Russische productie heeft. Dat betekent dat de olieprijs omhoogschiet zodra Yukos het loodje legt, meent het blad. En dan zijn de consumenten toch degenen die het gelag betalen.

Daar komen de Duitse consumenten ook achter. Want de Duitse energieproducenten verhogen de prijzen ongelimiteerd, constateert het Duitse weekblad Die Zeit. Volgens hen moeten de Duitsers volgend jaar 10 procent meer betalen voor gas en 5 procent meer voor elektriciteit. De roodgroene regering mag, schrijft het blad, belastingen en gezondheidszorgtarieven reduceren zoveel zij wil, maar het doorsnee gezin schiet er niks mee op dankzij de eigenzinnige tariefsverhogingen van de energieproducenten E.on en RWE. Natuurlijk hebben ze daar allerlei verklaringen voor, maar één ding kunnen ze volgens het blad niet uitleggen: het feit dat de elektriciteit in Engeland veel goedkoper is, zonder dat de stroomvoorziening regelmatig uitvalt. E.on en RWE bijvoorbeeld werken ook in Engeland. Daar zijn ze goedkoper, en kunnen ze toch winst maken. Dat komt volgens het blad doordat de markt in Engeland veel beter is gereguleerd. Het grootste verschil met Duitsland is dat de producenten in Engeland verplicht zijn om het voordeel dat ze halen uit verhoging van de productiviteit door te geven aan de consument.

    • Herman Frijlink