Beacon Hill Cleaners

Maartje Duin volgt de Amerikaanse verkiezingen en belandt bij de stomerij van kandidaat John Kerry.

In Boston, Massachusetts, stuitte ik op het volgende, waargebeurde, verhaal. Het is het verhaal van Ledung Thi Tran. In 1982 vluchtte ze uit Zuid Vietnam. Via de Filippijnen bereikte ze Amerika. In Boston trof ze haar man, die de route via Thailand had genomen. Er waren niet veel Vietnamezen aan de oostkust, maar Ledung vond het best in Boston. Er waren goede scholen. Ze kregen nog twee kinderen. Haar man ging bij een bank werken, Ledung begon een stomerij: Beacon Hill Cleaners.

Beacon Hill is de buurt van de notabelen; de kleine stomerij steekt povertjes af tegen de deftige kledingwinkels en traîteurs. Het verstelwerk ligt hoog opgetast tegen de vensterbank; achter de toonbank is een pashok met een half loshangend gordijn en rekken gestoomde kledingstukken.

Ledung herinnert zich de eerste keer dat haar weldoener binnenkwam: een rijzige gestalte met een innemend gezicht. Hij maakte een gehaaste indruk. Hij had zijn kleren zo snel mogelijk nodig, gewassen, gestreken en opgevouwen. ,,Hij had toen geen vrouw'', zegt Ledung nu. Vaag had ze het idee dat ze zijn gezicht eerder had gezien. Toen ze het nummer belde dat hij had achtergelaten, hoorde ze aan de andere kant van de lijn: ,,John Kerrys kantoor.'' John Kerry! Die naam kende ze van het Amerikaanse staatsburgerexamen dat ze tien jaar geleden had afgelegd. Stemmen kon ze sindsdien ook, maar dat had ze nog nooit gedaan. Met haar gebrekkige Engels kon ze het politieke debat maar moeilijk volgen en bovendien: ,,Mijn hoofd zit al veel te vol.'' In de stomerij werkte ze zes dagen per week van zeven tot zeven. `s Avonds wachtte haar de zorg voor vier kinderen en voor haar ouders, die bij haar inwoonden.

John Kerry bleef komen. Ook Teresa stuurde hij op een gegeven moment langs. En Ledung werd ooit persoonlijk naar een hotel ontboden om de jurken van zijn dochters te verstellen. Haar trouwe staat van dienst bleef niet onopgemerkt. Eén keer kreeg ze zelfs een kerstpakket uit huize Kerry: een reusachtige mand, tot de rand toe gevuld met kaas, fruit en chocola.

De laatste jaren had Kerry het te druk om zelf bij Ledung langs te komen. Steeds vaker liet hij zijn assistent zijn overhemden ophalen. Toch wist Ledung precies bij wie ze terecht kon toen haar nichtje uit Vietnam via een gezinsherenigingsregeling naar Amerika probeerde te komen. De immigratie-autoriteiten werkten niet mee, maar één telefoontje naar senator Kerry deed wonderen. Zou dat komen omdat hij altijd een speciale band met Vietnamezen heeft gehad? Omdat hij last had van een knagend geweten? Ledung weet het niet. Maar ze is blij dat ook haar nichtje nu in Amerika woont, het land waarvan Ledung de vrijheid prijst.

Dankzij John Kerry gaat Ledung dit jaar voor het eerst stemmen. En heeft ze alvast twee grote Kerry/Edwards borden achter de ramen van haar stomerij opgehangen. Sommige mensen zeggen: daar raak je klanten mee kwijt. In de buurt wonen veel Republikeinen en de tante van president Bush behoort ook tot haar clientèle. Dat kan haar niet schelen. ,,John Kerry heeft iets voor mij gedaan, nu wil ik iets voor hem terugdoen.''

    • Maartje Duin