Bastaard

Hoe lomp kun je zijn?

De KNVB had een geweldig idee: als we nou de kwalificatiewedstrijd Nederland-Tsjechië eens in klompen tegemoet treden. Dan zet je de tegenstander wel op het verkeerde been. Ergo: je ridiculiseert de Angstgegner bij voorbaat. Dat scheelt in de passie.

En dus liet de KNVB in het programmaboekje weten dat bondscoach Karel Brückner in middenvelder Marek Heinz een bastaard had. Dat tikt aan, zoals de meeste bobo's en voetballers van het Nederlands elftal aan den lijve hebben ondervonden. Een bastaard: het kan gebeuren, maar je mag het niet zeggen. In het epicentrum van Oranje wemelt het van de bastaards. Min of meer incestueus verwekt, bovendien.

Nog meer oorlog.

De vlag in het programmaboekje was niet de vlag van Tsjechië. De kleuren waren verwisseld. Om het nog erger te maken liet de KNVB voor de wedstrijd het volkslied spelen van een niet nader te noemen natie. Het was een volkslied van héél ver weg, ergens in Afrika of Azië.

Misverstanden? Nee, dat zou een excuus zijn voor dictaturen als Gabon, Congo en Mozambique, maar Nederland heeft Jan Pronk: dan hoor je van de wereld te zijn, al helemaal van Europa.

Wansmaak dus. Jawel.

KNVB-perschef Kees Jansma bood meteen na de wedstrijd zijn excuses aan. Het probleem van Kees is dat hij niet gebouwd is op excuses, eerder op schater. Vrolijker dan Jansma kun je niet door het leven gaan. Hij is zo schattig, zo prenataal in het enthousiasme dat hij zich van geen kwaad bewust is. Voor Kees is alles goed, als het maar van bovenaf komt. Een lakei met charme.

Daar kan oud-advocaat Henk Kesler zich ten diepste in vinden. Hij, de vierkante mens, is nog steeds op zoek naar het mysterie van de charme en dat het van betekenis is, weet hij als geen ander. Kesler is van nature én oliebol én praline, maar het leven heeft anders beschikt. Hij is in de rol van ijzervreter geduwd. Dan heb je aan Jansma een vriend: Kees verteert de zwaarste metalen met een glimlach.

De KNVB blijft de KNVB: ziek van arrogantie. Beledigend zelfs, zoals de Tsjechen nu ook weten. Een armoedig gezelschap dat in het megalomane elitarisme zijn ondergang tegemoet gaat. Met Kees Jansma en Marco van Basten als nuttige idioten. Wat Hans Jorritsma nog voor Zeist betekent, is niet duidelijk. Vrienden zijn perfect inwisselbaar voor mijnheer Kesler, cs.

Ik heb alle jubel over Marco van Basten gelezen. En jawel, de godenzoon heeft hoerengeluk. Marco, zo lijkt het, staat buiten de elementen, buiten de orkanen, buiten de hitte van het ras der supporters. Het is hem gegund. Zijn enkels hebben veel moeten incasseren, toen hij nog voetbalde. Zijn hart is geschampt door de brutaliteit van het vijandsyndroom. En ja, hij staat gebeiteld langs de zijlijn. Als eeen monnik die zich opmaakt voor de sarabande. Stoïcijn in drieledige maat.

Hoeveel jubel kan een mens hebben zonder te ontsporen? Louis van Gaal kan daar duidelijk over zijn: de titel in de Champions League. Guus Hiddink zou zeggen: aan de zoveelste breedtegraad houdt het op. Dick Advocaat: jubel is verleden tijd.

Nederland-Tsjechië: het was een mistroostig spektakel, aan de rand van een corrupte arbiter en van corrupte goden, aan de rand van grens- en vlagvervaging. Niemand kan trots zijn op de overwinning van Oranje, en toch was iedereen trots.

De Jansma-factor.

Ik zou in Zeist graag iets meer fatsoen willen, iets meer respect voor de va et vient van een mensenleven. Al dan niet met bastaards. Ik denk zelfs dat Henk Kesler de eerste zou zijn om aan deze cultuuromslag enige credibiliteit te ontlenen. Maar tot deze inrospectie heeft Kees Jansma hem nog niet bekeerd.

Zolang het Nederlands elftal gekoppeld blijft aan de bossen van Zeist zal het alleen genade vinden in de overwinning. Niet in de nederlaag. Van Basten doet nu alsof hij dat niet weet, maar hij weet het als geen ander. Alleen, Marco heeft het cynisme uitgevonden. Zoals het hoort voor een ex-spits van AC Milan. Daar is een extatische mandekker als Heitinga nog lang niet aan toe. Kesler wil zichzelf terugzien in een Ruud Krolachtige verschijning. In de Tsjechische middenvelder Heinz dus. Een bastaard, inderdaad.

    • Hugo Camps