Balkenende: we blijven christelijk

Premier Balkenende acht de christelijke identiteit van Nederland onvergankelijk. ,,Zelfs als niemand meer naar de kerk gaat, betekent dat niet dat je zomaar christelijke wortels wegpoetst. We blijven in die zin een christelijk land.''

Dat zegt Balkenende vandaag in gesprek met deze krant over de Europese eenwording en de invloed van geschiedenis en migratie. Hij getuigt van zijn geloof dat ,,de Nederlandse eigenheid, de Nederlandse cultuur altijd zullen blijven bestaan'' ondanks ,,invloeden van buiten''.

Het behoud van nationale eigenheid staat volgens Balkenende niet op gespannen voet met zijn opvatting dat Europa één waardengemeenschap is. Daarover sprak hij eerder deze week als halfjaarlijkse voorzitter van de Raad van de Europese Unie bij de opening van een serie conferenties over Europese waarden.

Volgens Balkenende moet de integratie van Europa juist verlopen volgens het model van integratie met behoud van de eigen (nationale) identiteiten. Op nationaal niveau verzet het kabinet zich daar juist tegen.

Historisch en strategisch beschouwt Balkenende de aansluiting van Turkije bij de EU als een voordeel. De islam hoort volgens Balkenende bij historische wortels van de Europese beschaving. Lidmaatschap van Turkije van de EU kan ,,een positieve invloed hebben op andere islamitische landen in die regio''.

Balkenende verzet zich tegen het beeld als zou na de aanslagen in New York, vandaag precies drie jaar geleden, een botsing tussen de islam en de Westerse beschaving op gang zijn gekomen. Wel is hij mede door de aanslagen op het idee gekomen om een debat over Europese waarden te organiseren. ,,Als die dialoog niet tot stand komt, dreigt het risico van langs elkaar heen leven, elkaar niet ontmoeten.''

Volgens Balkenende zal het gevoel van de eenheid in Europa worden bevorderd door de gezamenlijke dreigingen van buitenaf, zoals het terrorisme, maar in de toekomst ook door de grote economische concurrentie van de Verenigde Staten en de opkomende economieën in Azië.

zaterdags bijvoegsel

pagina 39