Zorg benedenmaats in meeste verpleeghuizen

Tachtig procent van de verpleeghuizen in Nederland voldoet niet aan de minimale eisen voor zorg. In bijna tweederde van de verpleeghuizen is er geen permanent toezicht op dementerende ouderen, waardoor deze soms op ,,oneigenlijke gronden'' worden vastgebonden.

Dat blijkt uit een onderzoek onder zestig verpleeghuizen dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg vandaag bekend heeft gemaakt. Volgens de inspectie zijn de resultaten aanleiding tot ,,ernstige zorg''.

Het onderzoek wijst uit dat in tweederde van de verpleeghuizen bewoners zich door personeelsgebrek maximaal één keer per week kunnen douchen. Personeelsgebrek leidt ook tot te weinig toiletbezoek en problemen met incontinente bewoners.

Bij eenderde van de verpleeghuizen hebben bewoners geen invloed op hun eigen dagindeling. Volgens de inspectie zijn de resultaten representatief voor alle 317 verpleeghuizen in Nederland.

Terwijl verpleeghuisbewoners de laatste jaren steeds meer hulp behoeven, is er steeds minder verpleeghuispersoneel. Dit personeel heeft vaak een lagere opleiding dan noodzakelijk. Bij eenderde van de verpleeghuizen werkt daardoor te weinig en ongekwalificeerd personeel op de verpleegafdelingen.

Vorig jaar bleek al dat sommige verpleeghuizen door gebrek aan personeel keuzes maakten, die volgens de inspectie onverantwoord waren. Die signalen waren voor de inspectie reden om het vandaag gepresenteerde onderzoek te houden.

In voorgaande onderzoeken deed de inspectie al kritische uitspraken over onder meer de voeding en veiligheid van patiënten in verpleeghuizen. Naar aanleiding daarvan maakte de inspectie in 2000 met verpleeghuizen en patiëntenorganisaties afspraken over de minimale eisen voor zorg.

Maar het lukt het merendeel van de verpleeghuizen zich vier jaar later niet aan die minimale eisen te houden, zo concludeert de inspectie nu in haar rapport. Volgens de inspectie zijn de opgestelde minimumeisen een absolute ondergrens. De eisen voor wenselijke zorg liggen aanmerkelijk hoger.

De inspectie toont zich verbaasd dat verpleeghuizen, in tegenstelling tot daarover in 2000 gemaakte afspraken, zelf nauwelijks aan de bel hebben getrokken over de problemen. Dat komt ook, schrijft de inspectie, omdat veel van de instelling de minimale normen niet hebben vastgelegd, en hun eigen prestaties niet aan de normen getoetst hebben. De inspectie wil dat de branche-organisatie zo snel mogelijk concrete en meetbare minimumnormen vaststelt.

De structureel slechte prestaties kunnen niet alleen het gevolg kunnen van zijn van ,,tekortschietend management'', zo schrijft de inspectie, zeker omdat extra geld niet tot verbeteringen heeft geleid. Inspecteur-Generaal Herre Kingma vraagt minister Hoogervorst (Volksgezondheid) dan ook dringend om een ,,onafhankelijk onderzoek'' naar de achterliggende oorzaken van de aanhoudende problemen.

In een reactie op het rapport zegt Arcares, de branche-organisatie voor verpleeghuizen, dat de resultaten een ,,onevenwichtig en daarmee onjuist beeld leveren'' van de situatie in verpleeghuizen. Volgens Arcares heeft de inspectie zich teveel gericht op alleen het toetsten van de minimumeisen. Die geven volgens de branche-organisatie wel inzicht in het bestaan van ,,risicovolle situaties'' maar zeggen weinig over de algehele kwaliteit van de zorg.

Veel belangrijker, aldus Arcares, is het oordeel van individuele klanten. Dit oordeel zou ,,veel positiever'' zijn dan op grond van het inspectierapport verwacht zou worden.