Wijn na de champagne

Simon Gray had zijn beste tijd als toneelschrijver in de jaren zeventig, toen zijn Butley en Otherwise Engaged, beide met Alan Bates in de hoofdrol, lange tijd volle zalen trokken in Londen. Sindsdien heeft zijn toneelwerk het bijna altijd moeilijk gehad, het ergst toen enige jaren geleden Stephen Fry na de derde avond wegliep van zijn hoofdrol in een opvoering die verder afgezegd moest worden.

Toch is Gray niet uit het zicht geraakt. Er is net weer een stuk van hem in het West End begonnen met Simon Callow in de hoofdrol. En The Smoking Diaries, waarin hij over zijn gebreken en zijn ergernissen vertelt, hebben ruime aandacht gekregen op de literaire pagina's. Bijzonder grappig, hebben enkele recensenten het boek genoemd, tot zijn genoegen waarschijnlijk, want er bestaat in Engeland geen doeltreffender aanbeveling om de verkoop te stimuleren.

Eigenlijk hoort het boek niet in de eerste plaats grappig genoemd te worden. Gray ergert zich nogal eens aan de mensen met wie hij te maken krijgt en beeldt ze vaak satirisch uit. Tegelijk is hij ook voor zichzelf niet makkelijk, het minst over de twee verslavingen die zijn gestel ondermijnd hebben: de drank waar hij sinds kort van af is, en de sigaretten waar hij zijn boek naar vernoemd heeft. Overwegend nijdig en negatief is zijn stemming niet: op een ongedwongen prettige toon vertelt hij over zijn vrouw en vrienden, vooral de overleden dichter Ian Hamilton en de toneelschrijver Harold Pinter die een kankerkuur overleefde; en over zijn huisdieren, de hond George en twee eigengereide katten.

Wie moeite heeft met zijn verteltrant zal dat minder wijten aan zijn kijk op mensen dan aan zijn ellenlange zinnen. Wanneer hij over een onderwerp is begonnen komt er meteen iets anders in zijn gedachten dat er terzijde bij hoort en dat vermeld moet worden zonder zijn betoog te onderbreken met punten en hoofdletters; de bijkomstigheid duurt soms langer dan te voorzien was, daarna komt er nog iets bij en voor je het weet is een zin vijftien regels lang. Het is niet ideaal voor de overzichtelijkheid van het betoog, als de aandacht zo meegesleurd wordt. Wel klinkt het heel natuurlijk dat iemand schrijft alsof hij praat; de lezer hoeft er zich niet aan te ergeren zoals een toehoorder zou doen die er geen woord tussen kon krijgen.

Zo zwerft Gray kriskras door zijn 66-jarige leven heen. Hij schrijft geen autobiografie, hij haalt herinneringen op. De opzienbarendste jeugdherinnering is dat hij als leerling van de hoog aangeschreven Westminster School met een vriend ontdekte dat de kaartjesautomaten van de ondergrondse verjaarde pennies aanvaardde als munten van twee shilling. Zij werden tenslotte opgepakt, moesten voor de magistraat verschijnen en kregen zes maanden voorwaardelijk. Dat is een verhaal om in mee te leven, zoals ook het recente prostaatconsult bij twee urologen, van wie de eerste een keuze aanbood tussen vijf ingrijpende behandelingen, en de tweede zei dat het beetje prostaatkanker best mocht blijven zitten in het kleine aantal jaren dat Grays doorrookte en doordronken lichaam nog voor zich heeft.

Een pijnlijke en leerzame geschiedenis is die van Grays relaties met de financiële adviseurs die hij raadpleegde toen hij steeds minder verdiende met zijn stukken. Hij liet zich verleiden om te beleggen in een containerbedrijf dat onmogelijk mis kon lopen, behalve dat het toch failliet ging.

Zo is er aardig wat supplementaire levenservaring op te doen uit Grays boek. Bovendien, al is het onmogelijk om het steeds met hem eens te zijn – het was bijvoorbeeld niet verstandig van hem om jarenlang vòòr de rode wijn vier flessen champagne per dag te drinken –, hij verlangt dat ook niet. Toch zal menigeen na lezing denken: ik sta aan die man z'n kant.

Simon Gray: The Smoking Diaries. Granta Books, 230 blz. €26.65

    • J.J. Peereboom