Weg met al die smerige leugens

Vorige week verscheen de nieuwe roman van Jonathan Coe, The Closed Circle, het langverwachte vervolg op The Rotters' Club uit 2001. Maar vlak daarvoor publiceerde hij nog iets heel anders: Like A Fiery Elephant, een biografie van de Britse schrijver B.S. Johnson.

Wie? B.S. Johnson (1933-1973) is de auteur van zeven experimentele romans, evenzovele toneelstukken, een aantal bundels korte verhalen en gedichten, scripts voor films en televisieprogramma's en artikelen voor diverse kranten, onder meer voetbalverslagen voor The Observer. Dertig jaar na zijn dood is hij bovendien grondig vergeten. Of zoals de recensie van Coes boek in de Times (ook een voormalige werkgever van Johnson) begon: ,,Doe nou maar niet alsof u B.S. Johnson gelezen heeft. Dat gelooft toch niemand. Want niemand heeft hem gelezen.''

Dat is natuurlijk niet waar. The Guardian liet Coes boek bijvoorbeeld bespreken door Johnsons oude vriendin, collega en tijdgenoot Eva Figes (1932), die zich hem liefdevol herinnert en vol weemoed terugdenkt aan de jaren zestig, waarin romanschrijvers zich door het jongere medium film gedwongen voelden om nieuwe manieren van verhalen vertellen te zoeken. Voor Johnson was dat een zaak van leven of dood, maakt Coe duidelijk. Johnson was monomaan op zoek naar een oplossing voor de crisis waarin de roman volgens hem verkeerde – een oplossing die hij ook dacht gevonden te hebben.

Maar blijvend beroemd is hij er niet mee geworden, B.S. Johnson, geboren in West-Londen als zoon van een serveerster en een magazijnmeester in een boekhandel. Hij wist al op jonge leeftijd dat hij schrijver wilde worden; aanvankelijk schreef hij vooral gedichten, later ook toneelstukken en ten slotte de romans die volgens Coe het hart van zijn werk vormen. Coe beschrijft ze aan het begin van de biografie in een hoofdstuk getiteld `A Life in Seven Novels'. Dat hoofdstuk geeft al meteen een goed beeld van de ontwikkeling die Johnson heeft doorgemaakt, in het denken over de roman – een kunstvorm die hij aanvankelijk verafschuwde.

B.S. Johnson had namelijk een hekel aan fictie. Een onhandige eigenschap voor een schrijver, zou je zeggen, maar het was de motor voor de taak die hij zichzelf had gesteld had: het heruitvinden van de roman. Van zijn eerste roman Travelling People, gepubliceerd op zijn dertigste, was elk hoofdstuk in een andere vorm geschreven: brief, `stream of consciousness', filmscript, derde persoon, enzovoorts. Inhoudelijk was het een mengvorm van fictie en autobiografie, een gefictionaliseerde vorm van zijn eigen levensverhaal. Hij haatte het boek al snel. In zijn volgende roman Albert Angelo uitte hij zijn afschuw van fictie door het verhaal een tiental pagina's voor het einde te onderbreken met de hartenkreet `OH FUCK ALL THIS LYING' en uit te barsten in een wanhopige tirade waarin hij bekent dat het hele boek eigenlijk over hemzelf ging.

Je kunt je afvragen of zoiets nog een roman is, maar voor Johnson was het genre van de roman een vorm zoals ook het sonnet een vorm is. Binnen die vorm moest de schrijver `de waarheid' vertellen, en omdat de enige waarheid een subjectieve waarheid is, kan dat het beste in de ik-vorm, en liefst tot en met toiletbezoek aan toe. `I, always with I... one always starts with I... And ends with I' aldus Johnson.

Hij was monomaan in zijn werk en dus in zijn zoektocht naar de beste vorm voor het genre. Omdat hij wilde dat zijn derde boek Trawl zich op een schip afspeelde, ging hij zelf op een zeeziekmakende bootreis. De roman daarna, The Unfortunates, bestond uit 27 hoofdstukken die los in een doos lagen, zodat de lezer ze in zijn eigen volgorde kon lezen omdat het leven zelf ook chaotisch is. Voor Johnson was het dat zeker. Hij was een man die zich liet overdonderen door zijn eigen gevoelens, een romanticus die altijd problemen in de liefde had, een kunstenaar voor wie het schrijverschap altijd op de eerste plaats kwam. Een magisch denker ook: hij was er lange tijd van overtuigd dat hij op zijn 29ste zou sterven omdat hij zich identificeerde met toneelschrijver Christopher Marlowe, en hij aanbad de witte godin uit Robert Graves' The White Goddess, zijn Muze, die hij op zijn 22ste echt ontmoet dacht te hebben.

En Johnson was iemand die zijn onzekerheden voluit overschreeuwde. In talloze chagrijnige brieven aan uitgevers en literair agenten nam hij de zin op: ,,the Sunday Times described me as `one of the best writers we've got' and the Irish Times called the book `a masterpiece' and put me in the same class as Joyce and Beckett''. Dan hadden die mensen naar zijn idee niet goed genoeg hun best voor hem gedaan. Hij nam de zin zelfs op in een brief aan de arts die zijn vrouw zou begeleiden bij de bevalling van hun eerste kind, en die niet toestond dat de schrijver daarbij aanwezig zou zijn.

Dat Johnson zich eigenlijk altijd miskend voelde, komt terug in zijn roman Christie Malry's Own Double Entry. Daarin houdt de hoofdpersoon een morele boekhouding bij; elke keer dat de maatschappij hem iets aandoet, mag hij iets terugdoen. Dat begint met kleine pesterijtjes, maar al snel plaatst de hoofdpersoon bommen en vergiftigt hij het drinkwater in de stad, al is dat allemaal geen afdoende represaille voor wat hem is aangedaan: dat het socialisme geen echte kans heeft gekregen, bijvoorbeeld, of dat overal reclame te zien is.

B.S. Johnson was een romanticus en een betweter, een drinker, een vloeker, iemand die met zijn bulderende lach en zijn dikke buik elke kamer vulde die hij binnenstapte. Een nerd ook, die alles bewaarde, die schema's en grafiekjes maakte van zijn output aan woorden per dag. En `eigenlijk heel onzeker'. Hij pleegde zelfmoord op zijn veertigste. Coe wekt hem in deze biografie weer tot leven – hoe problematisch hij het werk van een biograaf zelf ook vindt, want Johnsons autobiografische romans zouden toch voor zich moeten spreken? Hij heeft zelfs regelmatig getwijfeld, zegt hij, of hij geen roman over Johnsons leven moest schrijven.

Maar deze biografie is er wel een geworden die helemaal in de geest is van zijn onderwerp: speels, geschreven met een nerd-achtige neiging tot compleetheid, deels autobiografisch, deels vormexperiment. In de inleiding getiteld `An exposition without which you might have felt unhappy' uit Coe zijn eigen mening uit over de toestand van de roman; het slothoofdstuk `A Life in 44 Voices' bevat willekeurige citaten uit interviews met mensen die hem gekend hebben; in de spannende epiloog probeert hij de ontbrekende details over Johnsons zelfmoord alsnog in te vullen. Het zijn overigens vormexperimenten van een soort die Coe in zijn eigen romans ook regelmatig toepast. Zo blijkt het boek niet alleen goed te lezen als aanvulling op Johnsons romans, maar ook op die van Coe zelf.

Jonathan Coe: Like A Fiery Elephant. The Story of B.S. Johnson. Picador, 486 blz. €32,50

Een aantal boeken van B.S. Johnson is nog te bestellen, onder meer via Amazon. Op 18 juni, twee weken na Coes biografie verscheen Omnibus: een heruitgave van Albert Angelo, House Mother Normal en Trawl (Picador, £14.99).

Zie www.bsjohnson.co.uk

    • Ellen de Bruin