Verraderlijke rust in de Burundese heuvels

Veertig jaar lang heeft een Tutsi-elite Burundi geregeerd. Een machtsoverdracht aan de Hutu-meerderheid lijkt onafwendbaar. Maar Tutsi-extremisten scheppen chaos in de aanloop naar verkiezingen.

Hoog tegen de heuvels, met een wijds uitzicht op het ver in de diepte gelegen Tanganyika-meer, ligt `Hollywood', zoals de mensen in Burundi deze wijk met een mengeling van hoon en woede noemen. Een enclave van extravagante rijkdom, paleisgrote villa's, omringd door weelderig groen, azuurblauwe zwembaden, streng bewaakt door elitesoldaten, de kalasjnikov steeds in de aanslag.

De bewoners kijken vanachter hun hoge omheiningen letterlijk neer op de volksbuurten van de hoofdstad Bujumbura, die aan de oevers van het meer zijn opgetrokken uit golfplaat, klei en leem en waar de bevolking worstelt in intense armoede. Het zijn zonder uitzondering ministers, de president en de vice-president, de hoogste militairen die in `Hollywood' domicilie hebben gekozen.

Sinds kort hebben ze een nieuwe buurman die met gemengde gevoelens is ontvangen. Pierre Nkurunziza was tot november vorig jaar de leider van de Hutu-rebellenbeweging CNDD-FDD. Vanuit de bergen bestookte hij het Tutsi-leger en de machthebbers in Bujumbura met guerrilla-aanvallen, die het land tussen 1993 en 2003 volledig lam legden en in puin gooiden.

Nadat de eerste gekozen Hutu-president Melchior Ndadaye op 6 oktober 1993 werd doodgeschoten door zijn eigen lijfwacht, bestaande uit Tutsi-soldaten, was een burgeroorlog ontbrand. De apotheose van een etnische strijd die sinds de onafhankelijkheid in 1962 het land letterlijk had verscheurd in een Hutu- en in een Tutsi-kamp. De Tutsi's die vijftien procent van de bevolking uitmaken, hadden de macht. De meerderheid van de Hutu's vocht die heerschappij aan.

Met de verkiezing van Ndadaye tot president kreeg de bevolking in 1993 enkele maanden hoop dat het geweld en de Tutsi-overheersing voorbij zouden zijn. De moord maakte daar bruut een einde aan. Er vormden zich diverse rebellengroepen van Hutu's die het Tutsi-leger bevochten en het land met die strijd naar de afgrond sleurden. In tien jaar tijd vielen naar schatting een half miljoen doden, vooral onder burgers. Een miljoen van de acht miljoen Burundezen is al jaren in binnen- en buitenland op de vlucht.

Na de zoveelste staatsgreep in 1996 besloten de buurlanden Kenia, Rwanda, Tanzania en Oeganda tot ingrijpen. Onder zware druk van deze presidenten werd Nelson Mandela aangezocht als bemiddelaar. De oud-president van Zuid-Afrika wist in 2001 Hutu's en Tutsi's samen in een driejarige overgangsregering te brengen. De eerste anderhalf jaar leidde Tutsi-president Pierre Buyoya, het tweede anderhalf jaar – dat eind oktober afloopt – Hutu-president Domitien Ndayizeye.

In november 2003 keerde pas daadwerkelijk de rust terug in de gebrandschatte Burundese heuvels, nadat de Hutu-rebellen van de CNDD-FDD onder leiding van Pierre Nkurunziza een wapenstilstand sloten. ,,Nkurunziza heeft het juiste moment afgewacht'', zegt Eugène Nindorera, politiek adviseur in Burundi en voormalig niet-partijgebonden minister van Mensenrechten. ,,Hij heeft zijn 40.000 niet-ontwapende manschappen nog altijd achter de hand als militair tegenwicht voor het regeringsleger. Een staatsgreep of weer een moord op een Hutu-president is daarmee bijna uitgesloten.''

De CNDD-FDD werd recent omgevormd tot officiële politieke partij en Nkurunziza heeft een villa in `Hollywood' betrokken. ,,Algemeen wordt aangenomen dat hij de nieuwe president wordt'', zegt Jean Marie Vianney, voorzitter van de invloedrijke mensenrechtenorganisatie Iteka. Nkurunziza zelf rekent daar ook op. ,,Tijdens de oorlog gaven de mensen ons voedsel en onderdak'', vertelt hij. ,,Wij weten wat er onder de bevolking leeft.''

De meeste mensen staan achter Nkurunziza omdat ze de politiek van de `oude' partijen zat zijn. ,,De politici in Burundi zijn er alleen op uit om macht en geld onder elkaar te verdelen'', zegt Lucie Nyamarushwa, die een koepelorganisatie van vrouwen leidt. ,,Ze zijn niet geïnteresseerd in de belangen van de bevolking. Die hele Hutu- en Tutsi-tegenstelling is vooral gecreëerd om zelf aan de macht te kunnen blijven. En de CNDD-FDD prikt daar doorheen.''

De eerste presidents- en parlementsverkiezingen in twaalf jaar staan gepland voor eind oktober, het moment waarop de overgangsregering haar mandaat verliest. ,,Maar er is nog niets geregeld voor de verkiezingen'', verzucht oud-minister Nindorera. ,,Dat lukt ook niet meer op tijd. De politici zouden er beter aan doen om een regeling te treffen, zodat er na 31 oktober geen machtsvacuüm ontstaat. Dat zou gevaarlijk zijn.''

Vooral Tutsi-partijen is er veel aan gelegen om dat proces te verstoren. Ze zijn bang de macht te verliezen. De tien partijen die Tutsi's vertegenwoordigen weigeren tot nu toe het akkoord te tekenen waarin de verkiezingen en de grondwet geregeld zijn. ,,We willen dat meer aan onze belangen tegemoet wordt gekomen'', zegt Alphonse Marie Kadege, leider van de grootste Tutsi-partij UPRONA, die al veertig jaar regeert en bijna alle presidenten heeft geleverd.

Om aan de Tutsi's tegemoet te komen is op voorhand een verdeling van zetels vastgelegd: zestig procent voor Hutu's en veertig procent voor Tutsi's. Dat gaat Kadege niet ver genoeg. Jonge Tutsi-militanten verspreiden sinds enkele maanden pamfletten waarin ze oproepen tot verzet, omdat ,,Tutsi's straks geëlimineerd dreigen te worden''.

Kort na de publicatie van die opzwepende teksten vond op vrijdag 13 augustus in het vluchtelingenkamp Gatumba bij Bujumbura een slachting plaats onder ruim 160 Congolese Tutsi-vluchtelingen. De verantwoordelijkheid werd opgeëist door Hutu-extremisten uit Burundi, Congolese Mayi-Mayi en Rwandese Interahamwe, wat leidde tot politieke onrust in het hele Grote Merengebied. Al snel werd een relatie gelegd met de genocide op de Tutsi's in Rwanda in 1994.

Maar juist de verspreiding van de pamfletten en ook de opvallende afzijdigheid van het Tutsi-leger – dat op nog geen steenworp van het kamp gelegerd was – voedde in Bujumbura al snel het gerucht dat de werkelijke organisatoren van deze massamoord wel eens Tutsi-extremisten zouden kunnen zijn. ,,Dat is een cynisch scenario. Maar ze zijn er wel degelijk op uit om aan de vooravond van de verkiezingen het land te destabiliseren'', zegt mensenrechtenactivist Jean Marie Vianney.

Andere Tutsi's passen zich juist aan bij de nieuwe werkelijkheid. De laatste maanden hebben ze zich massaal aangemeld bij de CNDD-FDD van Nkurunziza, van oudsher een Hutu-partij. ,,Ze willen zich verzekeren van een baantje als hij straks de verkiezingen heeft gewonnen'', smaalt oud-minister Nindorera. De toekomstig president heeft er geen moeite mee. Integendeel, op deze manier kan de CNDD-FDD zich profileren als `eenheidspartij'.

    • Jeroen Corduwener