Ratten voor de koning

Het moet zijn geweest als het einde van een groot feest. Slaapgebrek, verkreukelde japonnen, de afwezigheid van personeel: het paleis van Versailles tussen 14 en 17 juli 1789 was een ontredderd geheel. Dat valt op te maken uit de roman waar historica Chantal Thomas vorig jaar de Prix Femina voor kreeg: Afscheid van de koningin. Door de ogen van de voorlezeres, pardon húlpvoorlezeres van Marie-Antoinette zien we de onttakeling van het hofleven op die eerste dagen van de Franse revolutie. Het onheil zwelt langzaam maar zeker aan: van het gerucht dat iemand het gewaagd had de koning te wekken, tot uiteindelijk een keukenmeid die de koning een dode rat serveert. De ontzetting van de hovelingen daarover is mooi, vooral omdat je weet wat de koning en zijn volgelingen nog te verduren zouden krijgen.

De voorlezeres, Agathe-Sidonie, is behalve geschokt ook gefascineerd door de `gedempte ondergang' van haar wereld. Ze beschrijft het instorten van het hof van Lodewijk XVI als een gebeurtenis die tegenstrijdige gevoelens oproept: `Het aanmatigende oprukken van de lakeien, het schandaal van hun eensklaps zichtbare gezichten en hun blote handen had iets opwindends, iets tegelijk schrikwekkends en aantrekkelijks.' Ook voordat de monarchie begon te wankelen was Versailles al een wereld van tegenstellingen, blijkt uit de herinneringen die Agathe ophaalt. De goudschittering van het interieur stond tegenover het duister en de kou van de meeste zalen, de overvloed van de koninklijke maaltijden tegenover de vage wijze waarop de rest van de hovelingen hun kostje bijeen moest scharrelen, omdat ze niet over keukens beschikten. De uitbundige avondtoiletten steken af tegen de achtergrond van overal rondscharrelende ratten. Het prachtige paleis was bovendien een permanent bouwterrein: `Je stond een schilderij van Watteau of Hubert Robert te bewonderen, en even verderop struikelde je over een steiger en vlogen de klodders pleisterkalk je om de oren'.

Thomas heeft met de figuur van Agathe de perfecte getuige gevonden. Door haar bescheiden positie en afkomst is de voorlezeres slechts een achtergrondfiguur in Versailles, maar ze heeft wel een onvoorwaardelijk geloof in de oude hiërarchie en een grenzeloze passie voor Marie-Antoinette: `Ik weet niet wat ik van de koningin wilde, maar ik wilde steeds meer'. De koningin zelf is maar matig geïnteresseerd in de voorleessessies. Slechts een enkele keer lukt het Agathe om de aandacht van Marie-Antoinette van haar stofjes en japonnen te verleggen naar de tekst, en de koningin ziet haar voorlezeres pas echt staan als die kan helpen haar hartsvriendin Gabrielle de Polignac uit Versailles te helpen ontsnappen.

Het zijn geloofwaardige portretten, die er van de koningin en van bijvoorbeeld De Polignac worden geschetst. Agathe blijkt bovendien bevriend met andere historische figuren als de historicus Jacob-Nicolas Moreau of Monsieur de Laroche, de stinkende beheerder van de menagerie die als devies had dat je bij iedere wasbeurt `een stukje van jezelf' zou verliezen. In die portretten schijnt het karkas van de historische feiten soms te veel door het verhaal heen. Maar wie klaagt er over feiten, als ze zo subliem zijn?

Chantal Thomas: Afscheid van de koningin. Vertaald uit het Frans door Théo Buckinx. Bert Bakker, 245 blz. €19,90